Roofs 2001-05-36 IFD, een concept in ontwikkeling

       
     
     
Stan Liebrand
In samenwerking met de ministeries van VROM en EZ startte de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) uit Rotterdam in het voorjaar van 1999 met het programma Industrieel Flexibel en Demontabel Bouwen (IFD). Dit programma zou gebouwen beter moeten laten aansluiten op de steeds sneller wisselende, verlangens en eisen van de gebruikers. Flexibiliteit vormt de kern en refereert aan de objecten en de bouwprocessen. Industriële onderdelen die snelle aanpassingen en demontage mogelijk maken, dragen immers bij tot consumentgericht en duurzaam bouwen (DuBo). Demonstratieprojecten moeten de voordelen van IFD-bouwen laten zien, zowel woningbouw als utiliteitsbouw.
Keuzevrijheid voor gebruikers en nauwere samenwerking tussen de partners in de bouwkolom zijn de hoofdbestanddelen van een programma met behulp waarvan genoemde ministeries IFD verder willen gaan promoten. Het IFD programma dat o.a. tot stand kwam in samenwerking met organisaties uit de bouwwereld zoals AVBB, NVTB, Aedes, BNA, ONRI en de RGD, past ook in het onderzoek naar de noodzaak van flexibele (kantoor)huisvesting en verbetering in de beheersing van de stroom bouw- en sloopafval. Bovendien draagt het bij aan de verbetering ARBO omstandigheden tijdens het bouwproces, verkort het doorlooptijden van het bouwproces, kunnen prestatie-eisen objectief worden vastgesteld en nagekomen en is er garantie op het totale eindproduct.

IFD en DuBo
Met programma’s als IFD en DuBo kiest de overheid voor een beleid over langere termijn. Toch is dit steeds aan verandering onderhevig daar het tenminste éénmaal per vier jaar wordt bijgesteld als het kabinet een nieuw regeerakkoord formuleert. Dit betekent dat bouwprojecten in uitvoering aanpassingen kunnen laten zien van een tussentijds bijgesteld beleid, terwijl ze tegelijkertijd het karakter (moeten) hebben van een permanente oplossing. De termen ‘duurzaam’ en ‘permanent’ zijn zo eigenlijk in tegenspraak met ‘beleid’, dat politiek gezien een ‘tijdelijkheid’ van 4 jaar in zich herbergt.
De politiek dient bij het vaststellen van het bouwbeleid dan ook rekening te houden met ontwikkelingen die een kabinetsperiode in tijd ruim overtreffen. Voorbeelden hiervan zijn de neiging van bedrijven om zich steeds vaker buiten de Randstad te vestigen en regio’s die zich meer en meer specialiseren in een bepaald type bedrijvigheid dat zijn eigen eisen stelt aan de bedrijfsomgeving.
Bij de ruimtelijke inrichting zou een regio rekening moeten kunnen houden met dit soort ontwikkelingen om zodoende besluitvormingsprocedures te versnellen.
Anderzijds kan het voor gemeenten - in afwachting van middellange en lange termijnontwikkelingen - van belang zijn om vrijheid van handelen te hebben in de bestemming van een gebied of juist plannen te maken met een ‘beperkte geldigheidsduur’. Gezien de hoge verhuissnelheid van bedrijven, hoeft de beperkte planhorizon van zo’n tijdelijke invulling geen bezwaar te zijn. Tijdelijke planontwikkeling kan zorgen voor een hoogwaardige invulling van gebieden met een wijzigende of onzekere toekomstige bestemming.

Flexibel
Wat nu gepland en gerealiseerd wordt, voldoet na verloop van tijd vaak niet meer aan de wensen van de gebruikers. Dit heeft zowel met de tand des tijds te maken als met het gegeven dat de oorspronkelijke opdrachtgevers verhuizen en nieuwe bewoners met bestaande tekortkomingen worden geconfronteerd.
Kortom, andere mensen dan de opdrachtgevers beslissen later over sloop. Kapitaalvernietiging en materiaalverspilling volgen. Dat dit ook anders kan, behoeft geen betoog en IFD bouwen kan daarin een centrale rol gaan spelen en wezenlijk bijdragen in minder slopen en een beter hergebruik van (gebouw) functies en materialen. Slopen zal zo verdwijnen en terugkeren onder de noemer demonteren. Met name gebouwen die nog niet zo lang staan, zullen bij IFD minder snel gesloopt worden en zijn vrij eenvoudig aan te passen.
Voor veel grote bouwprojecten geldt dat een absolute noodzaak voor het neerzetten voor onbepaalde tijd ontbreekt. Een periode van zo’n 10 tot 20 jaar is tegenwoordig al vrij lang. Het is ook niet meer dan logisch om dergelijke projecten - waar dit kan -, neer te zetten voor een dergelijke periode en na afloop te demonteren of te verplaatsen. Bestemmingsplannen krijgen aldus een beperkte levensduur en herinrichting hoeft per definitie dan niet meer gepaard te gaan met grote schoonmaakwerkzaamheden.
Een gebouw kan aan het einde van een eerste of originele gebruiksperiode in zijn geheel of in gedeeltes worden verplaatst naar een nieuwe locatie en worden ingericht voor een nieuwe functie, afgestemd op de eisen en wensen van dat moment. Eventuele aanpassingen zijn vrij eenvoudig aan te brengen met behulp van demontage van de verschillende bouwdelen. En als slopen demonteren wordt, wordt bouwen in feit niets meer dan monteren en zal verbouwen vervangen gaan worden door verplaatsen en/of aanpassen waarbij gebouwen vrij snel een andere functie kunnen krijgen. En dat geldt niet alleen voor gebouwen maar ook de percelen waarop zij staan of stonden.

 

 

Vast
Binnen duurzaam bouwen betekent hantering van IFD op veel gebieden een grote verandering, met name op het gebied van uitvoering. Waar de woorden ‘bouwen’, ‘verbouwen’ en ‘slopen’ nieuwe betekenissen krijgen of er andere termen voor in de plaats komen, blijft de term ‘ontwerpen’ behouden.
Natuurlijk zullen architecten en vormgevers kennis moeten uitbreiden en werkwijze moeten aanpassen aan het IFD-concept, maar het blijft ontwerpen. Meer nog dan nu het geval is zal bij het ontwerpen van gebouwen, rekening gehouden moeten worden met de eigenschappen van en de omgang met materiaal, juist in relatie tot de ‘D’ van ‘demontabel’. Maar niet alleen materiaalkenmerken verdienen (nog) meer aandacht. Bij het ontwerpen zal terdege rekening gehouden moeten worden met de procesvoortgang. Ook de invalshoek dat een gebouw misschien maar voor 10 of 20 jaar wordt neergezet zal direct van invloed zijn. Begrippen als flexibiliteit, milieubewustzijn, problemen met ruimte, ordening en infrastructuur zijn allemaal elementen die straks een integraal onderdeel zullen gaan uitmaken van het ontwerp van een gebouw. En meer dan waarschijnlijk zullen deze allemaal van invloed zijn op het uiterlijke karakter van gebouwen.

De samenwerking tussen planologen, stedenbouwkundigen, (landschaps)architecten, vormgevers, aannemers en uitvoerenden zal noodgedwongen steeds inniger worden. Samen zullen zij nieuwe mogelijkheden moeten onderzoeken, bekijken en beoordelen. Goede communicatie zorgt ook voor maximale kostenbeheersing. Wil er bovendien echt sprake zijn van verkorting van doorlooptijden, dan zullen de partners in de bouwkolom volledig op elkaar ingespeeld moeten raken respectievelijk zijn. Dat betekent ook dat er sprake zal moeten zijn van een kennisuitwisseling op de raakvlakken opdat geen onnodige vertraging ontstaat.

Consument
“Minder slopen, bouwen voor de markt en werken met prestatie” waren en zijn veelgehoorde begrippen bij een consument die steeds kritischer wordt. Niet alleen voor de woningbouw maar met name in de zorgsector (gezondheidszorg en onderwijs) is IFD een concept dat snel tot een aanzienlijke kwaliteitsverbetering kan leiden. En indien hierbij ook nog de mogelijkheden van ‘ flexibele planvormen ‘ worden betrokken, dan ontstaat binnen de huidige bouwbranche een nieuwe tak: industriële woningbouw.
Het is een tak die in Japan bijvoorbeeld al redelijk opgang heeft gevonden want maar liefst 15% van de woningbouw in dat land wordt volledig industriëel geproduceerd.
De bedoeling is dat de consument centraal staat bij de verdere ontwikkeling van het IFD-concept in Nederland. Dit krijgt onder meer vorm in het WoonWel-concept dat in duurzaam bouwen meer ziet dan alleen aandacht voor milieuaspecten tijdens de bouw. Volgens ‘WoonWel’ gelden bij duurzaam bouwen (en IFD) drie zaken: een goede ruimtelijke kwaliteit, een hoge milieukwaliteit en een hoge woon- en sociale kwaliteit. En met die laatste component wordt de rol van de consument duidelijk. Er wordt gestreefd naar een hoge woonkwaliteit in de breedste zin van het woord. Bewoner en omgeving verdienen de grootste aandacht en flexibiliteit en aanpasbaarheid in bouwsystemen zijn daarbij van belang om in te kunnen spelen op woonwensen die aan verandering onderhevig zijn. Het begrip DuBo moet naar de richtlijnen van ‘WoonWel’ ook tijdens de woonfase gehandhaafd blijven. Inzicht in de wensen en behoeften van toekomstige bewoners en een goede informatievoorziening en kennisuitwisseling over nieuwe mogelijkheden zijn onontbeerlijk bij het milieubewuste uitgangspunt van niet alleen ‘WoonWel’ maar ook van DuBo en IFD .

Milieu
Voor alle betrokkenen geldt dat milieu de basis van alle uitgangspunten moet zijn. En al zijn deze helaas nog te vaak strijdig met de puur economische belangen en werken ze vaak kostenverhogend, milieu-effecten zouden al gewogen dienen te worden bij de productontwikkeling. Grondstoffen voor duurzame producten zouden slechts dan moeten kunnen worden geselecteerd indien ze milieuvriendelijk zijn. Wanneer grondstoffen tijdens het productieproces milieubelastend zijn, mogen deze niet gekozen worden in bouwsystemen. Ook voor hergebruik van materialen moeten strenge milieu-eisen worden opgesteld. Een levenscyclusanalyse (LCA) van het materiaal zou verplicht moeten zijn alvorens het kan worden toegepast net als de gegevens omtrent de mate van recycling.
Bedrijfsmilieuzorg richt zich op het verminderen en beheersen van de effecten van bedrijfsactiviteiten op het milieu. Milieu-aspecten zouden moeten worden meegenomen in de bedrijfsvoering en betrokkenheid van allen die werken aan IFD en DuBo. Er zal een wisselwerking dienen te ontstaan tussen overheid en bedrijfsleven op het gebied van beleidsontwikkeling en naleving opdat continuïteit ontstaat. Deze wisselwerking zal er ook toe leiden dat de arbeidsomstandigheden die hebben te maken de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van werknemers, (nog) beter worden.
Wat de concrete impact is van IFD op de dakenbranche, zal in een volgend nummer aan de orde komen.

     

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam