Roofs 2006-11-32 Een halve eeuw dakdekken

Op vrijdag 27 oktober 2006 vierde installatiebedrijf Dion Ketelaars Installatietechniek VOF uit Tilburg op grootse wijze haar 100-jarig bestaan. De gelegenheid werd opgeluisterd met de uitreiking van diverse onderscheidingen, waarvan het predikaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ wel de meest opvallende was. Dion Ketelaars heeft in zijn werkende leven de ontwikkeling van het werk in de dakenbranche van nabij meegemaakt. Roofs vroeg hem naar zijn herinneringen.

Momenteel is Dion Ketelaars Installatietechniek een middelgroot installatiebedrijf met 17 medewerkers en drie firmanten aan het hoofd. Dion Ketelaars is al vanaf de jaren ‘50 betrokken bij het bedrijf en sinds 1969 directeur-eigenaar van het bedrijf. Zijn zoon Joost Ketelaars fungeert als bedrijfsleider. Boekhouder John van de Sande werd na 15 jaar trouwe dienst de derde firmant. Het bedrijf is actief in de installatietechniek en de dakbedekking.

Nu de bitumineuze dakenbranche op het punt staat een aantal belangrijke veranderingen door te maken, is het misschien goed eens om te kijken naar de ontwikkeling die de sector tot nu toe heeft doorgemaakt. Het eeuwfeest van het installatiebedrijf is aanleiding wat langer stil te staan bij de veranderingen in het verleden.

Hofleverancier

Het begon allemaal in 1906, toen Jos Ketelaars zijn eigen koperslagerij begon. Hij produceerde aanvankelijk melkkannen voor boeren in de omgeving. Het bedrijf werd in 1937 overgenomen door zijn zoon Wim Ketelaars. In de jaren ’50 en ’60 ontwikkelde het bedrijf zich sterk als gevolg van de verbetering van de sanitaire technieken en het meer massale gebruik daarvan, als ook de overgang van stadsgas naar aardgas. Begin jaren ’60 kwamen Jan en Dion Ketelaars het bedrijf versterken. Jan Ketelaars begon in 1969 voor zichzelf, Dion nam het oorspronkelijke familiebedrijf over. Onder zijn leiding zette de groei van het bedrijf zich op een natuurlijke manier voort. “Wij hebben nooit tot doel gehad groter te worden, maar zijn op een natuurlijke wijze met onze opdrachtgevers meegegroeid.”

Het 100-jarig jubileum werd gevierd in het stadion van voetbalclub Willem II. Ruim 800 genodigden waren bij de feestelijkheden aanwezig. Zij waren er getuige van dat het bedrijf en de directeur diverse malen werden onderscheiden. Zo ontving het bedrijf uit handen van wethouder Hans Janssen de Tilburg Trofee, de ondernemersprijs van de gemeente Tilburg. Ook ontving men de Zilveren Legpenning van de Kamer van Koophandel en Fabrieken van Midden Brabant. Het bedrijf werd tevens geïnstalleerd in het Lindeboomgenootschap, een gezelschap van bedrijven en instellingen die meer dan 100 jaar bestaan en hun wortels in Tilburg hebben. Maar de meest opvallende onderscheiding werd uitgereikt door burgemeester Ruud Vreeman: vanaf heden mag het bedrijf het predikaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’ voeren.

“Een bedrijf verkrijgt niet zomaar het predikaat Hofleverancier,” vertelt Ketelaars. “Het hele bedrijf wordt door diverse overheidsinstellingen helemaal doorgelicht. Het bedrijf moet ook in alle opzichten van onbesproken gedrag zijn; dit wordt gecontroleerd door diverse commissies, de Arbeidsinspectie, de Belastingdienst, etc. Bij de toekenning van het predikaat Hofleverancier werd ons medegedeeld dat we de procedure met glans hadden doorstaan.” Als klap op de vuurpijl werd Dion Ketelaars bovendien geïnstalleerd als Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Diverse Goede Doelen werden bij de gelegenheid in het zonnetje gezet.

Teermastiek

Dion Ketelaars had altijd al een grote belangstelling voor dakwerkzaamheden, het bedrijf is dan ook naast de installatiewerkzaamheden veel actief op het dak. “Ik ben bijna een halve eeuw actief geweest in met name teer- en bitumineuze dakbedekkingbranche en heb daar de nodige ontwikkelingen in meegemaakt. Toen wij in 1961 bij onze vader in het bedrijf kwamen werken, werden platte daken veelal afgedicht met mastiek en twee of drie lagen asfalt of dakleer. Destijds waren deze uitgevoerd met een in teermastiek gedrenkte vilten inlage. De dakrollen werden afgewerkt met zeer fijn zand (bij asfalt) of zaagsel (bij dakleer), dit om verkleving met de ondergrond te voorkomen. Mastiek was een afvalproduct uit de steenkoolmijnen en gasfabrieken. Er zaten veel grondstoffen in die ook bruikbaar waren in synthetische kunststoffen. Dat betekent dat het materiaal door de chemische industrie steeds verder werd uitgehold. Had men te maken met het zuivere product, dan kwam er een witte rook vanaf; maar steeds vaker had je een groene, vuile rook. De kwaliteit van de mastiek ging hiermee sterk achteruit.”

Ketelaars: “De verwekingstemperatuur van teermastiek was zeer laag (60 °C). Het werd aangeleverd in houten vaatjes, later ook in blikken vaatjes. Je moest deze blikken niet in de zon laten staan, anders liep de mastiek er gewoon uit. De dakrollen werden geleverd in zomer- en winterkwaliteit. De zomerkwaliteit was wat harder, zodat die minder snel verweekte, de winterkwaliteit was dus soepeler. Dit gaf nogal eens problemen met de levering en/of verwerking van de dakbedekking, als bijvoorbeeld de verkeerde kwaliteit werd geleverd.”

“Het materiaal werd opgewarmd in een ronde mastiekketel, die heet werd gestookt met behulp van bossen hout. Het was dus lastig de temperatuur te regelen. Dit alles vervoerden wij per bakfiets of duwwagen naar de werkplek (onze eerste auto schaften wij begin jaren ’60 aan). Later werd het hout vervangen door butagas, dit was een hele verbetering. De ronde ketel werd vervangen door een schenkketel met ingebouwde brander. De mastiek werd met behulp van een mastiekschep in de mastiekemmer geschept en daarna met de mastiekborstel op het dakvlak uitgesmeerd.”

“Deze methode werd toegepast op platte daken, meestal in een losliggend systeem, met een laag papier tegen het doorlekken en twee of drie lagen teervilt of asfalt. Destijds werden de daken nog niet geïsoleerd. De levensduur van deze daken was zeer lang, zo’n 40 à 50 jaar. Op schuine en flauw hellende daken kon dit materiaal niet worden toegepast vanwege het lage verwekingspunt, hier werden vaak loden of zinken dakbedekkingen toegepast.”

Bitumen

“In de loop van de jaren ’60 kwam het aardolieproduct bitumen als dakbedekkingmateriaal in zwang. Voordeel van dit materiaal was dat het een veel hoger verwekingstemperatuur had (110 à 130 °C.), Hiermee werd het gemakkelijker te bewaren en te verwerken, en was het ook geschikt voor toepassing op schuine daken. De bitumen werd in blokken aangeleverd en met behulp van propaangas in de zogeheten bitumenketels verhit. Wel moest men uitkijken dat de bitumen niet oververhit raakte: bij een temperatuur van ongeveer 330 °C. werd het materiaal brandbaar en kon de vlam in de ketel slaan. Ook kwamen er dakrollen op bitumenbasis. In eerste instantie op basis van papiervilt gedrenkt in bitumen (Rubberoid), later op basis van het sterkere glasvlies, nog weer later op basis van een polyestermat. Nadeel van de bitumenrollen met polyesterinlage was dat men rekening diende te houden met zo’n 10% nakrimp van de inlage. Deze rollen werden eerst met de borstel beplakt, later kwam de gietmethode in gebruik, die sneller en beter was. In het begin werden alle daken afgewerkt met koude kleefstof en leislag of fijn grind. Later werden rollen geleverd met fabrieksmatig ingewalste leislag (gemineraliseerd). Er werd toen ook begonnen met de opleidingen voor dakdekkers.”

“Met de komst van de isolatie op de daken in de jaren ’70, ging de omgevingstemperatuur van de dakbedekking fors omhoog. Bij met name de warmdakconstructies werd isolatie tussen dakbeschot en dakbedekking toegepast. Ook werden de dakconstructies beduidend lichter en de ondergrond beweegbaarder. Hierdoor waren er dus hogere eisen aan de dakbedekking nodig. Dit luidde de komst van de brandrollen in, met sterkere en flexibele inlage en gemodificeerde bitumen (APP, SBS). Deze markt heeft een enorme vlucht genomen. De laatste jaren zijn ook de diverse dakbedekkingen op basis van kunststof (PVC, ECB, PIB, EPDM, etc.) sterk opgekomen. Wij hebben vanwege onze geschiedenis altijd een voorkeur gehad voor het werken met bitumineuze producten.”

De huidige ontwikkelingen zijn gericht op het verwerken van de bitumineuze dakrollen zonder gebruik van open vuur. Dit zal opnieuw grote veranderingen teweeg brengen in de manier van werken van de dakdekker. De recente geschiedenis toont aan dat ook de dakensector voortdurend, en op een volkomen natuurlijke manier, aan veranderingen onderhevig is. Deze veranderingen moeten vanzelfsprekend kritisch worden bijgehouden, maar zijn uiteindelijk onontkoombaar.

 

 Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.  



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam