(uitgave 98/6 pag 6)

Het woord is aan de branche

Concept A-blad 'dakpannen leggen' nu in toetsingsfase

Na een lange periode van voorbereiding en veel overleg is het concept van het A-blad 'dakpannen leggen' klaar en verkeert het document nu in een toetsingsfase. Bezien wordt of de aanbevelingen die ten aanzien van de arbeidsomstandigheden in het A-blad worden voorgesteld ook praktisch en economisch haalbaar zijn. Het woord is nu aan de branche.

Het doel van de zogeheten A-bladen die de Stichting Arbouw inmiddels voor diverse beroepsgroepen heeft ontwikkeld is te komen tot afspraken tussen werkgevers en werknemers over arbeidsomstandigheden. Inzet is de levering van een positieve bijdrage aan de sector in zijn algemeen en de individuele werknemer in het bijzonder. Kortgeleden is het concept van het A-blad gereed gekomen. Nu is het moment daar dat het A-blad in de praktijk kan worden getoetst. Een belangrijke fase. Want arbeidsomstandigheden vormen een essentieel onderdeel in de CAO-besprekingen tussen werkgevers en werknemers en het A-blad is in die onderhandelingen het uitgangspunt.
De afspraken die in het A-blad worden vermeld hebben betrekking op het ontwerp van hellende daken, op de manier waarop materialen worden aangeleverd en op te gebruiken hulpmiddelen, gereedschappen en werkmethoden. De afspraken zijn gemaakt met inachtneming en ter nadere invulling van hetgeen in de Arbowet en de Wet op de Ondernemingsraden is bepaald.

Minder belastend en veiliger

Het leggen van dakpannen moet minder belastend en veiliger worden, zo is de insteek van het A-blad. Daardoor wordt de kans op ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid kleiner en kan de kwaliteit van het werk verbeteren. Voor het belastende werk worden in het A-blad verschillende oplossingen genoemd, oplossingen voor zowel grote als kleine ondernemers die overigens al bij een groot aantal bedrijven dagelijks in de praktijk worden toegepast.
Erkend wordt dat de arbeidsomstandigheden bij het leggen van pannen dikwijls mede afhankelijk zijn van anderen, zoals opdrachtgevers, ontwerpers, werkvoorbereiders en fabrikanten van hulpmiddelen en gereedschappen. In het blad worden oplossingen genoemd voor het opperen op het maaiveld, opperen op het dak, het vastzetten van panlatten, het pannen leggen, het vastzetten c.q. verwijderen van dakpannen en het zagen in dakpannen.

Algemene knelpunten

Geconstateerd wordt dat er een aantal algemene knelpunten aanwezig zijn waar het gaat om algemene belastende werkomstandigheden. Genoemd worden: De knelpunten bij het opperen (zowel op het maaiveld als op het dak) en het leggen en zagen van pannen hebben voornamelijk te maken met de uitzonderlijke fysieke belasting waaronder de dakdekkers moeten werken. Het gaat met name om het tillen en bukken, verrichtingen die als belangrijkste oorzaken worden aangemerkt voor de aandoeningen aan het lichaam. Een groot deel van het ziekteverzuim wordt hierdoor veroorzaakt. Gebleken is dat -ondanks de voorzieningen die veel dakdekkersbedrijven treffen- de veiligheidsrisico's voor dakdekkers nog altijd groot zijn. Een ander probleem is dat pannenleggers lang achter elkaar steeds hetzelfde werk doen, zoals opperen, pannen leggen, zagen e.d. Hierdoor ontstaat eenzijdige belasting die nog sneller tot ziekteverzuim leidt.
In het concept A-blad hebben werkgevers en werknemers met elkaar afgesproken dat het werk van de dakdekkers zoveel mogelijk wordt afgewisseld tussen werk op de grond en werk op het dak. Dat dakpannen met een mechanisch hulpmiddel zoals een ladderlift of pannencassette op het dak worden gebracht behoeft geen betoog.

Ontwerpfase

Opmerkelijk is dat het A-blad zich nadrukkelijk uitspreekt over het maatregelen die reeds in de ontwerpfase genomen kunnen worden. Indien mogelijk, zo stelt het concept A-blad, wordt gekozen voor een helling tussen 30 en 50 graden. Het is immers de dakhelling die de veiligheid en het gemak van het pannenleggen bepaalt. Een steilere helling dan 50 graden is gevaarlijk, bij een kleinere helling dan 30 graden moet de dakdekker onnodig veel bukken. Daarnaast kan door het het ontwerp worden voorkomen dat er veel pannen afgezaagd moeten worden.
Het A-blad spreekt zich ook uit over de bevestiging van panlatten. Wanneer de panlatten tenminste 2 cm boven de dakplaten of isolatie worden bevestigd, ontstaat er een afstand tussen twee steunpunten voor de voet van de dakdekker van ongeveer 8,5 cm breed waarmee ook de dakdekker met grote voeten voldoende steun heeft. Tevens zal bij het ontwerp van het dak ervoor gezorgd moeten worden dat de panlatten voldoende stevig zijn voor het belopen. Een aantal oplossingen is opgenomen in het SBR-rapport 'Veilig ontwerpen binnen het Bouwprocesbesluit: deel 1 Oplossingen voor daken' en het A-blad 'Dakplaten leggen' van Arbouw.
Het concept A-blad bepleit verder dat daken worden voorzien van looproutes en ladderhaken met bewegingsogen zodat pannenleggers die later voor onderhoud op het dak aan het werk moeten er hun vanglijnen aan vast kunnen maken.

Limieten en grenzen

Om de problematiek omtrent klachten en aandoeningen aan het houdings- en bewegingsapparaat terug te dringen heeft de bedrijfstak ten behoeve van de ontwikkeling van het Arbo-document limieten en grenzen gesteld voor het belastende werk. Er vallen twee limieten te onderscheiden te weten:
De Actie Limiet (AL): Dit is de maximale lichamelijke belasting die 90% van de mannelijke medewerkers mag ondergaan zonder op termijn schade aan de gezondheid op te lopen. Het is dus een gezondheidskundige norm. Gestreefd wordt naar de realisering van de Actie Limiet. Is die niet haalbaar met technische en organisatorische maatregelen dan wordt de Maximale Arbouw Limiet vastgesteld.
De Maximale Arbouw Limiet (MAL): Dit is de lichamelijke belasting die een medewerker mag ondergaan waarbij alle maatregelen zijn genomen die gezien de stand van de techniek en de organisatie in de bedrijfstak of branche mogelijk is. De uitersten van de MAL liggen tussen de 90 en 25% van de mannelijke medewerkers die deze lichamelijke belasting kunnen ondergaan zonder daarbij gezondheidsschade op te lopen.

Voor de andere belastende aspecten van het werk zijn in het A-blad eveneens grenzen vastgesteld. Met betrekking tot het geluid wordt een belasting van meer dan 85 dB(A) ingedeeld in het rode gebied, een belasting van meer dan 80 dB(A) valt in het gele gebied.
Trillingen (bijvoorbeeld als gevolg van zagen en nieten) komen bij meer dan 5 m/s2 in het rode gebied terecht, bij meer dan 2,5 m/s2 in het gele gebied.
De Maximaal Aanvaardbare Concentratie (MAC) van een gas, damp, nevel of stof vallen altijd in het rode gebied.

Goede werkvoorbereiding

Veel onveilige en ongezonde situaties kunnen worden voorkomen door een goede werkvoorbereiding. Het concept pleit ervoor dit aspect in het bestek op te nemen. Genoemd worden onder meer het tijdig contact opnemen met de gemeente voor het vastleggen van het precariorecht (gebruik openbare ruimte) of het nemen van verkeersmaatregelen zodat de bouwplaats toegankelijk is voor een eventuele kraan en voldoende ruimte om veilig te opperen. Een goede werkvoorbereiding heeft niet alleen een groot arbo-effect op de veiligheid en de lichamelijke belasting maar zal daarnaast soms ook een bijdrage leveren aan een grotere efficiëntie.
Een goede werkorganisatie leidt eveneens tot een betere efficiëntie en een grote arbowinst. Goede afspraken en samenwerking met werknemers, opdrachtgevers en eventueel collegabedrijven kunnen voorkomen dat er een onaanvaardbare hoge werkdruk ontstaat door tijd- of capaciteitsgebrek.
In het A-blad wordt uitvoerig ingegaan op de positieve effecten van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en diverse technische hulpmiddelen zoals glijplanken, ladderliften, dakpannencassettes, dakstoelen en -lorries. Elke voorziening op zicht draagt in meer of mindere mate bij aan een grotere veiligheid en/of geringere fysieke belasting.

Oplossingen voor de toekomst

Veel van de in het A-blad genoemde maatregelen zijn al lange tijd gemeengoed in de alledaagse dakenpraktijk. Het A-blad gaat echter ook in op oplossingen die in de toekomst mogelijk genomen kunnen worden om de veiligheid en arbeidsomstandigheden bij het leggen van dakpannen verder te verbeteren. Een voorbeeld is het werken met dakpanplaten van metaal of kunststof. Genoemd wordt ook het toepassen van beloopbare dakpannen of het aanbrengen van 'schoenen en klimijzers', voorzieningen die met name in Duitsland al veel worden toegepast.
Een ander voorstel betreft de verdere ontwikkeling van mechanisatie zoals het aanpassen voor het opperen van dakpannen van de elektrische opkar die door metselaars wordt gebruikt. De dakpannencassette kan verder worden verbeterd, zo wordt gesteld. Genoemd worden: het vullen van de cassette in de fabriek, de cassette opbouwen uit losse elementen (op maat cassette), verbetering van de passing van de cassette in de vrachtwagen en het gebruik van een hydraulische evenaar voor het nauwkeurig instellen van de hellingshoek van de cassette ten opzichte van de dakhoek.
Een ander punt voor de toekomst betreft het werken onder een overkapping die over het gehele bouwproject wordt gebouwd. Zo'n overkapping beschermt pannenleggers en andere bouwvakkers tegen ongewenste weersinvloeden. Op dit momenten werken dakdekkers tot een temperatuur van -4 graden Celsius. Echter bij hogere temperaturen maar bij harde wind, sneeuw, ijzel of regen komt ook de veiligheid van de dakdekker in gevaar en is het werken op hellende daken af te raden.
Het concept A-blad noemt verder de ontwikkeling van een 'ideale pannenleggersschoen'.
Tot slot zou het takenpakket van de pannenleggers uitgebreid moeten worden. Naast het leggen van pannen zouden bijvoorbeeld ook dakkapellen gebouwd kunnen worden, goten aangelegd en schoorstenen gemetseld. Het zijn overigens taken die al in de opleidingen tot pannendekker zijn opgenomen.

Wanneer alle partijen zich aan de voorgestelde voorzieningen en maatregelen zouden houden, zou er op het gebied van de arbeidsomstandigheden veel zijn bereikt. Niettemin erkent de Stichting Arbouw dat er nog meer moet gebeuren. In dit verband wordt Abrie-bouw genoemd. Alle bedrijven in Nederland, groot en klein, zijn verplicht na te gaan welke risico's hun werknemers lopen bij het werk. Abrie-bouw is een instrument dat ten behoeve van de risico-inventarisatie is ontwikkeld. Aandacht wordt eveneens gevraagd voor het Arbobesluit afdeling bouwplaatsen dat voorschrijft dat al in de ontwerpfase van een bouwproject rekening wordt gehouden met de gezondheid en veiligheid van werknemers op de bouwplaats onder verantwoordelijkheid van de coördinator ontwerpfase en de coördinator uitvoeringsfase.
Een punt van voortdurende zorg is de aandacht voor opleiding, voorlichting en instructie. Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet is het opfrissen en bijspijkeren van vakbekwaamheid trouwens verplicht vanuit de overtuiging dat een grote vakbekwaamheid bijdraagt aan de bevordering van veilig, gezond en efficiënt werken.
Verder nog worden genoemd de EHBO en bedrijfshulpverlening, het gestructureerd voeren van taakinstructie en werkoverleg en het implementeren van de bedrijfsgezondheidszorg.
Kortom, het concept A-blad laat geen maatregel ongenoemd die op enigerlei wijze bijdraagt aan een grotere veiligheid van de dakdekker en gezonde arbeidsomstandigheden. Het is nu aan de praktijk om te bezien in hoeverre de maatregelen inpasbaar zijn binnen de context van efficiënt en bedrijfseconomisch werken. Met het A-blad is een degelijk voorzet gegeven. De bedrijfstak zal nu moeten scoren.


Inhoudsopgave Dak Helling '98
Terug naar Dak Helling