Roofing Holland 1997-03-06 Stormschade, een logisch gevolg

Vierentwintig en vijfentwintig februari was het weer zover. Een flinke storm raasde over een gedeelte van Nederland. Het gevolg was onder andere stormschade aan daken. Wederom is duidelijk geworden dat één van de meest kritische punten van een dakvlak de dakrandafwerking is. Hieronder wordt hierover verslag gedaan.

De constructie opbouw van het betreffende dakvlak bestaat van boven naar beneden uit:

  • APP gemodificeerde gebitumineerde toplaag, gebrand aan gebracht;
  • Geëxpandeerd perliet isolatieplaten aan de bovenzijde voorzien van een bitumencoating; de platen met bitumen gekleefd;
  • Gebitumineerd glasvlies met bitumen gekleefd;
  • steenachtige onderconstructie.

De dakrandopstand is van beton, hiertegen is de dampremmende laag opgezet tot boven het isolatiemateriaal. Verder zijn gemodificeerde opstandstroken aangebracht tot aan de voorzijde van de opstand. Een afwerkprofiel (daktrim of afdekkap) was nog niet gemonteerd.

 

De waarnemingen

De dakbedekking is over ca. 50% van het dakvlak weggewaaid. Hierbij is de toplaag van het isolatiemateriaal gedelamineerd. De bitumineuze dakrandafwerking is geheel intact met de dakbedekking van het vlak weggewaaid. De dakbedekking is, op enkele incidentele plaatsen na, volledig gebrand op het isolatiemateriaal.
Met betrekking tot de afwerking van de dakrandopstand wordt het volgende geconstateerd:

  • Het beton is niet voorzien van een primerlaag
  • De opgezette dampremmende laag is niet tegen het verticale gedeelte van de dakrandopstand bevestigd
  • De gemodificeerde opstandstroken zijn niet vastgebrand op het verticale en horizontale gedeelte van de dakrandopstand
  • Kimfixatie (mechanisch of met tegels) is niet aanwezig

Ontstaan van de schade

Doordat de bitumineuze opstandafwerking nog op het verticale en nog op het horizontale gedeelte van de bouwkundige opstand hecht heeft de wind het horizontale gedeelte van de afwerking opgelicht en is directe winddruk tegen de onderzijde van de opstandbekleding opgetreden.
Deze directe winddruk tegen de onderzijde van de dakbedekking heeft afpellen van de dakbedekking van het isolatiemateriaal tot gevolg gehad.

 

Wat is er fout gegaan?

Ongeacht welke afwerking (daktrim, afdekkap, kraallat etc.) moet worden aangebracht altijd moet gezorgd worden voor een winddichte aansluiting. Dit betekent dat opstandstroken volledig op de ondergrond moeten worden gekleefd (brandmethode, gietmethode, koudkleven of dergelijke).
Om een blijvende hechting met de ondergrond te krijgen moeten hiertoe steenachtige materialen (dus ook beton) worden voorzien van een primerlaag. Na droging van deze laag moeten de opstandstroken worden gebrand.
Bij dit project had dus de betonnen opstand moeten worden voorgesmeerd (aanbrengen van een primerlaag). De opgezette damprem en opstandstroken hadden volledig hechtend op de opstand moeten worden aangebracht.

Als volledige hechting aanwezig zou zijn geweest had de wind niet tegen de onderzijde van de dakbedekking kunnen drukken en hadden vanuit de dakrand nooit pelkrachten kunnen ontstaan.
De huidige Vebidak richtlijnen adviseren ook bij volledig gekleefde dakbedekkingssystemen zogenaamde kimfixatie (mechanische bevestiging in de kim of tegels langs de dakrand). Deze was bij dit project niet aanwezig. Een kimfixatie in combinatie met slecht hechtende stroken had wellicht stormschade kunnen voorkomen.

 

Project 2

De constructie opbouw bestaat van boven naar beneden uit:

  • APP gemodificeerde gebitumineerde toplaag, gebrand aangebracht;
  • Geperforeerd gebitumineerd glasvlies;
  • Gecacheerd polyurethaanschuim isolatieplaten, met bitumen gekleefd;
  • Steenachtige onderconstructie bestaande uit TT-liggers met een flensdikte van ca. 30mm.

De dakrandopstand is vanwege de dakhelling op sommige plaatsen meer dan 1,50m hoog. Deze opstand bestaat uit betonelementen waartegen dakbedekking gebrand is aangebracht. De bovenzijde van de opstand is afgewerkt met een metalen afdekkap.

 

Waarnemingen

Over een groot gedeelte van het dakoppervlak zijn de isolatieplaten en/of de dakbedekking opgewaaid. De stormschade concentreert zich rondom een grote verlaging in de dakrand. Eveneens is de verticale bekleding van de dakrand losgewaaid.
Uit de aanwezige losse isolatieplaten en dakbedekking kan worden opgemaakt dat de isolatie soms niet of nauwelijks was gekleefd op de ondergrond en dat de dakbedekking soms niet of nauwelijks hechtte op de isolatie.

De verticale bekleding van de borstwering staat bol ten gevolge van winddruk tegen de achterzijde van deze bekleding.

 

Ontstaan van de schade

Naast onvoldoende hechting tussen dakbedekking en isolatieplaten enerzijds en isolatie en ondergrond anderzijds is een niet winddicht dakranddetail mede oorzaak van deze stormschade. Het bol staan van de opstandbekleding duidt op directe winddruk tegen de achterzijde van de bekleding. In combinatie met een minimale hechting van deze bekleding tegen de opstand vindt dan afpellen plaats.
Hoewel een vorm van kimfixatie met betonnagels aanwezig was heeft dit het afpellen van de opstandbekleding tot verder het dak op niet kunnen voorkomen.

Het is niet ondenkbaar dat de optredende krachten door het klapperen van grotere dakbedekkingsgedeelten (losgewaaide bekleding bij hoge borstweringen) te groot zijn voor de 'traditionele' puntsgewijze kimfixatie. Bij hoge borstweringen geldt dit zeker voor een kimfixatie met tegels.
Door het geweld van klapperende losgewaaide grote stukken opstandbekleding verschuiven tegels waardoor de functie als kimfixatie niet meer aanwezig is. In dit soort situaties moet eerder gedacht worden aan een lijnvormige kimfixatie met doorgaande metalen strippen.

 

Herstel van de schade

Om het slopen van de bestaande afwerking tot een minimum te beperken wordt in deze situatie de voorkeur gegeven aan een mechanisch bevestigd dakbedekkingssysteem.
Om een indruk te krijgen van de uittrekwaarde van betonschroeven uit de relatief dunne flens van de TT-liggers zijn uittrekproeven gedaan. De minimum uittrekwaarde bedraagt 4000N. Deze kracht is dermate hoog dat de toelaatbare kracht per bevestigingspunt van de mechanisch bevestigde dakbedekking of onderlaag maatgevend is. De orde van grootte van deze kracht bedraagt ca. 400-600N (merk afhankelijk).

 

door: Janus Smits



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam