(uitgave 97/4 pag 12)

Folies nader belicht

Folie op hellende daken, praktijk en uitvoering (1)

In de komende afleveringen wordt geprobeerd de verwerking en toepassing van folies op hellende daken nader te belichten. Hierbij wordt de nadruk gelegd op een duidelijke uitleg die vooral voor vakmensen in de praktijk verstaanbaar is. De Vereniging Het Hellende Dak wordt steeds vaker geconfronteerd met foutieve toepassingen van folies (ook wel membranen genoemd) onder met pannen, leipannen en leien gedekte daken.

tekening 1
tekening 2
tekening 3
tekening 4
Het is vervelend en zeer kostbaar om achteraf te moeten constateren dat er onder de dakpannen e.d. een verkeerde folie is toegepast, waardoor condensatie ontstaat en er derhalve vocht problemen zijn. Dergelijke gevallen lijden over het algemeen tot dure en ingrijpende herstelwerkzaamheden die veel irritatie veroorzaken. Om te beginnen zal eerst een indeling gemaakt worden van de voorkomende type folies:

Waterkerende dampopen folie (tekening 1). Deze folie soort is geschikt voor dakhellingen boven de 25 graden. De folie bestaat uit stroken kunststof die om en om gegolfd en vlak aan elkaar verbonden (zogeheten lamellenfolie) zijn met enige centimeters overlapping.

Waterkerende dampdoorlatende folie (tekening 2 en 3). Dergelijke folies bestaan meestal uit kunststof en zijn voorzien van een kruislings aangebrachte wapening en micro-perforaties t.b.v. dampdoorlatendheid.
Een andere minder voorkomende folie in deze categorie is de folie die uit een drietal lagen bestaat welke kruislings aan elkaar bevestigd zijn en die ook van een microperforatie voorzien zijn (zgn. kruislaminaat folie).

Spinvliesfolie (tekening 4). Door een speciale vezelconstructie (non woven) beschikt dit type folie over een hoge mate van dampdoorlaat en een beperkt vermogen vocht in zich op te slaan. Naast de dampdoorlatendheid zijn dergelijke folies ook in hoge mate waterkerend. Momenteel verschijnen er spinvlies folies op de markt die naast de spinvlies-opbouw tevens voorzien zijn van een fijnmazige wapening waardoor de sterkte aanzienlijk toeneemt.

Dampdichte folie. Een dergelijke folie bestaat veelal ook uit kunststof (maar ook aluminium komt voor) en zijn geheel gesloten van structuur. In de volksmond worden dergelijke folies ook wel bestempeld met de naam 'landbouwplastic'.

Vervolgens dienen we ons af te vragen wanneer folies toegepast kunnen c.q. toegepast moeten worden. Een folie kan toegepast worden bij:

Een folie moet toegepast worden bij:

Voordat tot het gebruik van folie wordt overgegaan dienen een aantal zaken goed bekeken te worden n.l.:

De luchtdichtheid van de ondergrond is van essentieel belang bij de plaatsing van folies. Door warmteverlies c.q. convectie wordt de mogelijkheid tot condensatie aanzienlijk vergroot waardoor ernstige schade op kan treden.
Naast bovengenoemde overwegingen worden vanuit het Bouwbesluit eisen gesteld aan daken en de producten die hierin en hierop verwerkt zijn namelijk:

Voordat de diverse typen en soorten folies de revue passeren zullen eerst een aantal begrippen besproken worden om meer duidelijkheid in de toepassing van deze folies te scheppen. Van de beschikbare begrippen zullen uitsluitend de meest voorkomende en voor daken relevante termen behandeld worden.

Dampdoorlaat: De dampdoorlaat van folies wordt uitgedrukt in grammen per m2 oppervlakte, uitgedrukt in een tijdsperiode van 24 uur (gr/m2/24h). Hoe groter de dampdoorlaat van een folie is, des te kleiner is meestal de kans op condensatie onder deze folie.

Ud of Sd waarde: Deze waarde (het begrip Sd waarde komt veel voor bij folies die uit Duitsland worden geïmporteerd), ook wel de dampdiffusieweerstand genoemd, geeft aan hoeveel weerstand een materiaal biedt tegen de doorlaat van waterdamp t.o.v. lucht. Hierbij wordt uitgegaan van een zelfde laagdikte.
Het dampdiffusie weerstandsgetal (U) is afhankelijk van het materiaal. Wanneer dit getal vermenigvuldigd wordt met de dikte van het materiaal verkrijgt men de Ud of Sd waarde, uitgedrukt in meters. In relatie tot de dampdoorlaat kan gesteld worden dat naarmate de dampdoorlaat van een folie groter wordt, zal de Ud of Sd waarde hiervan kleiner worden.

Waterkerendheid: In de KOMO-attesten van de folies wordt de waterkerendheid uitgedrukt in klassen (0 t/m 2) en type ondergronden (A en B).
Klasse 0= waterdoorslag <2%
Klasse 1= waterdoorslag >2% en <10%
Klasse 2= waterdoorslag >10% en <25%
Ondergrond A = luchtspouw of minerale wol
Ondergrond B = alle harde ondergronden zoals hardschuim of hout
Van elk type ondergrond (A of B) is bekend in welke categorie waterdoorslag de betreffende folie valt. Hieruit blijkt dat er een onderscheid gemaakt wordt in ondergrond bij de toepassing van folies. Veel folies vertonen een hogere waterdoorslag op harde ondergronden dan op zachte (of helemaal geen) ondergronden (b.v. vrij hangend op tengels of sporen).
Dergelijke informatie is belangrijk om te weten. Als een bepaald type of merk folie op b.v. een harde ondergrond flink wat water doorlaat zal al snel de beslissing genomen worden deze folie op b.v. tengels te verwerken of een ander type of merk folie te kiezen.
Folies welke aan klasse 2 voldoen dienen bijvoorbeeld direct na plaatsing te worden afgedekt, terwijl bij klasse 1 folies geen vochtabsorberend materiaal onder de folie aanwezig mag zijn en dient het doorgeslagen vocht te kunnen worden afgevoerd.

Mechanische eigenschappen: Hieronder worden verstaan de treksterkte en rek bij breuk van de folie. Ook deze gegevens zijn omschreven in klassen.

Ook met deze informatie kunnen relevante toepassingsvoorwaarden vastgelegd worden, waardoor de keuze voor een folie beter overwogen wordt. Vooral bij de verwerking van folie op sporen kappen kunnen hoge eisen gesteld worden aan treksterkte en rek bij breuk. Het door een panlat trappen op het dak, (wat maar al te vaak voorkomt) met een bos pannen in de handen kan tot vervelende situaties lijden. Als onder deze omstandigheden de folie dan ook nog scheurt zijn de gevolgen helemaal niet te overzien en kunnen onveilige situaties optreden. Zelfs bij het heel blijven van panlatten zullen folies zodanig sterk moeten zijn dat deze niet mogen scheuren of breken indien deze belast wordt door de neuzen van dakdekkersschoenen. Dakdekkers, hoe vakbekwaam ook, hebben nu eenmaal geen vleugels.

Vooral scheuren en gaten in folies zijn vaak lastig te dichten. Meestal moet dit met speciale lijmen, kitten of tapes gebeuren die op het moment van verwerken van de folies of dakpannen niet op de werkplek voorhanden zijn. Het gevolg is dan ook dat deze gaten en scheuren met één of ander goedkope of ongeschikte tape gedicht worden, die na enige tijd weer los laat.
Duidelijk is dat er in de praktijk niet gewacht wordt tot de juiste lijm of tape op de bouwplaats geleverd is. De kans dat er in onbedekte toestand lekkages optreden is in ons land aanzienlijk groter dan de kans op lekkages in afgedekte toestand.

Het voornemen om de sterkte eisen van de folies (als vermeld in de BRL 4708) te verlagen wordt door Vereniging Het Hellende Dak dan ook ten zeerste ontraden aangezien deze eisen essentieel zijn voor het op de juiste wijze uitvoeren van een waterkerende onderlaag onder de dakbedekking. Vooral het aanbrengen van een folie op sporen kappen en boven minerale wol isolatie vereisen een hoge sterkte van de waterkerende laag.

door: L.A. Iseger


Inhoudsopgave Dak Helling '97
Terug naar Dak Helling