Roofs 2006-11-20 Brandveilig detailleren in de praktijk

Tijdens een seminar dat Fielmich Dakmaterialen BV en Kelders Dakmaterialen BV op 20 november 2006 organiseerden in stadion Galgenwaard te Utrecht werd de dakenbranche geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen m.b.t. de NVN 6050. Diverse sprekers zetten voor een gehoor van ruim 250 personen de veranderingen uiteen en droegen oplossingen aan om brandveilig te kunnen detailleren.

De afgelopen tijd is er veel te doen geweest omtrent de NVN 6050. Dit zou eigenlijk de NEN 6050 worden, de norm die het brandveilig detailleren omschrijft. Echter op het laatste moment is besloten eerst een Nederlandse Voor Norm (NVN) van kracht te laten worden, zodat de markt een jaar lang ervaring op kan doen met de nieuwe voorschriften. Volgend jaar rond deze tijd moet de nieuwe norm daadwerkelijk van kracht worden. Om hierop te anticiperen, zijn inmiddels diverse initiatieven uiteengezet om dakdekkend Nederland over de nieuwe norm in te lichten. Fielmich Dakmaterialen BV en Kelders Dakmaterialen BV waren er vroeg bij en organiseerden het seminar ‘Met de brander het dak op’.

Brand is vuur op een plaats waar het niet gewenst is

De eerste spreker van het seminar was R.L. Bouwman, teamcoördinator van afdeling Preventie van de Brandweer Utrecht. Bouwman zette in zijn presentatie een aantal basisbegrippen omtrent brand uiteen. Brand kan alleen ontstaan als daartoe voldoende zuurstof, brandstof is en de ontstekingstemperatuur wordt bereikt. Haal één van deze factoren weg en de brand is weg. Bouwman had een aantal aardige oneliners over brand: “Brand is vuur op een plaats waar het niet gewenst is,” stelde hij bijvoorbeeld. En: “Iedere brand is met een kopje water te blussen, als je er snel genoeg bij bent.” Dat neemt niet weg dat een brand, hoe klein die ook begint, verschrikkelijk uit de hand kan lopen. Bouwman gaf een aantal praktische tips voor het geval dit de dakdekker mocht overkomen.

Niemand kan zeggen: ik wist het niet

De tweede spreker, de heer Albert van den Hout, directeur van BDA en rapporteur van de werkgroep, loofde het initiatief tot het organiseren van het seminar. “We moeten er met zijn allen aan werken dat niemand over een jaar, als de norm van kracht wordt, kan zeggen: ik wist het niet.” Van den Hout schetste de ontwikkelingen die aan deze norm vooraf gingen: feitelijk is men al decennia lang bezig om het detailleren zonder gebruik van open vuur te bevorderen, maar het is er telkens niet van gekomen. Bij de ontwikkeling van deze norm is er volgens Van den Hout eindelijk overeenstemming bereikt tussen de betrokken partijen en het ziet ernaar uit dat het er nu toch, zij het met enige vertraging, van gaat komen.

Slechts hooguit 10% van een dak is detail, stelde Van den Hout. Voor de overige 90% kan men gewoon, zoals men gewend is, met de brander het dak op. Algemeen geldt, dat binnen een afstand van 750 mm van gevelaansluitingen niet met open vuur mag worden gewerkt; bij dakranden moet de onderconstructie vanaf de voorkant tot minimaal 100 mm duurzaam door de kim zijn afgeschermd zonder gebruik van open vuur, dit geldt ook tot minimaal 100 mm rondom alle dakdoorbrekingen. Ook in de buurt van overkragende bouwdelen mag, als de afstand tot de bovenzijde van het dak kleiner is dan 2000 mm, binnen een horizontale zone van 750 mm geen gebruik gemaakt worden van open vuur.

Van den Hout stelde nadrukkelijk dat de oplossingen die hij in zijn presentatie aandroeg achter het bureau waren bedacht. In de praktijk is er nog geen ervaring mee opgedaan, dat zal de komende tijd moeten gebeuren en de methoden zullen aan de hand van de praktijkervaring verder moeten worden ontwikkeld. Er is momenteel een flink aantal nieuwe producten en gereedschappen op de markt gebracht waarmee het detail brandveilig waterdicht kan worden gemaakt. Hij deed vervolgens enkele suggesties van methoden hoe met deze producten kan worden gewerkt. Deze behelsden met name oplossingen door het gebruik van zelfklevende materialen of de föhn.

Hoe meer uitzonderingen, hoe meer discussie

Marnix Derks, technisch manager van Kelders Dakmaterialen en tevens laatste spreker tijdens het seminar, lichtte vervolgens toe welke producten voor deze toepassing geschikt zouden zijn. Volgens Derks is er omwille van de duidelijkheid gekozen voor een rigide norm die zo min mogelijk ruimte laat voor discussie: “Hoe meer uitzonderingen, hoe meer discussie. Nu zijn de regels duidelijk en kunnen we werken aan oplossingen.”

Een opvallende oplossing die Derks aandroeg was de Sopravap 3 in 1, een vloeistof die tegelijk primer, vloeibare dampremmende laag en kleeflaag voor isolatie is. Het materiaal is geschikt voor toepassing op beton en hout en heeft een hoge dampdiffusieweerstand.

In de presentatie werden verder diverse materialen benoemd en werden kort de toepassingen en de verwerking hiervan weergegeven. Verder werden de volgende materialen besproken: zelfklevende bitumineuze dakbanen, voor toepassingen als dampremmende laag, onderlaag en toplaag, lijmen en coatings.

Al deze producten maken deel uit van het assortiment van Kelders Dakmaterialen BV en Fielmich Dakmaterialen BV om zodoende hun relaties de gelegenheid te geven te werken volgens de huidige normering.

Ook de kunststof dakbanen zoals OC-Plan ECB, Royal PVC. Elastofol, TPO dakbanen en diverse EPDM producten werden toegelicht; tenslotte is werken met hete lucht ook een goede oplossing teneinde aan de normering te voldoen.

Tot slot ontving commercieel directeur van Fielmich Dakmaterialen BV/Kelders Dakmaterialen BV Jan Stroo uit handen van Albert van den Hout het eerste exemplaar van het BDA Levensduurrapport op APP dakbanen.

Uit de geanimeerde gesprekken in de pauzes en na afloop blijkt dat over dit onderwerp zeker nog niet het laatste woord is gesproken. Belangrijk verschil met de eerdere pogingen die men ondernam om het brandveilig werken van de grond te krijgen, is dat er nu regels zijn die het brandveilig werk voorschrijven. Verzekeraars zullen bij eventuele schades dus nagaan of deze regels zijn nageleefd. Opdrachtgevers zullen dan ook eerder bereid zijn om met hun budget rekening te houden met de kosten van de extra werkzaamheden. Men kan dus stellen dat de ontwikkelingen nu definitief in gang zijn gezet. Het komende jaar moet blijken hoe hier in de praktijk invulling aan wordt gegeven.

 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.  



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam