Roofing Holland 1997-03-08 Brandmuren op het dak

Om het gevaar van brandoverslag of branddoorslag van de ene ruimte in een gebouw naar andere ruimten te beperken worden in een gebouw brandmuren geplaatst. Niet alleen de afscheiding van de muur zelf is daarbij belangrijk maar ook de aansluitingen met de overige bouwdelen, zoals de aansluiting met het dak. Om mogelijke brandoverslag via het dak te beperken wordt vaak gekozen voor het doorvoeren van de brandmuur door het platte dak. Voor de beperking van mogelijke brandoverslag een goede zaak, maar dan wel met een goede invulling. Een brandmuur door het dak heeft bij het niet juist uitvoeren vervelende gevolgen. Bovendien zijn er ook alternatieven om brandoverslag te voorkomen. Een overzicht.

Conform NEN 6068 moet bij het ontwerp van een gebouw rekening worden gehouden met het gevaar van branddoorslag en brandoverslag. Dat geldt niet alleen tussen ruimten in één en hetzelfde gebouw maar ook tussen gebouwen onderling. Het is voor gebruikers van belang dat wanneer de buurman een brandgevaarlijke activiteit bedrijft, de risico's van overslag in het geval van brand zo beperkt als mogelijk zijn. Uiteraard vindt dat ook weer zijn weerslag in de verzekeringspremies en de uitsluitingen in de kleine lettertjes. Verhuurders en beheerders van o.a. bedrijfs-verzamel-gebouwen kiezen dan ook steeds meer voor brandmuren en detailleringen gericht op beperken van brandoverslag. Het beperken van het gevaar voor brandoverslag is dus belangrijk. Het bepalen van het risico van brandoverslag gebeurt aan de hand van twee criteria te weten de bepaling van de mogelijke branduitbreidingstrajecten tussen de beschouwde ruimten en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag per traject. Daarnaast is de zogenaamde vuurbelasting van een ruimte van belang en de kans dat brand ontstaat . Het vaststellen van de branduitbreidingstrajecten is een specialisme. In dit artikel wordt daar niet verder op ingegaan.

 

De permanente vuurbelasting

Behalve het gevaar van branduitbreiding is het mogelijke ontstaan van brand en de mate van hevigheid van de mogelijke brand van belang. De mate van mogelijke brand is afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid brandbaar materiaal en wordt de vuurbelasting genoemd. Voor ontwerpers en bouwers is de permanente vuurbelasting dus een grootheid. De permanente vuurbelasting van een ruimte wordt bepaald door de som van de bijdragen van de materialen die deel uitmaken van bouwdelen die zich in de ruimte bevinden danwel deze ruimte begrenzen. (NEN 6090). Populair gezegd: je gooit alle bouwmateriaal van die ruimte op een hoop en kijkt dan hoeveel vuur je daar van kan verwachten als het eenmaal brandt. Belangrijk te weten is dat de bepaling van de vuurbelasting een prestatie-eis is zoals daar in het bouwbesluit naar wordt verwezen. Net als bij de berekening voor energiegebruik betekent dat niet meer exact aangeven hoeveel isolatiewaarde een wand, vloer of dak moet hebben maar aangeven hoe groot het energiegebruik van een ruimte mag zijn. De ontwerper/bouwer wordt vrij gelaten hoe hij/zij dat realiseert. Zo ook met de bepaling van de vuurbelasting.

 

De ontbrandingsfactor

De meeste materialen en constructies kunnen branden. De mate waarin dat gebeurt en onder welke omstandigheden wordt het ontbrandingsgedrag van een materiaal genoemd. Het ontbrandingsgedrag van daken is vastgelegd in NEN 6063 en beschrijft de beproeving van het 'vliegvuurbestendig' zijn van een dak. De gedachte is dat een dak tot ontbranding komt hetzij van binnenuit, hetzij van buitenaf door vuur wat door de lucht wordt aangevoerd, zogenaamd vliegvuur. Dat kan zijn een vuurpijl maar ook een brandend deel van een naastgelegen pand wat in brand staat. Een dakbedekking moet enige weerstand bieden tegen vliegvuur of anders gezegd 'vliegvuurbestendig' zijn. De eis van vliegvuurbestendigheid is niet in alle landen in Europa gelijk. Er wordt momenteel gewerkt aan één internationale test. De vliegvuurbestendigheidstest zoals wij die hanteren wordt ook in Duitsland gehanteerd. Aanvullend op de ontbranding mogen daken bij brand van binnenuit geen bijdrage leveren aan branduitbreiding. Zo mag het dak bij brand geen vlammen of hete gassen doorlaten en uit de bovenkant van het dak mogen bij brand geen brandbare gassen vrijkomen.

   
   

Brandmuren

Om aan de eisen voor brandoverslag en/of branddoorslag te kunnen voldoen zijn brandmuren in industriële gebouwen vaak noodzakelijk. Aan de aansluitingen moet en wordt veel aandacht besteed teneinde de functie optimaal te garanderen. Eenmaal boven het dak is het aan de dakdekker. Over die details wordt nauwelijks nagedacht zo lijkt het. Een brandmuur die door een dak steekt en aldus de dakvloer in tweeën deelt is feitelijk niets anders dan een dilatatie in de dakvloer. Daar komt nog bij dat de werking tussen brandmuur en het dak sterk verschilt. Met name bij grote daken en stalen dakvloeren is er een sterk verschil in werking tussen de brandmuur en het dak. De richting van de cannelures in het profiel kan het verschil in werking nog extra beïnvloeden. Hoe langer de brandmuur hoe sterker het verschil aan de uiteinden. Wanneer geen rekening wordt gehouden met dat verschil in werking zijn dakschades het gevolg. Een theoretisch voorbeeld van verschil in werking.

Een dak met een dakvloer van geprofileerd staalplaat wordt doorbroken door een brandmuur van van kalkzandsteen. De lengte van de brandmuur bedraagt 40 m. Het verschil in uitzetting als gevolg van een temperatuurverandering van 10 graden is op die 40 meter 1,6 centimeter. Dat lijkt niet zoveel. De temperatuurschommelingen van het stalen dak echter zijn als gevolg van opwarming door de zon aanzienlijk groter dan de temperatuurschommelingen van de brandmuur. Ook de temperatuur van het stalen dak loopt op een zonnige dag veel hoger op dan die van de brandmuur. Uitgaand van een zonnige dag kan de temperatuur van een stalen dak goed 50 oC zijn. Als de brandmuur 30 oC warm wordt bedraagt het verschil ten opzichte van een ochtendtemperatuur van 15 oC al bijna 13 centimeter. Natuurlijk wordt de uitzetting als gevolg van temperatuur in een dakconstructie niet geheel vertaald in een lengteverschil. De stijfheid van de constructie en de aanwezigheid van doorbrekingen verminderen het effect. Toch blijft er een aanzienlijk verschil in werking tussen de delen. Bovendien beweegt een staalconstructie bij wind geheel anders dan een 'starre' brandmuur.
Niet voor niets wordt constructief gezien de brandmuur vrijwel in alle gevallen gescheiden van de stalen dakvloer.

 

Loskoppelen van brandmuur en dakbedekking

Een brandmuur door het dak moet dus los worden gehouden van het dak en zeker los gehouden worden van de dakbedekking. Een goede oplossing bestaat hieruit dat de brandmuur gezien wordt als een dubbelzijdige dakbeëindiging waarbij de dakbedekking wordt opgezet tegen een opstand welke aan de dakvloer is bevestigd. De brandmuur zelf moet onafhankelijk van het dak waterdicht worden afgewerkt en kunnen werken ten opzichte van het dak en de dakbedekking. Een voorbeeld is in afbeelding 3 uitgewerkt.

   
   

Een beëindiging van de brandmuur onder het dak

Het kan zijn dat een dergelijke oplossing te duur wordt bevonden. Er moeten immers aan twee zijden zetstukken worden gezet, aan twee zijden druipprofielen, aan twee zijden tochtprofielen, meerdere randstroken en afwerkingen etc. Een goed en mogelijk goedkoper alternatief is het niet doortrekken van de brandmuur door het dak. Dat blijkt ook voor dakconstructies met geprofileerd stalen dakplaten mogelijk. Dit alternatief is uitgewerkt en beproefd door de firma Promat.
De brandmuur eindigt onder het dak tegen de geprofileerd stalen dakplaten. De eventuele ruimte tussen de brandmuur en de geprofileerd stalen dakplaten mag niet worden opgevuld met kunststof schuim. De cannelures in de geprofileerd stalen dakplaten moeten ter plaatse van de brandmuur, om branddoorslag te voorkomen, volledig zijn gevuld met vormstukken van minerale wol. Aanvullend moeten de geprofileerd stalen dakplaten aan de onderzijde over een breedte van 1,5 m beschermd zijn tegen brand. In het voorbeeld van de firma Promat, een afscherming van Promatect®-H met een dikte van 15 mm. Boven de brandmuur moet een onbrandbare dakisolatie worden aangebracht over een breedte van 1,5 m aan weerszijden. In totaal dus 3 m breed. Om het brandoverslag risico te beperken is het raadzaam de dakbedekking boven de brandmuur over een breedte van 3 m af te dekken met tegels op tegeldragers. Neem dit aspect wel op met de constructeur. Niet iedere muur is per slot van rekening 'dragend'. De dakbedekking kan nu gewoon doorlopen.

 

Tenslotte

Er zijn in dit artikel vele begrippen genoemd en getracht is aan te geven wat die begrippen inhouden. Brandoverslag en branddoorslag moge duidelijk zijn. Permanente vuurbelasting en vliegvuurbestendigheid kunnen 'nieuwe' begrippen zijn. In alle gevallen betreft het beoordelingscriteria van bouw- en constructiedelen. Delen waar meerdere soorten materialen en uitvoerende partijen bij betrokken zijn. Als leverancier van daken en dakbedekkingen moet daarom rekening worden gehouden met de eisen als hier omschreven. Het is niet aan dakdekkers om invulling te geven aan alle eisen. Dat is meer een zaak van ontwerpers en constructeurs. Besef wel dat een dakdekker niet alles aan elkaar moet plakken met dakbedekking. Koppel de zaken los. Dat 'werkt' een stuk zekerder.

 

door: Ing A.B. Berlee



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam