Roofing Holland 1997-06-18 Balkon-aansluitingen met lood

In Roofing Holland nummer 9 (1996) en nummer 4 (1997) is aandacht besteed aan lood bij opgaand metselwerk. In dit derde en voorlopig laatste deel wordt aandacht besteed aan de aansluiting van deurkozijnen met metselwerk en het betreffende dakvlak. Gedacht kan daarbij worden aan dakterrassen en balkons. Het is een gecompliceerd detail dat meestal niet goed wordt uitgevoerd en hardnekkige lekkages geeft bij de aansluiting van het deurkozijn met het metselwerk.

Net als bij de andere twee artikelen geldt dat, hoewel het uitvoeren van loodslabben niet specifiek tot de taken van een dakbedekkingsbedrijf moeten worden gerekend, het goed beoordelen van deze aansluitingen wel zinvol is. Immers lekkages treden wel vaak op bij deze aansluitingen en daar wordt niet zelden de dakdekker op afgerekend.

   
   

Probleemstelling

Het lood dat uit het metselwerk buitenblad naar beneden hangt moet in feite een sprong maken naar het lood dat onder de onderdorpel van het kozijn naar beneden hangt. Deze 'kantelaaf-overbrugging' wordt soms min of meer met schoenmaat 44 'opgelost'. Dat wil zeggen het lood wordt meestal ruw in de hoek getrapt. Het gevolg is dat niet alleen sprake is van een weinig esthetische oplossing, maar bovendien van een vaak op de verstekhoek van de onderliggende metselwerksteen geperforeerde loodslabbe en derhalve van lekkages.

Een tweede probleem is dat geen goede waterkerende aansluiting met spouwlat en kozijn wordt verkregen in het spouwgedeelte. Wegrotten van de kwetsbare stijl-dorpel verbinding en eventueel de spouwlat behoren daarmee tot de mogelijkheden.
Het derde probleem is dat als men probeert om het lood bij de onderdorpel omhoog te leiden veelal niet de ruimte aanwezig is om het lood langs de profilering van het waterhol in de onderdorpel omhoog te leiden. Vaak steekt men dan, bijvoorbeeld met een beitel, een klein stukje weg van de waterkerende druiplijst van de onderdorpel. Als men dat niet doet is vaak het lood beschadigd en in enkele gevallen zelfs geperforeerd.

 

Enkele praktijk-oplossingen

In afbeelding 1 is ondanks dat drie stukken lood zijn toegepast nog steeds sprake van een armzalige oplossing. In de eerste plaats zal bij deze oplossing sprake zijn van water dat geleid wordt onder de loodslabbe van het kozijn en in de tweede plaats is in de spouw absoluut geen waterkerende aansluiting met de stijl geformeerd. Het lood zit bovendien één metselwerklaag te laag in het metselwerk buitenblad. Het in de kantelaaf 'vouwen' van het lood is nog niet uitgevoerd.

   
 

Bij afbeelding twee is een andere oplossing toegepast. Daar wordt het lood in het metselwerk en het lood onder het kozijn in één vlak uitgevoerd. Het voordeel is dat er geen gecompliceerde lood-aansluitingen behoeven te worden uitgevoerd.
Het nadeel is dat de opstandhoogte belangrijk wordt teruggebracht. Op deze foto ruim voldoende, maar bij de meeste dakterrassen en balkons is dit nu juist meestal een veel te laag uit gevoerde opstand. Het tweede nadeel is dat men al snel op het lood zal staan bij het naar binnen- en naar buiten gaan.

 

Een juiste uitvoering

In de eerste plaats dient de loodslabbe in het gevelmetselwerk maximaal één metselwerk laag hoger te worden aangebracht dan de loodslabbe onder het kozijn. Dat betekent dat de loodslabbe onder het kozijn altijd onder de loodslabben in het metselwerk moet worden geleid en niet andersom. In het laatste geval zal er namelijk sprake zijn van capillair vochttransport en wordt juist water onder de loodslabbe van het kozijn geleid.

Een tweede belangrijk punt is dat de loodslabbe onder het kozijn langer is dan de lengte van de onderdorpel. In dat geval bestaat ook daadwerkelijk de mogelijkheid om het lood onder de loodslabbe in het metselwerk te leiden en als het ware in een kommetje omhoog te leiden. De loodslabbe wordt daarbij geleid in dezelfde voeg als de voeg waar de loodslabbe van het metselwerk in is aangebracht.

De loodslabbe in de spouw wordt schuin in de spouw opgezet en tegen het metselwerk-binnenblad gefixeerd. Voor de onderdelen die hierbij aandacht verdienen wordt verwezen naar de eerdere twee artikelen.

Bij de ontmoeting met het kozijn ontstaat echter een probleem. In de eerste plaats zou een inwendige hoek en een uitwendige hoek, in klein formaat, om de spouwlat moeten worden geklopt en vervolgens zou men met het lood weer naar de kozijnstijl moeten gaan. Dit zeer tijdrovende en bovendien kwetsbare detail is buitengewoon eenvoudig te omzeilen door circa de onderste 10 centimeter van de spouwlat te verwijderen. De DPC-strook aan de voorzijde van de spouwlat blijft daarbij intact.

De loodslabbe uit de spouw wordt op de ontmoeting van de loodslabbe met het kozijn; te weten ter plaatse van het waterhol van de onderdorpel ingesneden. Daarmee bestaat de mogelijkheid om het lood in de kantelaaf naar beneden te vouwen. Nadrukkelijk geldt daarbij dat het punt van insnijden dus niet de voorzijde van het kozijn is, maar het waterhol terug.

Het lood wordt daarbij over elkaar heen naar beneden gevouwen. Er ontstaat een naar beneden gevouwen driehoekje precies bij de 'buitenhoek' van gevel en kantelaaf.

Bij onderstaande afbeelding 3 is getracht met een stukje dakbedekking de zwaar beschadigde loodslabbe in de kantelaaf te repareren. Zoals zichtbaar zonder succes.

   
   

De loodslabbe die tegen de kozijnstijl 'botst' wordt omhoog gevouwen in de vorm van een kopschot onder circa 45 graden, zie ook onderstaande afbeelding 4 met het gearceerde deel tegen de kozijnstijl. Strikt genomen zou, ter plaatse van de kozijnstijl, sprake zijn van een tegen de waterloop in gerichte loodslabbe, maar in de eerste plaats valt het overgrote deel van deze aansluiting achter de DPC-slabbe van de spouwlat en in de tweede plaats bestaat er nog de mogelijkheid om op zeker te spelen door een kleine verkenning in de kozijnstijl te maken en vervolgens met een klein stukje gebitumineerd loodband een waterkerende aansluiting op de loodslabbe aan te brengen.
Het kritische punt bij deze uitvoering blijft overigens het punt waar de loodslabbe uit het metselwerk in de kantelaaf hoek naar beneden worden gevouwen en omhoog wordt gevouwen (tegen de stijl). Daar nu komt het voordeel van de loodslabbe die onder de onderdorpel loopt in het metselwerk.
Door simpelweg tussen de beide loodslabben op dit ene punt een kleine hoeveelheid bitumineuze kit aan te brengen, of de aansluiting te solderen is sprake van een volkomen waterdichte aansluiting.

Het bij de probleemstelling genoemde derde probleem is eenvoudig te voorkomen door het metselwerk onder de voeg waar de loodslabbe in komt, terug te houden van het kozijn. Met andere woorden door een grotere steendag toe te passen kan het lood makkelijk de onderdorpel-hoek passeren.

 

door: Ing. R. ter Stege



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam