Dak Helling 1998-09-06 Welke folie raadt u aan?

In deze editie start Dakhelling met de rubriek 'Geachte Dakdekker'. Stuur uw vraag in maximaal 150 woorden met een foto naar het redactieadres en wellicht krijgt u de volgende keer antwoord van een specialist.

 

Geachte Dakdekker,

Gezien ikzelf al enkele jaren werkzaam ben in de bitumineuze dakbedekking en geïnteresseerd ben in de innovatie hiervan, lees ik al geruime tijd de vakbladen Roofing Holland en Dakhelling. Met veel interesse heb ik de artikelen 'folie op hellende daken, praktijk en uitvoering deel 1 en 2' gelezen (juli/september 1997).
Echter, in plaats van uitroeptekens heeft dit bij mij juist vraagtekens opgeroepen. Dat komt met name omdat ik helaas met hellende daken nagenoeg geen ervaring heb.
Nu komt mijn probleem. Ik ben van plan om mijn dak van een nieuw pannendak te voorzien en tevens te isoleren. Met het leggen van de pannen verwacht ik niet al te veel problemen, aangezien het twee rechte vlakken zijn met een dakkapel als onderbreking. Ook heb ik niets te maken met de daken van beide buren omdat hier zinkgoten tussen liggen.
Mijn probleem zit 'm in de keuze van de folie. Welke, hoe en vooral waar: op de latten, op het dakbeschot, op, onder of juist liever tussen de isolatie.

Mijn vraag is: welke folie kan ik het beste gebruiken. Met of zonder wapening, waterkering en wel of niet damp-open.
Ik ben van plan om als volgt het werk te gaan uitvoeren. Mijn huidige dek bestaat uit alleen oude holle pannen en nokvorsten, zonder hoekpannen en loodslabbe in de opgaande muur (trapgevel-afsmeerlaag van zand en cement) Hieronder zit een nog niet aangetaste houten dakbeschot met een helling van 45 graden. De bedoeling is om alles tot aan het dakbeschot te verwijderen en van daar weer op te bouwen.
Mijn idee is om over het dakbeschot een folie aan te brengen, daarna tengels en hiertussen vertikaal te isoleren met een PU isolatie van 4 of 6 centimeter dikte, afhankelijk van de afstand tussen het dakbeschot en de te plaatsen panlatten.
Daarna wil ik de panlatten plaatsen en hiertussen horizontaal isoleren met een glas- of steenwoldeken tot strak aan het pannendek. Aan de achterzijde wil ik hoekpannen plaatsen, aan de voorkant lood inslijpen en ook wil ik onder de nokpannen lood leggen met een overlapping van 10 centimeter op beide dakdelen en met een maximale lengte van 110 centimeter per slabbe. Aan de onderkant komt een vogel/muiswering. De pannen worden om de vijf verankerd.
Mijn keuze voor de nieuwe pannen valt op de RBB sneldek, gezien de lage kosten en het gemak van de pannen. Ook wat betreft het gewicht van de pan ten opzichte van de oude pannen die er nu opliggen.
Kunt u mij vertellen of de gemaakte keuzes goed zijn. En welke folie ik het beste kan gebruiken. Tot slot vraag ik mij af of het combineren van twee verschillende soorten isolatie wel verstandig is.

Met vriendelijke groet, Marco Heinen, Dordrecht.

Beste mijnheer Heinen,

Zoals u zult begrijpen kunnen de gestelde vragen niet met een simpel ja of nee beantwoord worden, maar verdienen ze een zo duidelijk mogelijke uitleg.
Derhalve zullen de meest belangrijke onderwerpen onderstaand behandeld worden.

1. Isolatie: tegenwoordig zijn er in de handel uitstekende na-isolatie elementen in de handel verkrijgbaar met een PUR- of EPS isolatie waar de tengels al aan bevestigd zijn. Deze kant en klare elementen kunnen direct over het bestaande dakbeschot aangebracht worden en behoeven geen folie voorziening aan boven- of onderzijde. (mits deze elementen uiteraard overeenkomstig de verwerkings-voorschriften aangebracht worden). Het extra isoleren tussen de panlatten dient afgeraden te worden aangezien de vereiste ventilatie tussen dakpannen en dakbeschot (bovenzijde isolatie) hiermee geblokkeerd wordt. Bovendien kunnen dakpannen vocht doorgeven aan de minerale wol isolatie (na langdurige regenval kan de onderzijde vochtig worden) waardoor de beoogde, extra hoge, isolatie waarde aanzienlijk lager uitkomt dan verwacht zou worden.
Extra aandacht verdienen de nadelige gevolgen voor de windbelasting. Door het dichtzetten van de dakspouw dient de windbelasting verhoogd te worden met 400 N/m2 waardoor een aanzienlijk zwaardere verankering van de dakpannen vereist wordt.

2. Lood: het toepassen van noklood op betonnen dakpannen is niet direct te adviseren. De verwerking vereist een zekere mate van vakmanschap om het lood in de profilering van de dakpannen te drijven. Bovendien is een dergelijke afdichting niet zelf-ventilerend en zijn derhalve extra ventilatiepannen benodigd.

Toepassen van een kunststof ondervorst is eenvoudiger, minder arbeidsintensief en realiseert bovendien een zelfventilerende constructie.

De toepassing van lood tegen opgaand metselwerk dient aan een aantal specifieke eisen te voldoen. Een van deze eisen is dat het lood minimaal 30 mm in het bestaande metselwerk ingeslepen dient te worden (lood minimaal 15 kg/m2).
Voor een uitgebreide informatie m.b.t. de loodverwerking kunt u contact opnemen met S.I.B.L in Rijswijk (Z.H)

3. Dakvoet: het aanbrengen van een vogel/muiswering aan de dakvoet is een goede zaak en voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Waar mogelijkerwijs geen rekening mee gehouden is, is het feit dat door het opbrengen van min. 60 mm isolatie de waterloop van de dakpannen aanzienlijk gewijzigd wordt. De detaillering aan de gootzijde dient steeds zodanig te zijn dat het aflopende regenwater in de goot belandt. Veelal is het zo dat de onderste pannenrij in dergelijke situaties in de daklengte omhoog geschoven wordt om dit te bereiken.
In dit geval kan het dan ook nodig zijn i.p.v. een vogel/ muiswering een dakvoetprofiel met vogelwering toe te passen waardoor de onderzijde van het dakbeschot (met isolatie) tegen opspattend water en vogels beschermd wordt.

4. Verholen goten: evenals bij de goot ontstaat, door de opgebrachte isolatie, t.p.v. de woningscheidende wand hetzelfde probleem van niveauverschillen. Eventueel kan dit niveauverschil afgedekt worden door hier gevelpannen toe te passen (afhankelijk van het hoogteverschil kunnen deze door afslijpen aangepast worden). Een andere oplossing kan een uit zink gezet L-profiel zijn dat vanaf bovenkant panlat in de verholen goot steekt en de betreffende hoogte afdekt.

5. Verankering dakpannen: het verankeren van de dakpannen dient te voldoen aan de eisen als vermeld in het Bouwbesluit. In de NEN 6707 en NPR 6708 (welke onder de werking van het Bouwbesluit vallen) is omschreven hoe de verankerings-berekening dient plaats te vinden. Gezien de ligging (Dordrecht) lijkt het er in eerste instantie op dat de dakpannen verankerd dienen te worden. Afhankelijk van afmetingen van het gebouw, nokhoogte en dakhelling dient exact berekend te worden in welke mate, en met welke middelen er verankerd moet worden. Het verankeren 'om de vijf' hoort in ieder geval niet tot de mogelijkheden als vermeld in de betreffende normeringen. Verankering dient (indien dit volgens de berekening nodig is) altijd dambords-gewijs of volledig te geschieden.

6. Folie: zoals u gemerkt zult hebben wordt er bovenstaand niet ingegaan op toepassing van folie. Door het op de juiste wijze verwerken van de na-isolatie elementen wordt het toepassen van een folie op het onderdak overbodig.

7. Algemeen: van groot belang bij de uitvoering van de verschillende werkzaamheden is het voldoen aan de verwerkingsvoorschriften van de fabrikanten van de diverse materialen.

Conclusie: samenvattend dient gesteld te worden dat voor de uitvoering van de verschillende werkzaamheden zoveel vakkennis vereist is dat geadviseerd wordt het werk uit te laten voeren door een vakbekwaam dakdekkersbedrijf.
Informatie hierover kunt u ongetwijfeld in winnen bij Vereniging Het Hellende Dak te Culemborg.

In het vertrouwen u met bovenstaande voldoende van dienst te zijn verblijft,

Met vriendelijke groet,

 

L.A.Iseger
Hoofd voorlichting/ontwikkeling Theo Pouw Dakpannen B.V.



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam