Roofs 2005-11-12 ‘Bouwonderneming moet zich meer opstellen als dienstverlener’

Sinds de beruchte uitzending van het televisie-programma Zembla op 9 november 2001 heeft Nederland te maken met de zogenaamde Bouwfraude. Ook in de dakenbranche zijn in dit verband klappen gevallen. Onlangs verscheen een uitgebreide studie van Lenny Vulperhorst met daarin een reconstructie van de gang van zaken en aanbevelingen voor de toekomst: Verzwegen onderneming. Ondernemers, overheid en het einde van het bouwkartel (2001-2005). Er worden een aantal harde noten in gekraakt.

De Bouwfraude heeft grote gevolgen gehad voor de dagelijkse bouwpraktijk. Er volgde een parlementaire enquête, het Openbaar Ministerie deed invallen bij bedrijven en ging over tot strafrechtelijke vervolging, de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) deelde grote boetes uit, opdrachtgevers claimden geld terug, etc., etc. Vulperhorst is politicoloog en organisatieadviseur bij adviesbureau Andersson Elffers Felix te Utrecht. Verzwegen onderneming is de boekbewerking van zijn proefschrift, waarmee hij op 17 oktober promoveerde.

Vulperhorst heeft de positie van een onafhankelijk bui-tenstaander en werd naar eigen zeggen gedreven door verbazing over de opstelling van de bouwwereld. De langdurige ontkenning van de feiten en de verontwaardiging over het feit dat men op deze feiten werd aangesproken (“We worden behandeld als criminelen!”) lieten hem naar eigen zeggen sprakeloos. Zijn, wat agressief getoonzette, vraagstelling luidt dan ook: “Wat zijn dat toch voor mannen, die bouwondernemers? Waarom vonden ze het normaal om stiekem samen te spannen, om illegaal te ondernemen? En waarom schamen ze zich daar niet voor?”

Het boek biedt een uitgebreide reconstructie van het verloop van de affaire. Vervolgens beoogt Vulperhorst een antwoord op zijn vraagstelling te formuleren. Nadrukkelijk worden gebeurtenissen in de Nederlandse bouw in een internationaal perspectief geplaatst.

Uit de vergelijking van Vulperhorst met landen als Engeland, Duitsland en Frankrijk blijkt dat internationaal gezien de bouw vatbaar blijkt te zijn voor onregelmatigheden. In het buitenland kent men vergelijkbare affaires. De rode lijn in deze affaires is het samenspannen van bouwondernemers om de prijzen te beïnvloeden en de markt te verdelen. Om deze gang van zaken beter te kunnen begrijpen, heeft Vulperhorst de bouwcrisis vanuit verschillende invalshoeken geanalyseerd. Zo heeft hij gekeken naar de nauwe relaties tussen politici, ambtenaren en bouwondernemers, waardoor (zowel in Nederland als in het buitenland) het maken van kartelafspraken onderdeel werd van de heersende cultuur. Hieruit valt ook de reactie van de bouwondernemers in de nasleep van de uitzending te verklaren. Niemand was op de affaire voorbereid, waardoor noch de ondernemingen, noch de overheid adequaat op de gebeurtenissen konden reageren. Met name de bouwondernemingen kwamen hierdoor in een positie terecht waarin men enkel (al dan niet op aanraden van een jurist) kon ontkennen.

Vulperhorst analyseert dat het gedrag van de bouwondernemers overeenkomsten vertoont met die van criminele ondernemers (hoewel hij nadrukkelijk stelt dat de hoofdactiviteit van bouwondernemers legaal ondernemen is, dat bouwondernemers dus géén criminele ondernemers zijn). De overeenkomst valt waar te nemen op het gebied van de eigen cultuur. De bouw is volgens Vulperhorst een tamelijk gesloten wereld met eigen waarden en normen. Er heerst ook een cultuur van ‘meedoen’, waardoor het groepsgedrag zichzelf in stand houdt; zelfs bouwondernemers die niet meedoen met de kartelvorming zwijgen over illegaal gedrag van collega-ondernemingen.

Uit het boek rijst het beeld van de bouw als zeer behoudende en zelfs wat louche sector: Zo schrijft Vulperhorst op pagina 240: “Integriteit is nog betekenisloos in de bouw. Zolang bouwvakkers beunen, met busjes van de baas en gejatte bouwmaterialen en dit alles met toestemming of een dichtgeknepen oog van de werkgever, dan komt het natuurlijk nooit goed.” Het is een beeld dat de bouwsector zelf nadrukkelijk wil bestrijden. Doordat Vulperhorst zich uitgebreid heeft gedocumenteerd en zijn betoog zorgvuldig heeft opgebouwd, is Verzwegen onderneming een waardevolle evaluatie van de Bouwfraude geworden, waar de bouw zijn lessen uit kan trekken. Vulperhorst besluit dan ook met een aantal aanbevelingen, die de integriteit en het imago van de bouw moeten verbeteren.

De integriteitscode, die de sector (nog niet breed ge-noeg, naar de mening van Vulperhorst) heeft ingevoerd, is niet afdoende. Deze integriteit moet in alle lagen worden doorgevoerd en alle onregelmatigheden (dus ook bijvoorbeeld onveilig werken) moeten worden uitgebannen, ook, en vooral, in situaties waarin men onder druk komt te staan. Dit vereist een andere opstelling van de bouwondernemers: de bouw moet zich meer opstellen als dienstverlener. Het vereist eveneens een transparantere organisatie in de bouw. Ook stelt Vulperhorst dat er nieuwe mensen nodig zijn in de bouw: “Binnen bouwondernemingen zijn, constateer ik, nieuwe, inspirerende leiders nodig, die de bedrijfstak veranderen van een afwachtende in een actieve sector, die gericht is op het leveren van toegevoegde waarde voor de klant. Die nieuwe leiders hebben een voorbeeldrol wat betreft nieuwe manieren van ondernemen en zaken doen. Dat kan er direct ook toe leiden dat de bouw aantrekkelijk wordt voor mannen én vrouwen van buiten” (p. 244). Zo bezien heeft de bouw nog een lange weg te gaan.

Lenny Vulperhorst: Verzwegen onderneming. Ondernemers, overheid en het einde van het bouwkartel (2001-2005). Amsterdam: Uitgeverij Van Gennep, 2005. ISBN: 90-5515-609-4.

 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief