Roofs 2001-09-18 Een mooi dak...

       
Een veel voorkomend probleem bij bedrijfsgebouwen met meerdere functies is condensatie als gevolg van dampdrukverschillen in het gebouw zelf. Bij ovens, droogkamers, koel/vriescellen en dergelijke lopen de dampdrukverschillen hoog op. Wanneer er geen scheiding wordt aangebracht tussen de ruimten dan zal dat condensatie tot gevolg hebben. Die scheiding moet dan wel tot in de dakconstructie worden doorgezet. In dit artikel een beschrijving van het probleem aan de hand van een bedrijfsruimte met onder andere een koelcel.
Een mooi nieuw dak, goed afschot, opstandhoogte bij de randen ruim voldoende, vrijwel geen doorvoeren,voldoende noodoverlopen, het dakbedekkingswerk ziet er verzorgd uit, wat wil een mens (opdrachtgever) nog meer
Toch is er een probleem: het dak “lekt”; water drupt van de stalen balken in de koelcel nabij de scheidingswand waardoor er plasvorming op de vloer ontstaat. De dakdekker heeft een gedeelte van het dak als gebaar van goede wil voorzien van een extra laag dakbedekking, zonder merkbaar resultaat. Het blijkt “lekken” ook als het niet regent dus er is hier iets anders aan de hand.

Het dak is een uitbreiding van een bestaand gebouw waarvan een deel als koelcel wordt gebruikt. Ook in de uitbreiding is een deel ingericht als koelcel. De dakconstructie is doorlopend en over de gehele uitbreiding gelijk en heeft de volgende opbouw:
geprofileerde stalen dakplaten
dampremmende laag van pe folie
70 mm resolschuim
2-laagse app gemodificeerde bitumineuze dakbedekking (mechanisch bevestigd)
Deze opbouw zou bij een correcte uitvoering in bouwfysisch opzicht probleemloos moeten functioneren. De oorzaak van de vochtproblemen moet dus ergens anders zitten.

Afbeelding 1: De situatie, schetsmatig weergegeven.
Bij nadere beschouwing van het dak is duidelijk aan de plaatsing van de drie koelmachines op het dak af te lezen waar het gekoelde deel zich bevind. Ongeveer eenderde van de ruimte onder het dak wordt niet gekoeld. Nadere inspectie binnen leert dat er een scheidingswand is geplaatst van geïsoleerde panelen tot tegen de onderzijde van de stalen dakprofielplaten. De scheidingswand staat haaks op de canalurerichting, aan de onderzijde zijn de canalures uitgevuld.
Achter deze scheidingswand is een opslag voor meubels, e.d. met een binnenklimaat van 18o-20o/ 50% RV. Dit geeft een dampspanning van 1170 N/m2, terwijl de dampspanning in de koelcel (bij 6o/80%) 748 N/m2 bedraagt.
Het dampspanningsverschil kan zich vereffenen via de cannelures waarbij overtollig vocht tegen de stalen dakplaten condenseert. Omdat de stalen dakprofielplaten op afschot zijn gelegd komt het vocht bij de opleggingen tot uiting wat verklaart waarom juist bij de balken het dak lekt.
Afbeelding 2: Doorsnede ter plaatse van de scheidingswand
 

 

 


De lekkage is dus niet te wijten aan gebreken aan de dakbedekking, maar een gevolg van oppervlaktecondensatie tegen de stalen dakplaten.
Wellicht heeft men bij het plaatsen van de scheidingswand de invloed van de cannelures als kanaal voor het vochttransport onderschat;
het is interessant om een indruk te krijgen van de omvang van dit “kanaal”: De toegepaste dakplaat heeft het zg. 106-profiel, m.a.w. een werkende hoogte van 106 mm. De breedte (diepte) van de koelcel is ca. 15 meter; de oppervlakte van de stalen dakplaten is dus 15 x 0,106 = 1,59 m2. De doorsnede van de “open” cannelures aan de bovenzijde van de stalen dakplaten is iets minder dan de helft daarvan, ca. 0,7 m2. Dit komt overeen met openstaand raam van 100 x 70 cm.
Hoewel dit nog geen exacte cijfers geeft omtrent de hoeveelheid condensatie, is het wel duidelijk dat de invloed zeker niet verwaarloosbaar is.

Wat is er hier nu verkeerd gegaan ?
De ontworpen en gerealiseerde constructie is in principe geschikt voor het gestelde doel; de klimaatcondities in de ruimte wijken in zich niet af van het ontwerp; de toegepaste materialen voldoen aan de eisen en de dakdekker heeft conform de geldende richtlijnen gewerkt. Met andere woorden: geen van de partners in het bouwproces heeft bewust een fout gemaakt of slecht werk afgeleverd.

Waarschijnlijk is de scheidingswand in een later stadium van de bouw geplaatst op basis van de door de huurder gewenste ruimte en men heeft er niet bij stil gestaan dat een meervoudig gebruik onder het dak vochtproblemen zou kunnen veroorzaken.
Als er een goed overleg had plaatsgevonden tussen ontwerper, aannemer en dakdekker dan was het mogelijke probleem zeker onderkend en hadden voorzieningen kunnen worden getroffen, bijvoorbeeld door het doorzetten van de scheidingswand tot door het dak of op z’n minst het doorzetten van een dampdichte laag. Als de opdrachtgever de ruimte vrij wil kunnen inrichten dan zou tijdens de bouw op elk stramien zo’n onderbreking kunnen worden aangebracht. Het dak zou eenvoudigweg gecompartimenteerd kunnen worden.

Het is dus essentieel dat betrokkenen elkaar informeren omtrent aanpassingen in een bouwproject, zodat eenieder de consequenties voor zijn discipline kan afwegen en erover rapporteren. Vooral bij projecten met een “ongewone” temperatuur en/of relatieve vochtigheid zou de aannemer bij zijn prijsaanvraag aan de dakdekker deze gegevens moeten verstrekken; op zijn beurt zou de dakdekker in zijn offerte kunnen vermelden, dat hij geen gegevens heeft ontvangen voor een bouwfysische controle.

Voor het dakwerk van dit project is ook nog eens een 10 jarige garantie gevraagd door de opdrachtgever. Een 10-jarige garantie, veelal verzekerd, is eerder regel dan uitzondering en het zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn dat essentiële elementen voor die garantie aan de partijen worden bekend gemaakt, zodat er bij een probleem niet behoeft te worden gediscussieerd over de geldigheid van de garantie. Communicatie is ook bij dakbedekking het “toverwoord”.

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam