Roofs 2000-06-12 De praktijk is weerbarstig

De praktijk wijkt altijd af van de theorie. Wat niemand kan verzinnen gebeurt toch. Bij het uitbrengen van een advies bleek maar weer eens hoe divers de daken in Nederland kunnen zijn wat betreft opbouw en prestatie. Niet alleen werd als gevolg van het uitbrengen van een advies duidelijk hoe moeilijk het kan zijn een goede prognose te maken, het stellen van een diagnose kan al problemen opleveren.

In opdracht van een beheerder zijn de daken van een aantal gebouwen in Rotterdam door T-Joint in kaart gebracht met als doel een onderhoudsadvies uit te brengen. Van tevoren was doorgenomen op welke wijze en op welke gronden het advies zou worden verstrekt. De daken zijn opgemeten, gedefinieerd en tot slot beoordeeld. Van ieder dak is de opbouw vastgesteld door middel van een insnijding. Aan de hand van alle verzamelde gegevens is, in samenspraak met de opdrachtgever, vervolgens een onderhoudsadvies opgesteld. Na het in kaart brengen van de daken en het vaststellen van het onderhoud is een bestek geschreven aan de hand waarvan een aantal geselecteerde dakbedekkingsbedrijven werden uitgenodigd een offerte uit te brengen. Dagelijkse kost dus maar één van de daken bleek dat allerminst. Over dat dak handelt dit artikel.
Het dak betrof een met grind geballast dak, aangebracht in de jaren zeventig. Het dak was sterk vervuild en mosgroei gaf aan dat er water op het dak bleef staan. Het grind zat vast in de bedekking en bonken bitumen of teermastiek tussen het grind zorgden ervoor dat er vrijwel continue water op het dak bleef staan. De eerste indruk was dat het dak van een dakbedekkingssysteem was voorzien van teermastiek. Na het insnijden van het dak werd echter de volgende opbouw gevonden:

  • ballastlaag van grind
  • drie lagen dakbedekking, volledig verkleefd
  • een isolatie van cellulair glas, ook wel schuimglas genoemd.
  • een bitumineuze laag dakbedekking, volledig verkleefd aan de ondergrond door middel van bitumen
  • een betonnen onderconstructie

Belangrijk in deze is te melden dat wij de insnijding gemaakt hadden met uitsluitend tot doel de opbouw vast te stellen van de dakconstructie. Het betrof een insnijding ter grootte van ca 10x10 cm. Het leek ons duidelijk, de dakbedekking kon geen teermastiek bedekking zijn maar moest bitumen zijn. Cellulair glas wordt immers niet met teermastiek verwerkt maar met bitumen. Wel vroegen wij ons af waarom er een ballastlaag was aangebracht. Nu zijn er verschillende manieren om vast te stellen of een bedekking van teermastiek is of van bitumen. Je kunt het ten dele zien en dan vooral aan de kenmerkende gebreken van teermastiek of van bitumen. De beste manier om vast te stellen of een bedekking is gemaakt van bitumen of teermastiek is het verwarmen van een stukje dakbedekking. Na verwarmen kan door ruiken worden bepaald wat voor materiaal het betreft. Teermastiek ruikt bij verwarming sterk aromatisch, als carbolineum wat een derivaat is van teermastiek. Bitumen ruikt vlak, naar een oud lijk volgens mijn collega. Ook het vloeigedrag bij verwarmen geeft een aanwijzing. Teermastiek vloeit sneller dan bitumen. Na vaststelling van de opbouw waren wij echter stellig van mening dat het geen teermastiek kon zijn. Helaas stelden wij dat volledig verkeerd vast naar later bleek. Aan de hand van onze bevindingen en de ervaringen van de gebruiker stelden wij dat het dak, ondanks de vervuiling en de mosgroei, nog prima functioneerde en dat aanvullende maatregelen achterwege konden blijven. Regelmatig schoonmaken was dan ook ons advies waarbij het water op het dak voor lief moest worden genomen.

Meerdere meningen

Na het uitbrengen van een bestek op basis van het advies werden vervolgens geselecteerde dakbedekkingsbedrijven aangeschreven. Vertegenwoordigers van de dakbedekkingsbedrijven bezochten de daken aan de hand waarvan werd geoffreerd. Twee bedrijven melden dat zij op het bewuste dak teermastiek hadden aangetroffen en geen bitumineuze bedekking. Eén bedrijf meldde bovendien, dat op de plaats waar zij een insnijding hadden gemaakt, het schuimglas vochtig was. Dat is niet normaal en eigenlijk kan dat niet, zo stelden wij. Daarom, nieuwsgierig geworden, nogmaals gekeken op de bewuste plek waar de dakdekker had ingesneden en zelf nogmaals een insnijding gemaakt. De onderste laag was onbetwist bitumineus net als de kleeflaag waarmee deze was aangebracht. De isolatie van cellulair glas was ook verkleefd aan de onderste laag met bitumen. De isolatie was voor de helft donker verkleurd en vochtig, dat wil zeggen, de bovenste helft was donker tot zwart, de onderste helft grijs en droog. Ter plaatse zat de bovenliggende dakbedekking los van de isolatie. Ook stelden wij vast dat het grind verkleefd was aan de bedekking met teermastiek. Nog wilden wij niet geloven dat de bedekking ook uit teermastiek bestond want welke dakdekker brengt nu eerst cellulair glas aan met bitumen om vervolgens verder te gaan met teermastiek? Eerst wilden we nu weten wat er aan de hand was met de isolatie en daarom maar een leverancier gebeld, Pittsburgh Corning, met het verzoek vast te stellen wat er aan de hand kon zijn. Nieuwsgierig geworden kwamen zij snel opdraven om vervolgens in de eigen archieven op zoek te gaan naar ervaringen met cellulair glas en teermastiek. Een zeer ongebruikelijke opbouw naar bleek want voor zover was na te gaan was een dergelijke opbouw met een losliggende teermastiekbedekking nog niet bekend. Vast stond dat een dergelijke opbouw nog nooit is geadviseerd of is voorgekomen in de voorschriften. Daarbij moet worden aangetekend dat de isolatie was aangebracht voor de oprichting van de Nederlandse afdeling van de leverancier en het dak dus zonder begeleiding is gemaakt. Vastgesteld werd dat het nat worden van het schuimglas een proces is geweest van jaren en dat de oorzaak meer dan waarschijnlijk een lekkage in het dakbedekkingssysteem is. Door het aanhoudend bevriezen en ontdooien van lekwater namelijk kan water cel voor cel indringen in cellulair glas (zie hiervoor ook het kader). Eenmaal nat geworden cellulair glas is blijvend gedeformeerd en slopen en afvoeren van het gedeformeerde gedeelte is het enige wat rest. Door middel van insnijdingen werd vastgesteld hoeveel isolatie vochtig was geworden en aan de hand daarvan kon een vermoedelijk lek worden aangewezen. Besloten werd daarop het grind in z'n geheel te verwijderen om de conditie van de dakbedekking grondiger te bekijken en na eventuele reparaties een nieuwe laag aan te brengen over de bestaande. Het gelokaliseerde vochtige deel moest worden verwijderd.
Na het wegnemen en voor recycling afvoeren van het grind, wat mechanisch gebeurde, kwam de gehele bedekking in beeld. Het bleek overduidelijk een teermastiekbedekking, losliggend aangebracht op cellulair glas wat met bitumen was aangebracht. De blokken waren niet volledig gedrenkt in bitumen maar slechts geplakt met bitumen op de ondergrond. De blokken sloten dus koud aan met als gevolg dat bij de naden de isolatie over de volle dikte vocht kon intreden. Van lekkages had de gebruiker overigens nooit iets gemerkt. Het eind van het liedje is dat er een tweelaags losliggend bitumineus systeem is aangebracht en nieuw grind is aangevoerd als ballastlaag. Het afschot van het dak blijkt prima in orde nu het niet langer wordt gehinderd door bonken teermastiek. Waarom het dak zo is samengesteld is niet te achterhalen. Wellicht dat een lezer van dit artikel het dak herkent en duidelijkheid kan verschaffen. Wij stelden vast dat bij twijfel een insnijding van minimaal 0,6x0,6 m2 gemaakt moet worden en theorie niet alles is. De praktijk is weerbarstiger.

Compact dakisolatiesysteem met cellulair glas

Compacte dakopbouw

Het isoleren van platte daken met ongecacheerd cellulair glas wordt uitgevoerd in een compacte dakopbouw volgens het zogenaamde Foamglas Kompaktdaksysteem. Bij dit systeem worden de isolatieplaten van cellulair glas volledig op de ondergrond gekleefd met warme bitumen 110/ 30. Door de zijkanten van de platen in bitumen te dompelen (bij verwerking op een geprofileerd staaldak) of door bij het aanbrengen van de platen bitumen in de naden op te stuwen, worden ook de naden met bitumen afgedicht. Vervolgens wordt de dakbedekking volledig op het cellulair glasoppervlak verkleefd door bitumen voor de rol uit te gieten. Bij een gebrand dakbedekkingssysteem wordt de isolatie eerst afgesmeerd met bitumen. Bij deze compacte dakopbouw, is inwendige condensatie of vochtopname in de isolatie uitgesloten. Een dampremmende laag is niet vereist; soms wordt om praktische redenen wel een bitumineuze noodlaag aangebracht.

 

Vochtindringing in cellulair glas duidt op verkeerd systeem

In het bijgaande artikel ‘De praktijk is weerbarstig’ wordt melding gemaakt van vochtige isolatieplaten. Hoe is dat te rijmen met de bovenstaande uitspraak dat cellulair glas geen vocht kan opnemen? De isolatie is immers opgebouwd uit, door dunne glaswandjes,gesloten cellen. Aan de oppervlakte van de plaat zijn de cellen doorgesneden. Als deze cellen niet gevuld zijn met bijvoorbeeld bitumen en er bovendien water bij kan komen, bijvoorbeeld door een lek in de dakbedekking of bij een aansluitdetail, dan kan het zogenaamde vries-dooiproces optreden. Als water bevriest, zet het uit en kunnen celwandjes kapot gedrukt worden. Ontdooit het ijs, dan dringt het dooiwater in de kapotte cellen. Ogenschijnlijk zijn de platen nog intact. Beschadiging van de cellen ten gevolge van het vries-dooiproces is plaatselijk en verloopt langzaam, beginnend vanaf het plaatoppervlak. Materiaal direct onder het oppervlak is nog steeds water- en waterdampdicht. Als vochtig geworden isolatieplaten van cellulair glas worden aangetroffen, duidt dat op een verkeerde

dakopbouw. Vries-dooischade ontstaat niet als de halve oppervlaktecellen van de isolatieplaten met bitumen zijn gevuld zoals hierboven omschreven en zoals dit is voorgeschreven in de technische specificaties. Elke isolatieplaat is dan omhuld met bitumen en vormt zo een water- en waterdampdicht element waarbij vries-dooischade niet op kan treden. Waar geen water kan komen, kan geen water bevriezen!

Cellulair glas en teermastiek

De eerste Nederlandse specificaties voor de verwerking van Foamglas isolatie dateren uit het begin van de jaren ’80. Er wordt uitsluitend gesproken over verwerking en afwerking met warm bitumen 110/30. In België, waar Pittsburgh Corning Europe is gevestigd, is in specificaties van meer dan dertig jaar geleden nooit sprake geweest van verwerking van cellulair glas met teermastiek. In België is wel lang gebruik gemaakt van bitumen 85/25 doch er wordt nu al jaren bitumen 110/30 gebruikt. Er zijn zowel in Nederland als in België bij de fabrikant geen projecten bekend, uitgevoerd met teermastiek, hetgeen echter niet behoeft te betekenen dat er geen daken met teermastiek zijn uitgevoerd.

door: Ing. A.B. Berlee, T-Joint



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam