Roofs 2007-02-08 470 is geen kwaliteitsaanduiding

De KOMO BRL 1511 (baanvormige dakbedekkingssystemen) wordt gedeeltelijk herzien en ligt momenteel ter kritiek voor alle betrokken marktpartijen. Eén van de belangrijkste veranderingen daarin is de verhoogde keuringsfrequentie: elk product zal voortaan minimaal één keer per jaar door een onafhankelijk instituut bemonsterd en getest worden op een aantal belangrijke karakteristieken. In combinatie met een nieuw, eenduidiger sanctieregime bieden KOMO gecertificeerde producten daardoor meer zekerheid dat ze voldoen aan de eisen en vastgestelde prestaties.

De eigenschappen van bitumineuze dakbanen hangen van zeer veel verschillende factoren af: welke modificatie wordt gebruikt, welke drager, de mate van hechting van het bitumen aan de drager, etc. Problemen op daken kunnen door verschillende elementen worden veroorzaakt. Indien ze worden veroorzaakt door het materiaal en niet door de verwerking ervan, zijn deze problemen in de meeste gevallen het gevolg van het gebruik van een ‘inferieure’, goedkope dakrol. Een goede dakrol wordt verkregen door het gebruik van kwalitatief goede grondstoffen, een juiste balans in het gebruik van materialen en een goede manier van produceren. Het is belangrijk dat de dakdekker inzicht heeft in de samenstelling, maar meer nog de eigenschappen van het materiaal waar hij mee werkt.

 

Weet wat je inkoopt
Het is eigenlijk heel simpel. Iedereen die een auto koopt, laat zich van tevoren goed informeren over de eigenschappen. De prijs en de levensduur van de auto hangt van deze eigenschappen af. Wie een goedkopere auto koopt, weet dat de auto bepaalde accessoires niet heeft, en dat bepaalde eigenschappen minder zijn. Dat geldt voor alles: wie een pot pindakaas van een goedkoop merk aanschaft, kan er rekening mee houden dat de pindakaas minder goed smaakt. Dit lijken open deuren, maar in de discussie over de kwaliteit van dakbedekking zijn deze gegevens minder vanzelfsprekend. Vanwege de focus op de prijs wordt vaak minder aandacht besteed aan de onderscheidende kenmerken van de verschillende dakrollen. Anders dan bij de auto, verdiept niet iedereen zich in de eigenschappen van het materiaal, en anders dan bij de pot pindakaas accepteert niet iedereen een mindere kwaliteit voor een lagere prijs.

 

470 is geen kwaliteitsaanduiding
Ter illustratie een korte uiteenzetting over de hoeveelheid glasvezels in de 470-dakrol. De glasvezeldrager is in de dakbaan verwerkt ter voorkoming van krimp. De code 470 is een productaanduiding, en geeft aan uit welke materialen de dakrol bestaat. De productcodering voor bitumen dakbedekking bestaat uit zes karakters (bijv. de code 470 K 14) waarmee de samenstelling van het materiaal wordt aangegeven: de soort bitumen, de soort(en) drager(s), een eventuele certificaataanduiding en de soort(en) afwerking(en). Dit coderingssysteem zegt uitsluitend iets over de samenstelling van de dakbedekking, en of het volgens de KOMO-kwaliteitsverklaring is gecertificeerd, en niet in eerste instantie over de kwaliteit van het product. De code ‘470’ geeft dus aan dat het om een plastomere bitumen (bijv. APP) gaat (het cijfer 4), met een polyester-glascombinatie (het cijfer 7), zonder tweede drager (het cijfer 0).

In Nederland werd tot in de jaren ’80 voornamelijk de 460 gebruikt: een APP-gemodificeerde bitumen met alleen een polyestermat. De 460 was een prijstechnisch voordelige dakrol, maar in de jaren ’80 kwam een belangrijk nadeel van dit materiaal duidelijk naar voren: er waren problemen met krimp op daken. Vanuit de markt ontstond dus de roep om een ander soort dakbaan, die minder last had van krimp: dit werd een baan met een polyester-glascombinatie. Een kleine revolutie in de dakbanenindustrie was het gevolg: de 460 werd als het ware gedegradeerd tot onderlaag en de 470 groeide in de jaren ’90 in korte tijd uit tot de meest populaire dakbaan. De baan werd vanzelfsprekend voorzien van een VB-kwaliteitscode: VB 470A14/24, later vastgelegd in de NEN 2081, de bron van de huidige verwarring. Met de introductie van EN 13707 (de Europese Norm) is NEN 2081 ingetrokken. Hiervoor is de huidige productomschrijving in combinatie met het KOMO-certificaat teruggekomen.

De code 470 wordt nog vaak gezien als een kwaliteitsaanduiding. Dit is echter onterecht. De 470-dakrollen kunnen onderling enorm verschillen. Nergens in de BRL staat vermeld hoevéél glasvlies er in zo’n polyester-glascombinatie moet zitten. Maar er staan wel duidelijke eisen in de BRL met betrekking tot de dimensionale stabiliteit (krimp), sterkte en duurzaamheid van het materiaal. Dit is in lijn met de Europese gedachte: het gaat niet om de samenstelling van het materiaal, maar om de prestatie/kwaliteit van het materiaal in zijn toepassing. Deze prestaties zijn zowel afhankelijk van de samenstelling van het product, maar ook van de productiemethode en de kwaliteit van de productie. De KOMO-verificatie richt zich dan ook zowel op de productie als op de productiecontrole (IKB). Een product dat veel glasvezel bevat, zal daardoor niet automatisch voldoen aan de eisen en/of verwachtingen. Maar andersom kan ook geredeneerd worden. Een materiaal met relatief weinig glasvlies, maar dat op een specifieke wijze is geproduceerd, kan ook aan de eisen en verwachtingen voldoen. Conclusie: het is onverstandig om zonder aanvullende specificatie (dus: het lezen van het KOMO-certificaat) er van uit te gaan dat verschillende typen 470 gelijkwaardig zijn. De kwaliteit van de dakbaan wordt zoals gezegd bepaald door een groot aantal factoren, waar de hoeveelheid glasvlies een onderdeel van is. Dit voorbeeld toont dus aan, dat het van belang is om je vóór de aanschaf te vergewissen van de producteigenschappen van het materiaal.

 

Hoe goedkoper, hoe beter?
Hoe komt het dat er kennelijk toch op sommige daken ‘inferieure’ producten zijn toegepast? In de Nederlandse markt geldt blijkbaar nog altijd het adagium ‘Hoe goedkoper, hoe beter’. Aangezien er in de BRL geen eisen worden gesteld aan de samenstelling van het product, ligt het voor de hand dat sommige fabrikanten met deze samenstelling gaan spelen. Zolang het product voldoet aan de BRL is dit geoorloofd, maar het is niet altijd zeker of daar inderdaad sprake van is. In deze gevallen geldt: de markt bepaalt het aanbod. Een dakdekker die een (zeer) goedkope dakrol wil aanbieden, zal daar altijd aan kunnen komen. Hij mag dan echter niet verwachten dat hij voor die prijs een kwaliteit koopt, die vergelijkbaar is met bijvoorbeeld een duurdere 470. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de opdrachtgever, die de opdracht enkel gunt aan de laagste bieder. Een lage prijs heeft nu eenmaal consequenties voor de kwaliteit.

 

Wat nu te doen?
Als de herziene KOMO BRL wordt goedgekeurd, komt er een jaarlijkse (i.p.v. driejaarlijkse) keuring van de gecertificeerde producten. Dit helpt voorkomen dat eventuele kwaadwillende producenten een dakrol laten keuren, een certificaat krijgen en vervolgens een ‘ondermaatse’ rol produceren die ze jarenlang ongecontroleerd op de markt kunnen brengen. Het nadeel van jaarlijks certificeren is natuurlijk het kostenplaatje. Maar het college van deskundigen heeft het belang van een deugdelijk product – en daarmee het imago van de branche – terecht zwaarder laten wegen.

De dakdekker zou zich bij de aanschaf van een dakrol moeten vergewissen van de eigenschappen van het materiaal, en de prestatie-eisen en specificaties van verschillende rollen moeten vergelijken. Maar daar moet hij wel even op studeren: het is taaie lectuur en vereist de nodige vakkennis. De verhoogde keuringsfrequentie in de nieuwe BRL 1511 zal hopelijk zorgen voor een verhoging van de kwaliteit van de in de markt toegepaste dakbanen.

Het zou de dakensector zeker ten goede komen als vraag ‘Kan het niet goedkoper?’ wat minder vaak gesteld zou worden. Er zijn voorbeelden bekend van dakdekkers die bij de aanschaf van goedkope dakrollen alvast extra rollen reserveren, voor latere reparatiekosten. Op de vraag: “Waarom neem je dan niet al vanaf het begin een kwalitatief betere dakrol? Dat scheelt uiteindelijk niet veel in de kosten,” antwoordt men: “Omdat ik het werk wil hebben. Stuur ik een duurdere offerte, dan krijgt mijn ‘concullega’ de opdracht.” Een normale consument zou een product waar hij niet tevreden over is, terugbrengen naar de winkel en het nooit meer kopen. In de dakenbranche is dat helaas niet altijd het geval.

 

Concluderend:
Gebruik de codering alleen als type omschrijving;
pas alleen KOMO gecertificeerde producten toe;
lees de KOMO kwaliteitsverklaringen;
specificeer op basis van de KOMO kwaliteitsverklaring de gewenste prestaties;
schaf het materiaal aan bij een gerespecteerde producent en leverancier;
gebruik het materiaal in het juiste dakbedekkingsysteem.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand.



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam