Roofs 2001-06-20 De pannenlijn en de dakkapel

       
Bij het ontwerpen van een dak moet de pannenlijn worden vastgesteld waarna de detaillering op die lijn wordt afgestemd. Dit mag algemeen bekend zijn en bijna vanzelfsprekend. Helaas wijst de dagelijkse praktijk uit dat niet iedereen daarvan op de hoogte is. In deze aflevering een detail dat wel heel vaak verkeerd wordt uitgevoerd: de aansluiting van het boeiboord van de dakkapel op de pannen.

De pannenlijn is de denkbeeldige lijn die loopt over de hoogste punten van de pannen. De lijn is een scheidslijn bij het detailleren. Zo moet de pannenlijn eindigen in de goot en moet voetlood bij dakdoorbrekingen volledig boven de pannenlijn liggen. Het liefst een 50 mm of meer zodat hemelwater, direct of via het lood, op de pannen terecht komt. Waneer het detail niet boven de pannenlijn wordt gesitueerd dan moet het water onder de pannenlijn, via een open of een verholen goot, worden afgevoerd. Bij het inspecteren van pannendaken is het verbazingwekkend te moeten constateren dat te vaak niet aan het bovenstaande wordt voldaan.


Boeiboord
Dakkapellen en luifels komen op hellende daken veelvuldig voor. Het soort dakafwerking van de dakkapel wordt in dit artikel buiten beschouwing gelaten, het gaat om de aansluiting. De aansluiting van het platte dak op een pannendak wordt veelal nog wel correct uitgevoerd, echter, het platte dak is meestal voorzien van een opstaande rand en een boeiboord. Het boeiboord dient om de constructieve hoogte van het platte dak met de opstaande rand strak af te werken. De hoogte van het boeiboord bedraagt daardoor in de regel tussen de 200 en 250 mm en omwille van esthetische overwegingen soms meer. Boeiboorden zijn immers sterk beeldbepalend. Bij de aansluiting van de dakrand en het boeiboord op de pannenbedekking gaat het vaak mis.
Aan de bovenzijde van de dakrand en het boeiboord wordt van onder de pannen uit een slabbe lood aangebracht om afkomend water naar het platte dak en de pannen te geleiden. Ook deze vanzelfsprekende aansluiting wordt veelal correct uitgevoerd maar dan moet wel de zijkant van het boeiboord aansluiten. Om te begrijpen wat mis gaat, is het handig eerst te kijken naar de aansluiting van de zijkanten van de dakkapel, de wangen.

 

 

Aansluiting
De waterdichte aansluiting van de wangen op de pannen kan worden gerealiseerd met een verholen goot of met voetlood. Ook kunnen de wangen over de pannen vallen. De pannenlijn is bepalend en in een vorig artikel is al gewezen op de noodzaak van een goede plaatsing van de dakkapel ten opzichte van de op het dak aanwezige of beoogde pannen. Wat voor de aansluiting van de wangen geldt, geldt ook voor de aansluiting op het boeiboord. Wanneer de dakkapel voor de pannen uit is aangebracht dan is het boeiboord meest doorgezet tot op het dakbeschot. Is er sprake van weinig overstek dan is de waterdichte aansluiting van het boeiboord op de pannen gelijk aan die van de wangen van de dakkapel en dus een verholen goot. Doordat het boeiboord is doorgezet, blijft er geen ruimte over voor een waterslag of voetlood. Indien er sprake is van een overstek, moet voor het boeiboord een aparte aansluiting op de pannen worden gerealiseerd. Omdat de pannen tegen het boeiboord zijn gelegen is de enige juiste oplossing een verholen goot maar omdat het slechts om een kleine afstand gaat, wordt dit nagelaten. Vaak wordt een slabbe lood stijf tegen het boeiboord geslagen om het afkomende water over de pannen te geleiden. Wat ook voorkomt is een slabbe lood die onder de slabbe lood van de bovenzijde wordt gestoken en over de aansluitende pannen valt. Voor een geringe boeiboordhoogte gaat dat nog wel maar bij grotere boeiboorden is het vele lood niet fraai. Bij bestaande huizen zie je daarom niet zelden dat het lood met het boeiboord is meegeschilderd. De hoeveelheid water die over de aansluiting stroomt, kan daarbij aanzienlijk zijn, vooral in het geval er boven de aansluiting veel pannen liggen. Na verloop van tijd is inwatering dan ook het gevolg.
In geval van een overstek ligt de enig juiste oplossing bij het laten beëindigen van het boeiboord boven de pannenlijn, afgeschuind in de helling van het hellende dak. Er kan dan een pan onder worden gestoken of als dat niet uitkomt, kan een loden slabben of andere waterslag van onder het boeiboord uit worden aangebracht.

Er zijn diverse redenen waarom dit detail zo vaak verkeerd wordt uitgevoerd. De belangrijkste is dat hier sprake is van een ware bouwknoop. De huidige dakkapellen worden vrijwel zonder uitzondering in z’n geheel met behulp van een kraan op het dak gezet. Er is dus sprake van een leverancier, een aannemer, een pannendekker voor het hellende en een dakdekker voor het platte dak. Alleen al dat feit geeft aan hoe groot de kans is op een foutieve aansluiting. Over de aansluiting van de wangen op de pannen is meestal wel nagedacht, de aansluiting van het overstek met het boeiboord wordt helaas nog al eens vergeten.

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam