Roofing Holland 1997-02-06 Mechanische bevestiging van polyurethaanschuim isolatieplaten

Sinds enige tijd bestaat er bij dakdekkers en voorschrijvende instanties onduidelijkheid over het aantal toe te passen mechanische bevestigingsmiddelen bij polyurethaanschuim isolatie platen. In dit artikel wordt de huidige opinie met betrekking tot het mechanisch bevestigen van polyurethaanschuim isolatieplaten weergegeven.

 

De traditionele regels

Indirect mechanisch bevestigde isolatie

Onder indirect mechanisch bevestigde isolatie wordt een systeem verstaan waarbij de dakbedekking mechanisch bevestigd wordt (een- of tweelaagse dakbedekking) en waarbij de isolatieplaten met zogenaamde 'werkparkers' tegen verschuiven en omhoog zuigen door overdruk worden bevestigd.
Bij bitumineuze dakbedekking wordt traditioneel, ongeacht het type isolatiemateriaal, één werkparker per plaat of plaatgedeelte toegepast.
Bij mechanisch bevestigde kunststofdakbedekking worden in kunststofschuim isolatieplaten meestal vier bevestigingsmiddelen per plaat toegepast, met name om te voorkomen dat de isolatieplaatnaden in de dakbedekking tekenen. Een dergelijke aftekening kan ontstaan door lichte vervorming van de isolatie.

 

Gekleefde isolatie

In de praktijk werden polyurethaanschuimisolatieplaten zowel geslingerd als volledig met bitumen gekleefd. Het kleven met bitumineuze koude kleefstof van polyurethaanschuim isolatieplaten wordt reeds enkele jaren door leveranciers ontraden.

 

Direct mechanisch bevestigde isolatie

Door middel van berekeningen (met computerprogramma's) wordt het aantal bevestigingsmiddelen per plaat bepaald. In sommige situaties is de windbelasting zo laag dat twee bevestigingsmiddelen per plaat voldoende zijn.

 

Merkgebonden bevestigingsregels

In de KOMO attesten-met-productcertificaat van isolatiematerialen zijn de verwerkingsvoorschriften vermeld welke gelden voor het gecertificeerde product. Te weinig realiseert de gebruiker of voorschrijver van de producten zich dat deze verwerkingsrichtlijnen ook afwijkend kunnen zijn van reeds jaren gehanteerde algemene richtlijnen. Reeds in 1995 worden in sommige KOMO attesten-met-productcertificaten van PUR-schuim dakisolatieplaten van de algemene regels afwijkende bevestigingsvoorschriften vermeld. Het betreft dan meer dan één werkparker per plaat bij een mechanisch bevestigd dakbedekkingssysteem en het niet toestaan van partieel (geslingerd) met bitumen gekleefde isolatieplaten. Deze veranderde bevestigingsvoorschiften zijn een gevolg van de toename van de dikte van de toegepaste PUR-platen.

Verschillende polyurethaanschuim fabrikanten hebben reeds geruime tijd geleden geconstateerd dat met name dikke platen (vanaf ca. 70mm) onder bepaalde omstandigheden gevoeliger zijn voor vervormen.
Door de isolatieplaten met tenminste vier werkparkers per plaat (nabij ieder hoekpunt) te bevestigen of volledig in plaats van partieel met bitumen te kleven word dit probleem ondervangen.

 

Onbekendheid met regels

Hoewel enkele fabrikanten/leveranciers deze aangepaste verwerkingsrichtlijnen al vanaf 1995 in hun certificaten hebben vermeld kan men in z'n algemeenheid stellen dat deze regels bij de dakdekker niet bekend zijn.
In geval van problemen wordt de dakdekker dan onaangenaam verrast met de in het certificaat vermelde, van de algemene regels afwijkende, richtlijnen. Een situatie die uiteindelijk leidde tot onduidelijkheid en verwarring bij uitvoerende en voorschrijvende partijen over de wijze van bevestigen van PUR-schuim platen.

In dit verband moet worden opgemerkt dat in zijn algemeenheid KOMO attesten-met-productcertificaat slechts door zeer weinig mensen worden gelezen, omdat enerzijds de leesbaarheid en praktische hanteerbaarheid van dit document door dakdekkers als slecht wordt gewaardeerd en omdat anderzijds de hoeveelheid certificaten in de dakbedekkingsbranche dermate groot is geworden dat het slechts voor weinigen is weggelegd om de tijd te vinden zich op de hoogte te stellen en te houden van de inhoud van de huidige certificaten. Een probleem dat overigens ook opgaat voor de dakbedekkingscertificaten.

 

Nieuwe algemeen hanteerbare bevestigingsregels voor PUR-schuimisolatieplaten

Om aan de ontstane onduidelijkheid een eind te maken gaan vrijwel alle leveranciers van PUR-schuimisolatieplaten (wel of niet gecertificeerd) er toe over om gelijkluidende bevestigingsvoorschriften te hanteren. Deze zijn in tabel 1 in het kort weergegeven.
De regels voor het mechanisch bevestigen van isolatie en dakbedekking gelden ook voor het recentelijk door Recticel geïntroduceerde Eurothane PIR-schuim.

 

Algemeen hanteerbare bevestigingsvoorschriften voor PUR-schuimplaten

bevestigingswijze voorwaarde
lg
(losliggend geballast)
Geen aanvullende regels.
nd
(direct mechanisch bevestigd)
Minimaal 4 bevestigingsmiddelen per plaat, ook als volgens een windbelastingsberekening minder bevestigers zijn toegestaan.
ni
(indirect mechanisch bevestigd onder een mechanisch bevestigde dakbedekking)
Minimaal 4 'werkparkers' per plaat aanbrengen voordat de dakbedekking mechanisch bevestigd wordt.
fw
(volledig kleven met warme bitumen)
Geen aanvullende regels.

Andere bevestigingswijzen zijn ook toegestaan mits ze de goedkeuring van de leverancier van het PUR-schuim hebben.

door: Janus Smits



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief