Dak Helling 1998-05-08 Stormschade kan een lelijk staartje hebben

Nederland is een winderig land. Door de jaren heen hebben ontelbare stormen over ons land geraasd waarbij de nodige schade is aangericht. Eigenaren / bewoners van woningen gedekt met pannen hoeven de gevolgen van stormen niet altijd verstijfd van schrik af zitten te wachten. Het risico op stormschade kan met een degelijk stappenplan voor een groot deel worden afgedekt.

Het spookte behoorlijk die nacht in de nieuwbouwwijk in Haarlem. Door de storm was een aanzienlijk deel van de dakpannen van het huis van de Woningbouwvereniging 'De zonnige woning' van het dak gewaaid. Een deel daarvan was niet op de straat gekomen, maar op de nieuwe Opel Astra van de familie Jansen. De auto is total loss en de hevig geschrokken autobezitter komt verhaal halen bij de Woningbouwvereniging.
Geen probleem, dacht de Woningbouwvereniging, daar betalen we verzekeringspremie voor. Na een inspectie kwam de deskundige van de verzekeringsmaatschappij met een heel ander verhaal. De dakpannen op dit dak zijn niet verankerd en een berekening wees uit dat het gehele dakvlak verankerd moest zijn. De schade diende verhaald te worden op degene die het dakvlak had gelegd. Omdat de bouwaanvraag ingediend is na 30 september 1992, valt dit huis onder de prestatie-eisen van het Bouwbesluit. Helaas bleek de aannemer, die tevens de pannen had gelegd, niet meer te bestaan. De Woningbouwvereniging is aansprakelijk en een flinke schadeclaim hangt boven haar hoofd.
De bovenstaande Woningbouwvereniging bestaat niet, maar het bovenstaande verhaal kan elke huizenbezitter of woningbouwvereniging overkomen. Stormen hebben het afgelopen decennium voor miljarden aan schade veroorzaakt. Professor ir. N.A. Hendriks constateerde in zijn artikel 'De storm kan ons meer vertellen' dat stormschades in aantallen en economische verliezen gedurende de periode 1960-1992 duidelijk zijn toegenomen. Welke stappen dienen te worden genomen, waardoor de risico's op stormschaden kunnen worden afgedekt?

Het stappenplan, stap 1: de panhaak

Bij de aanvraag van de bouwvergunning dienen twee zaken te worden overlegd: de verankeringsberekening en het type panhaak. Dit is vastgelegd in de Model Bouwverordening MBV1992 artikel 4 bijlage 1.
De keuze van de panhaak is de eerste stap die genomen dient te worden. De belangrijkste richtlijn voor het vaststellen van de juiste panhaak is het KOMO attest met certificaat van de dakpannen. De toonaangevende Nederlandse dakpannenfabrikanten hebben voor elk type dakpan, de juiste dakpanhaak vastgesteld, compleet met bij TNO Bouw geteste rekenwaarde en afbeelding.

Welke eisen worden aan een goede panhaak gesteld?

De eerste en belangrijkste eis aan de panhaak is dat deze de dakpannen voldoende weerstand tegen afwaaien geeft. Dit wordt vastgelegd in een getal: de rekenwaarde. Deze rekenwaarde is niet alleen afhankelijk van de panhaak, maar ook van het dakpantype. Elke combinatie dakpan en panhaak heeft een unieke rekenwaarde. Indien de rekenwaarde voldoende hoog is, kan in de meeste gevallen volstaan worden met dambordsgewijze verankering, waarbij elke tweede dakpan dient te worden verankerd. Dit scheelt in de verwerking, de dakdekker hoeft niet alle dakpannen vast te haken. Een ander voordeel is dat men de niet gehaakte dakpannen omhoog kan schuiven, waardoor het dak veiliger belopen kan worden.
Een tweede belangrijke eis aan een panhaak is dat er voldoende ruimte overblijft in de sluitingen, zodat de panspeling zoals deze in het KOMO attest met certificaat beschreven staat, gehandhaafd blijft. Keramische dakpannen hebben door het productieproces te maken met een verschillende krimp. Hierdoor ontstaan maatverschillen die door speling in de zijsluiting dienen te worden opgevangen. Niet alleen in de dakpannen maar ook in het dakvlak zelf zitten maatverschillen die het noodzakelijk maken dat er panspeling aanwezig is. Vaak is het noodzakelijk om aanpassingen in het dakpanmodel te maken om voldoende panspeling te krijgen. Een voorbeeld is de uitsparing voor de RBB europanhaak in de rechter zijsluiting (onderzijde) van de RBB Sneldek. Een ander voorbeeld is het vlakke kantje in de rechterbovenhoek van de KDN OVH Rubens en Breugels, waar de KDN europanhaak overheen kan schuiven.
Een derde eis die aan de panhaak wordt gesteld is het materiaal. Dit dient RVS 304 kwaliteit of gelijkwaardig te zijn, zoals bijvoorbeeld een hoogwaardige kunststof. De panhaak is het sterkst indien deze aangebracht wordt in de zijsluiting. Het zwakste is de panhaak indien deze aan de bovenzijde wordt bevestigd, zoals bij de kophaak. Deze laatste hebben een aantal nadelen. De meeste kophaken voldoen niet, hun bereik is vaak beperkt. Indien ze wel toegepast kunnen worden, dient elke dakpan vastgelegd te worden. Dambordsgewijze verankering is niet mogelijk. In sommige gevallen licht de kophaak de dakpannen op, wat ten koste gaat van de regendichtheid, met alle gevolgen van dien.
Indien het goede type panhaak is bepaald en de aanvraag voor de bouwvergunning is ingediend, komen we bij de tweede stap: de verankeringsberekening.

Stap 2: de verankeringsberekening

Regelmatig duiken er verhalen op in tijdschriften dat bij de doe-het-zelf handel haakjes te koop zijn voor enkele kwartjes per stuk. Deze haakjes zijn op eenvoudige wijze te bevestigen aan de dakpannen. De woningbezitter hoeft alleen nog even met een ladder het dak op te klimmen. Met het risico dat de avontuurlijke doe-het-zelver de dakpannen door het belopen beschadigt of een lelijke val maakt. Onduidelijk blijft verder welke dakpannen moeten worden vastgezet. Hierbij komen we bij de tweede stap die genomen dient te worden naar een veilig dak: de verankeringsberekening. In de verankeringsberekening is vastgelegd welke pannen dienen te worden verankerd en met welke panhaak. Het verankeren van de dakpannen valt onder hoofdstuk constructieve veiligheid in het Bouwbesluit, en is dus verplicht (artikel 2,174 en 254) voor zowel nieuwbouw als renovatie. De hoofdnorm is NEN 6707 'Bevestiging van dakbedekkingen' en de praktische afleiding hiervan is de NPR6708, hierbij dienen ministeriële besluiten in acht te worden genomen.
De toonaangevende dakpannenindustrie heeft verankeringsprogramma's ontwikkeld, conform NEN6707, welke ook beschikbaar zijn voor de gecertificeerde dakdekker, waarbij van Den Helder tot Vaals berekend kan worden op welke wijze het dak verankerd dient te worden om aan het bouwbesluit te voldoen.

Stap 3: Gecertificeerde dakdekker

De derde en laatste stap is de keuze voor een gecertificeerde dakdekker. Een dakdekkersbedrijf dat beschikt over het KOMO procescertificaat 'Dakdekken Hellende Daken' houdt zich aan twee belangrijke plichten: Het bedrijf moet alle dakdekkerswerkzaamheden uitvoeren volgens de Nationale beoordelingsrichtlijn 'Dakdekken Hellende Daken' (BRL 1513) met de daarbij behorende ontwerp- en uitvoeringsrichtlijnen voor verschillende dakbedekking.
Een gecertificeerd dakdekkersbedrijf moet daarnaast beschikken over een sluitende interne kwaliteitsbewaking (IKB), vastgelegd in een handboek. Het dakdekkersbedrijf zal periodiek worden gecontroleerd door een certificerende instelling die is erkend door de Raad voor Accreditatie.
Dakdekkers die beschikken over een KOMO proces certificaat dakdekker hellende daken worden geacht te hebben voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit stelt. In de halfjaarlijkse gepubliceerde lijst van erkende kwaliteitsverklaringen, die wordt gepubliceerd in de Staatscourant, is immers de Beoordelingsrichtlijn Dakdekker Hellende Daken BRL 1513 opgenomen. Het bouwbesluit bevat in artikel 415 de regeling dat indien volgende de erkende kwaliteitsverklaring wordt gewerkt, verondersteld wordt dat aan het Bouwbesluit is voldoen.
Door te kiezen voor een KOMO gecertificeerd product en een KOMO proces gecertificeerde dakdekker, is het risico op stormschaden tot een redelijk minimum beperkt. Mocht er toch schade ontstaan, dan kan de huizenbezitter aantonen dat hij alle redelijk denkbare maatregelen heeft genomen.

De Nederlandse dakpannenindustrie biedt een verankering conform het bouwbesluit. RBB heeft vanwege de invoering van het bouwbesluit nieuwe panhaken ontwikkeld. De rekenwaarden waren in een vroeg stadium beschikbaar voor alle acht modellen en uitvoeringen.
Dit geldt ook voor Teewenpan voor de Teewenpan en de Glazuron dakpan. Bij KDN zijn panhaken en rekenwaarden beschikbaar, dit geld ook voor de minder gangbare modellen.

Conclusie:

Een goede dakpan maakt nog geen goed dak, voor de dakpannen in Nederland geldt: zorg voor een procesgecertificeerde verwerking. En last but not least: pas de juiste gecertificeerde combinatie van dakpannen en verankering, lees: TNO geteste panhaken toe. Elke combinatie van dakpan en panhaak geeft een andere waarde, daarom heeft elk systeem van dakpan en panhaak een uniek TNO rapport. Dit kan voorkomen wat de Woningbouwvereniging in het begin van het verhaal is overkomen.

De auteur is werkzaam bij de afdeling productontwikkeling RDP

 

door: ir. W.A. Borsboom



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam