Roofing Holland 1997-03-12 Dakdekker Lukasse blij na voltooiing project Panta Rei

Deze zomer opent aan de Oosterscheldekering in de Zeeuwse wateren een toeristische attractie van allure voor het publiek haar deuren. Even spectaculair als de permanente expositie zelf, is de vormgeving die het Rotterdamse architectenbureau Nox voor dit gebouw bedacht. Nox koos voor een Soprema-toplaag, bestaande uit een SBS gemodificeerde dakbedekking voorzien van een RVS-laag.

Vanuit de verte heeft het zoetwaterexpo-paviljoen Panta Rei op het voormalig werkeiland Neeltje Jans in de Zeeuwse wateren iets van een gestrande walvis. Wat dichterbij is er voor iemand met enige fantasie vaag de vorm van een garnaal in te herkennen. Toch heeft architectenbureau Nox helemaal niet naar deze voor de hand liggende associaties willen zoeken. Het pand moest vooral uitdrukking geven aan de turbulentie van het water, aan de fysieke beleving van het principe dat alles stroomt (panta rei). Alles stroomt gelijk water, alles heeft een oorsprong en alles heeft bestemming. Wat mens en dier ervaren is niet meer dan een moment, een gestolde emotie.
Het zoetwatergedeelte van het gebouw (het aansluitende zoutwatergedeelte is een ontwerp van Kas Oosterhuis) toont niet alleen aan de buitenkant zijn dynamiek met vele korte draaiingen. De architect wil dat de bezoeker in het gebouw het gevoel krijgt dat hij deel uitmaakt van het water. De bezoeker moet zich voortbewegen over scheve hellingen, nergens zal hij een plek vinden waar hij gemakkelijk stil kan blijven staan. Het ontwerp van het gebouw voert hem verder.
Het is best aardig om te proberen zo'n gedachte uit te drukken in een ontwerp. Maar het moet wel te maken zijn. Want de uitvoeringsproblemen komen bij bosjes op je af. Neem nu alleen het dak. Mag trouwens bij dit ontwerp van de Rotterdamse architecten wel van een dak worden geproken? Op het bureau in de Maasstad vinden ze van niet. "Het is een dak waar je tegenaan kijkt. In die zin is het meer een gevel dan een dak." De benadering verklaart enigszins waarom bij het ontwerp aanvankelijk ook aan een soort PVC-tentdak werd gedacht. "De PVC-membranen zouden over een dubbelwandige constructie moeten worden getrokken waartussen lucht zou worden geblazen. We hebben dit idee snel verlaten omdat een dergelijke dak niet aan de vereiste isolatie-waarde voldeed en ook op milieugebied minder scoorde."
Over de hoofdvorm, waarbij uitgegaan werd van een segmentering van de bouwmassa in dertien delen, bestond op het kantoor al in een vroeg stadium overeenstemming. Anders lag dat met betrekking tot de verschillende opties voor de bouwtechnische problemen. Uiteindelijk kwam de architect uit op een betrekkelijk conventioneel dak met gordingen, een dakbeschot van platen en isolatie.

 

Gespoten dakbedekking

Overwogen is ook om een gespoten dakbedekking te maken. Het architectenbureau was er echter niet helemaal gerust op dat daarmee een strakke huid kon worden verkregen. En dat was wel een strikte voorwaarde. De vormgeving van het gebouw is op sommige punten heel zacht, en op andere plaatsen juist scherp. Alleen bij een strak aangebrachte dakbedekking zou de vormgeving volgens de architect het best tot zijn recht komen. "We hebben overigens aanvankelijk ook nog even een stalen dakbedekking overwogen. Maar met de getordeerde vormen en de dubbele krommingen zou dit materiaal beslist niet toepasbaar zijn." De architect zocht eigenlijk naar een materiaal als bitumen, maar dan niet zo zwart. Het SBS gemodificeerde type met een RVS-laag van Soprema bleek uiteindelijk de gezochte dakbedekking. Sterk, mooi en ideaal plooibaar.
Door de getordeerde vormen moet de dakopbouw van elke laag in twee delen worden gemaakt. Het aanbrengen van één (dikkere) laag is immers fysiek onmogelijk. Zo is er vrijwel geen multiplex toegepast van 1x18 mm maar wel bijna altijd 2x9 mm. De steenwolisolatie bestaat niet uit 1x80 mm maar uit 2x40 mm. In het hele gebouw is het materiaal er min of meer ingewrongen. Er zit zoveel torsie in het gebouw dat het materiaal soms met geweld moest worden bevestigd. Dat mocht ook zichtbaar worden, vond de architect. Als er hier en daar een plooitje in de RVS-dakbedekking zichtbaar is, versterkt dat alleen maar het torsie-effect.
Een dergelijk gebouw van een dakbedekking voorzien is dat nu een uitdaging of een nachtmerrie? Voor Lukasse uit Goes was duidelijk het eerste van toepassing. Lukasse Dakbedekkingen is een betrekkelijk klein bedrijf dat onder leiding staat van de broers Lukasse en doet voornamelijk in bitumineuze en kunststofdakbedekkingen. Daarnaast, in mindere mate, houdt Lukasse zich bezig met leidekken.

 

Ten behoeve van de dakdekker heeft de architect alle uitslagen uitgetekend. Het hele gebouw is op de computer 'platgeslagen' waarna de dakdekker op basis van de tekeningen een legplan kon maken. Een plan waarmee het gebouw niet alleen efficiënt kon worden gedekt, maar waarbij ook uitgerekend werd op welke manier de banen gelegd moesten worden wilden zij de minste hinder ondervinden van de getordeerde vormen.
Dakdekkers zijn over het algemeen gewend met bitumen te werken op plekken waar je het niet ziet. Bij Panta Rei is het echter een ander verhaal. Hier is het dak echt een gevel, De architect wilde dan ook per se een dakdekker aantrekken die goed in de gaten zou hebben dat het allemaal zichtwerk is. Lukasse werd uitverkoren uit een select groepje dakdekkers dat voor het project enkele proefstukken mocht maken.
"De opdrachtgever wilde dat ik naad op naad werkte. En dat is een beetje tegen de logica van de dakdekker in," vertelt Wim Lukasse. "De opzichter wilde absoluut geen naad in het midden van de baan zien. Met name aan de zuidkant, de zichtkant van het gebouw, mocht geen enkele kopse naad zichtbaar zijn. Dat was bijzonder lastig. Je wilt eigenlijk bij elke baan toch minimaal anderhalve meter verspringen. Door deze eisen ten aanzien van de uitvoering zijn er aan de achterkant meer naden gekomen. Ook de langsoverlappen van de onderlaag moesten precies samenvallen met die van de toplaag zodat alleen maar de naadverbinding van de toplaag zichtbaar zou worden."
De dakdekker rekende vooraf op veel snijverliezen. Dat viel uiteindelijk alles mee, vertelt hij. Had Lukasse bijvoorbeeld in vak acht van het legplan een paar meter over, dan wist hij al dat hij deze meters in vak twaalf aan de achterzijde gebruiken kon. "Het is veel puzzelwerk geweest, maar het materiaal is vrij kostbaar en dan reken je liever iets langer dan wanneer je met een gewone zwarte rol werkt."
In de breedte waren de snijverliezen wat groter. Keer op keer moest vanaf de rechterkant met een volle baan worden begonnen. Daarmee kon het gebeuren dat soms een halve baan in de lengterichting werd overgehouden die niet altijd aan de andere kant kon worden benut.

 

Calculatie

Aan de calculatie van een dergelijk werk moet geen beginneling worden gezet. "Wij hebben ondertussen toch echt wel de nodige ervaring maar eerlijk gezegd waren ook niet helemaal gerust op een goede afloop," vertrouwt Lukasse toe. "Wonder boven wonder zijn we er goed uitgesprongen. Het werk was begroot op ruim duizend uur en die uren zijn ook allemaal opgegaan."
Lukasse begon het project met de moeilijkste vakken. Toen een kwart van de gecalculeerde uren waren verbruikt, werd de dakdekker toch wel wat zenuwachtig omdat er op het oog nog zoveel moest gebeuren. Maar bij de middenvakken, haalde hij de vermeende achterstand in. Hier telde het legplan weliswaar de meeste meters, maar wel meters die het gemakkelijkst te leggen waren vanwege de geringere torsie. "Natuurlijk kregen we het werk naarmate het project vorderde steeds meer in de vingers. Niettemin waren we uiteindelijk blij dat het project afgesloten was. Dat de klus was geklaard."

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam