Roofs 2002-08-34 Toepassingen Veiligheidsglas opnieuw gedefinieerd

       

NEN 3569 'Veiligheidsbeglazing in gebouwen' is per 1 oktober 2001 gewijzigd, maar pas de laatste maanden dringt het belang van de norm door. Hoewel de norm, zoals het er nu naar uitziet, niet wordt opgenomen in het Bouwbesluit (Tweede Fase per 1 januari 2003) laat ze niets aan duidelijkheid te wensen over: de bouw kan niet meer om veiligheidsglas heen, tenzij bewust het risico wordt genomen onveilig glas toe te passen. Met alle gevolgen van dien.

 
De verschillende delen van de NEN 2608 norm hebben tot gevolg dat er in glasdaken dikkere glassamenstellingen en andere glastypen worden toegepast. Uit zowel deze normering als de NEN 3569 vloeit voort dat draadglas niet meer als dakbeglazing zal worden beschouwd.

In ons land worden jaarlijks 5.500 privé-ongevallen met vlakglas geregistreerd, waarvan de directe medische kosten circa 2,5 miljoen euro bedragen. Het eigenlijk aantal slachtoffers is veel groter omdat veel bezoeken aan een huisarts die hiermee verband houden, niet worden geregistreerd.
Met deze cijfers probeert Stichting Consument en Veiligheid het ministerie van VROM te overtuigen de gewijzigde norm op te nemen in het Bouwbesluit. Vooralsnog is de norm louter onderwerp van privaatrechtelijke overeenkomsten: partijen moeten met elkaar overeenkomen of ze wordt toegepast.
Echter, met NEN 3569 worden de meeste aanknopingspunten geboden voor het beperken van letselschade. De markt, dat wil zeggen ontwerpers, bouwers en glaszetters an de ene kant en eigenaren en beheerders van gebouwen aan de andere kant, worden beiden geacht op de hoogte te zijn van de huidige stand van de techniek. Dit betekent dat zij aansprakelijk kunnen worden gesteld voor letselschade zodra onveilig glas is toegepast. Mogelijk wordt dan ook vanuit de Arbo-wet initiatief genomen het gebruik van NEN 3569 voor te schrijven.

Wijzigingen

De eerste druk van NEN 3569 dateert uit 1983. Tien jaar later is de norm herzien. De belangrijkste veranderingen per 1 oktober 2001 zijn een prestatiegerichte benadering aan de hand van het breukpatroon van het glas en afstemming op de terminologie van het Bouwbesluit. Door de nieuwe benadering worden geen glassoorten meer voorgeschreven, maar wordt verwezen naar een proef volgens prEN 12600. Aan de hand van de proef wordt het glas ingedeeld naar type (breukpatroon) en klasse (stootbelasting tijdens de proef).

Onderscheid naar toepassing

De gewijzigde NEN 3569 geeft, in tegenstelling tot de vorige versies, duidelijk aan waar welk glas dient te worden gebruikt. In een tabel worden de genoemde typen en klassen gecombineerd met gebouw- en ruimtencategorieën zoals die ook in het Bouwbesluit worden toegepast. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt in de soort toepassing, bijvoorbeeld dakbeglazing. Uit de tabel blijkt dat met de meest gangbare typen veiligheidsglas kan worden volstaan, zoals gelaagd glas (33.1 en 44.2) en 4 mm gehard glas. Toch heeft de norm grote praktische gevolgen: dakramen en schuifpuien bijvoorbeeld zullen voortaan in veiligheidsglas dienen te worden uitgevoerd; vanwege de tweezijdige stootbelasting geldt dat bij puien zelfs voor beide ruiten van het isolatieglas.

 

Constructieve veiligheid

NEN 3569 sluit niet alle risico's uit. De norm verwijst naar verscheidene andere van toepassing zijnde normen op het gebied van constructieve veiligheid en belastingen, zoals NEN 6702 en NEN 2608.
Kenniscentrum Brakel Atmos te Uden houdt zich op het gebied van glasdakconstructies, brandveiligheid, klimaatbeheersing en zonwering dagelijks bezig met normen en eisen. De specialisten van deze afdeling volgen niet alleen de actuele regelgeving en normeringen maar houden zich ook actief bezig met het totstandkomen van eisen en normen. Zo maken ze deel uit van de 'commissie vlakglas' waarin allerlei aspecten en normeringen betreffende glas worden besproken. Zo ook met de NEN 2608 normering waarvan deel 1 betrekking heeft op verticale beglazing. Dit deel behoort al tot de officiële regelgeving.
Het tweede deel van deze norm beslaat specifiek de hellende en horizontale beglazing zoals vrijwel altijd toegepast in glazen glasdakconstructies. Deel 2 wordt momenteel officieus gezien als regelgeving.
Vanuit de normcommissie wordt momenteel hard gewerkt aan deel 3 van deze norm. Deel 3 zal in de markt eenduidigheid scheppen over de constructieve eigenschappen waaraan beglazing moet voldoen. Denk hierbij aan beloopbaarheid en belasting van daken. Laatstgenoemde deel wordt in de industrie al toegepast.
De verschillende delen van de NEN 2608 norm hebben tot gevolg dat er in glasdaken dikkere glassamenstellingen en andere glastypen worden toegepast. Uit zowel deze normering als de NEN 3569 vloeit voort dat draadglas niet meer als dakbeglazing zal worden beschouwd.

NEN 3569 beperkt zich tot beglazing; glazen meubels en dergelijke vallen buiten de norm. Stichting Veiligheids Beglazing (SVB) spant zich samen met de Vakgroep Bewerking van de Glasbranche Organisatie (GBO) in om ook interieurglas veilig toegepast te krijgen door middel van normering. Op Europees niveau zijn over dit onderwerp reeds ontwikkelingen gaande. Ook hier geldt bij toepassing van gewoon glas, - terwijl algemeen bekend is dat dit tot onveilige situaties kan leiden -, bij eventuele letselschade een mogelijke aansprakelijkheidsstelling.
Om op zeker te spelen heeft de SVB de officiële tabel uit de norm vertaald in een vereenvoudigde tabel met pictogrammen en symbolen. Bij de Stichting Veiligheids Beglazing is deze tabel op te vragen. Ook voor overige informatie kan contact worden opgenomen met de SVB in Gouda, tel. 0182 537 121 of e-mail svb@glasnet.nl.

 



Veilig werken op hoogte

Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief