Roofs 2007-10-16 Een 'waterdicht bestek' de basis voor een 'waterdicht dak'

R.F.M. van Scheijndel, bestuurslid VBB

Een bestek komt met ‘knippen’ en ‘plakken’ tot stand. Vaak wordt van het bestek afgeweken met de keuze van een ‘gelijkwaardig materiaal’. M.b.t. het dak hebben beslissers dikwijls te weinig kennis om te kunnen beoordelen of de voorgestelde wijziging inderdaad gelijkwaardig is aan de oorspronkelijk gevraagde oplossing. Met het grote aantal producten en toepassingen van een dak wordt de situatie er niet overzichtelijker op. Een beschouwing door Ruud van Scheijndel.

Het is nog niet zo erg lang geleden dat in het bouwproces de architect de volledige verantwoording droeg voor de totale uitwerking van een project tot en met het moment van oplevering. Na samen met de opdrachtgever het programma van eisen te hebben vastgesteld volgden de diverse ontwerpstadia om via de uitwerkingstadia te komen tot de realisatie van het ontwerp. De totale verantwoordelijkheid lag bij een en dezelfde persoon: de architect en de medewerkers van zijn eigen architectenbureau. Een van de werkzaamheden naast het tekenen van het ontwerp was het schrijven van het bestek, waarbij het bestek samen met de bestektekeningen het contractstuk is waarop normaal de aanbesteding plaatsvindt.

Het bouwproces heeft in de laatste decennia een groot aantal wijzigingen ondergaan. Bouwwerken en gebouwen zijn gecompliceerder geworden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan de constructieve kant en de nieuwe materialen waarover we tegenwoordig de beschikking hebben. Naast de diversiteit van de Nederlandse en tegenwoordig ook de Europese regelgeving, zijn ook de installaties in en op gebouwen vaak technische hoogstandjes geworden. Het gevolg hiervan is dat het aantal partijen dat zich met het bouwproces bezighoudt flink is toegenomen. Recente problemen bij enkele projecten, waarbij de bouw negatief in het nieuws is gekomen, hebben weer eens aangetoond hoe complex de verhoudingen en verantwoordelijkheden in de bouw liggen.

Terug naar het schrijven van het bestek, dat meestal gelijktijdig wordt gedaan met het maken van de bestektekeningen. De uitwerking van een project wordt pas ter hand genomen nadat alle officiële goedkeuringen zijn verleend. Na een periode van betrekkelijke rust, het wachten op de vergunningen, wordt het schrijven van het bestek en het maken van de bestektekeningen veelal onder grote tijdsdruk uitgevoerd om de verloren tijd van het wachten op de vergunningen weer in te lopen. Op dat moment is vaak de datum al bekend waarop men de aanbesteding wil laten plaatsvinden. De opdrachtgever heeft immers haast om zijn project in gebruik te kunnen nemen.

Het schrijven van een bestek
Het bestek en de bestektekeningen zijn het contractstuk die bepalen wat de opdrachtgever krijgt. Nu kunnen we ons afvragen wie dat maakt, met welke kennis van zaken en op welke wijze. Tevens is het ook van belang te weten welke gegevens op dat moment bekend zijn. Van veel onderwerpen ontbreken in die fase de details of zijn nog helemaal geen gegevens bekend. De informatie voor het schrijven van het bestek wordt aangeleverd door een groot aantal personen. In eerste instantie is er natuurlijk de architect zelf, maar ook de constructeur(s) en de projectleider hebben hierbij hun inbreng. De diverse externe adviseurs op het gebied van installatietechniek en bouwfysica, voor het maken van de EPC berekening, dragen hun steentje hier aan bij.

Wanneer we teruggaan naar de 60er jaren, dan is er nog geen sprake van Stabu en zijn er ook geen computers voor het schrijven van bestekken. De meeste architectenbureaus hadden toen voor de utiliteitsbouw een eigen bureaubestek dat gebruikt werd naast het SRW en SROW bestek, dat toen nog voor de woningbouw werd gebruikt. Het bestek werd toen vaak uitgewerkt door een secretaresse die de benodigde informatie hiervoor kreeg aangeleverd. Deze informatie bestond meestal uit een eerder op een typemachine gemaakt bestek dat was voorzien van handgeschreven aanvullingen. Ook werden er uit andere bestekken gekopieerde hoofdstukken aan toegevoegd die weer waren voorzien van handgeschreven aanpassingen, aanvullingen of correcties. Dit was het tijdperk waarin de bestekken tot stand kwamen door letterlijk en figuurlijk ‘knippen en plakken’. De schaar, het plakband en Tipp-ex waren naast de kopieermachine in die tijd veel gebruikte hulpmiddelen.

Medio 1985 is door de Stichting Standaardbestek Burger- en Utiliteitsbouw (STABU) de eerste versie van het Stabu bestek uitgebracht. De eerste versie bestond uit een aantal afzonderlijke delen in boekvorm waarin de verschillende hoofdstukken van het bestek werden beschreven. Deze boeken waren eventueel ook digitaal op diskettes beschikbaar. Al vrij snel werd het systeem volledig digitaal en werden door diverse software ontwikkelaars hiervoor Stabu verwerkingprogramma´s geschreven. Voorwaarde voor acceptatie door de Stichting STABU was dat de programmabestanden onderling uitwisselbaar waren. Hiermee was het .suf bestand geboren, en werd het digitaal ‘knippen en plakken’ en het aanleveren van externe digitale bestanden mogelijk. Het ontstaan van bestekservices met digitale bestanden op diskette door leveranciers aangeleverd was hiermee een feit. De ontwikkelingen volgden elkaar zeer snel op. De bestekservices op diskette werden vervangen door versies op CD-rom en deze werden weer opgevolgd door de nu bekende online bestekservices op internet. Alleen al over deze ontwikkelingen valt een afzonderlijk artikel te schrijven, maar één ding blijft echter nog steeds hetzelfde. De bestekken komen nog steeds door ‘knippen en plakken’ tot stand, al is het nu niet meer met schaar en plakband maar op een digitale wijze.

Hoofdstuk 33
De kennis waarmee het bestek tegenwoordig wordt geschreven is een heel ander onderwerp. Voor zover bekend zijn er geen afzonderlijke officiële opleidingen voor het beroep van bestekschrijver. Meestal wordt de bestekschrijver binnen het architectenbureau opgeleid vanuit een bouwkundige achtergrond. Soms schrijft de projectleider het bestek: hij kent alle details, en hij draagt uiteindelijk de verantwoording voor het project. Na het ontstaan van het Stabu bestek zijn er ook een aantal kleinere adviesbureaus ontstaan die zich hebben gespecialiseerd in het maken van begrotingen en schrijven van bestekken. Aanvullende cursussen in het schrijven van een bestek volgens de Stabu systematiek, met regelmatig doorgevoerde wijzigingen, bieden bouwkundigen de mogelijkheid zich te specialiseren in het schrijven van bestekken.

Naast bouwkundige kennis moet de bestekschrijver ook een behoorlijke kennis en affiniteit hebben met de automatisering. Met welke kennis wordt binnen Stabu Hoofdstuk 33  DAKBEDEKKINGEN geschreven en hoe zit dit hoofdstuk in elkaar? Het laatste deel van de vraag is te beantwoorden door het Hoofdstuk 33 binnen een volledig leeg Stabu bestek te openen. De onderstaande hoofdstukken worden nu als hoofdgroepen zichtbaar. Deze hoofdstukken zijn voorzien van de benodigde paragrafen met werkbeschrijvingen bestaande uit een ‘korttekst’, ‘specificaties’ en het ‘bouwdeel’ waarop het geheel van toepassing is.  

33            DAKBEDEKKINGEN
33.00       ALGEMEEN
33.12       TEKENINGEN EN BEREKENINGEN
33.31       VOORBEHANDELING ONDERGROND, BAANVORMIGE DAKBEDEKKINGEN
33.32       ISOLATIE/AFSCHOTLAAG
33.33       BITUMINEUZE DAKBEDEKKINGEN
33.34       KUNSTSTOF DAKBEDEKKINGEN
33.35       DAKDETAILS
33.36       DAKBEGROEIING
33.37       DAKBESTRATING
33.38       OP TE NEMEN ONDERDELEN, BAANVORMIGE DAKBEDEKKINGEN

Het is niet de bedoeling hier een schriftelijke cursus Stabu bestekverwerking op te nemen. Wel geeft het aan hoe divers het schrijven van een bestek is wanneer we uitsluitend het onderdeel dakbedekking bekijken, dat maar een klein deel van het bestek is. Daarmee wordt nog geen antwoord gegeven op het eerste gedeelte van de vraag: met welke bouwkundige kennis Hoofdstuk 33 wordt geschreven. Dit antwoord is ook moeilijker te geven. De vraag komt erop neer met welke kennis van de daktechniek de schrijver van het bestek dit hoofdstuk zal samenstellen. We weten allemaal hoe complex de materie dakbedekkingen is. Onderwerpen als regelgeving, materiaalkeuze, bouwfysica, garanties en detailleringen wisselen elkaar af, om er slechts enkele te noemen.

Eerst komt de zienswijze van de ‘architect als ontwerper’. Hij is vormgever en niet de ‘bouwkundige’ die de verantwoording heeft voor de technisch inhoudelijke kant van het bestek. Dit doet me denken aan een door mij gegeven presentatie waarin een architect liet weten dat in het bestek het opnemen van ‘een wit dak met 10 jaar garantie’ wat hem betrof meer dan voldoende was. Ingaande op deze opmerking bleek al snel dat er meer bij kwam kijken toen we het over de kleur ‘wit’ in relatie tot de RAL nummers en de diversiteit aan kunststof dakbanen kregen. Ook over het onderwerp ‘garantie’ ontstond daarna nog een zeer uitvoerige en levendige discussie. Willen we eigenlijk wel een ‘garantie’ of gaat het er uitsluitend om hoe een ‘waterdicht dak’ te ontwerpen en dit in het bestek te omschrijven?
 
Gebouwen als industriële hallen kunnen groot maar eenvoudig van opzet zijn. De eenvoudige flats van vroeger, voorzien van een enkel dakvlak, zijn nu appartementen in een gebouw met een grote diversiteit aan complexe dakvlakken gelegen op diverse niveaus. Is het dak alleen een gedeelte van de waterdichte schil van het gebouw, of is het een gebruiksvlak geworden dat wordt voorzien van dakbestrating of dakbegroeiing? Er is een groot verschil tussen een dakbestrating die wordt belopen of een parkeerdak met auto´s. Een dakbegroeiing als echte tuin op een ondergrondse parkeergarage is niet te vergelijken met een vegetatiedak (extensieve dakbegroeiing) voorzien van Sedum beplanting als ‘vijfde gevel’.

De diversiteit aan keuzemogelijkheden is groot en de verantwoording voor een ‘waterdicht bestek’ leggen we bij de bestekschrijver. Hoe wordt het bestek geschreven? Is het een ‘prestatie bestek’ waarin uitsluitend de te leveren prestaties worden opgenomen, of is het een bestek met ‘product omschrijvingen’ van leveranciers?  Terloops noemen we natuurlijk nog even DuBo, milieu, Arbo en veiligheid als onderwerpen die vandaag de dag zeker niet vergeten mogen worden wanneer het bestek wordt geschreven.

Bestek en tekeningen
Eerder is reeds aangehaald dat het bestek meestal wordt geschreven gelijktijdig met het maken van de bestektekeningen. Ook hierin schuilt het gevaar van latere problemen in de praktijk bij de uitvoering. Het bestek met tekeningen is een contractstuk dat wordt gebruikt bij de aanbesteding. Bij tegenstrijdigheden waarbij in het bestek iets anders staat dan op de tekeningen is aangegeven, is de afspraak duidelijk.  Het bestek gaat hierbij altijd voor op de tekeningen. De bestektekeningen zijn uitsluitend bedoeld als een visuele toelichting op het geschreven bestek. 
In de praktijk kan er een probleem ontstaan wanneer in het bestek bij de dakisolatie een concrete dikte is opgenomen, er gekozen is voor afschot isolatieplaten en op de bestektekeningen de plaats van de hemelwaterafvoeren nog niet bekend is. Waarvan moet door de dakdekker uitgegaan worden bij het maken van een aanbieding? Ook kan in de bestektekst een verlangde Rc-waarde worden opgenomen overeenkomstig de gemaakte EPC berekening. Dan ontbreekt een concrete dikte en moet de dakdekker deze via een bouwfysische berekening zelf maar vaststellen. Bij de getekende details is dan meestal wel een exacte maat opgenomen waardoor er bij een onvoldoende hoogte van dakranden, opstanden en  loodslabben er in de praktijk grote problemen kunnen ontstaan.

Het is een open deur te zeggen dat op tekening een dak nooit zal lekken. Hoe zijn deze problemen te voorkomen? In de ´Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingsystemen´ zijn de principe dakdetails opgenomen die deels ook zijn opgenomen in beoordelingsrichtlijnen (BRL) en de daarvan afgeleide certificaten als het KOMO attest-met-product-certificaat.  Wanneer we de details bekijken zoals deze veelal door architectenbureaus worden opgenomen in de werktekeningen, dan is het begrijpelijk dat er fouten worden gemaakt. De bouwkundig tekenaar doet zijn uiterste best een detail zo compleet mogelijk uit te werken. Er kan ook gebruik gemaakt worden van de standaard bureaudetails die vaak onderdeel uitmaken van het gebruikte CAD/CAM tekenprogramma.

Naast alle bouwkundige materialen worden vaak de lagen van de dakbedekkingsconstructie getekend. Daarnaast worden bij de afzonderlijke details ook de complete opbouwomschrijvingen opgenomen. Zoals eerder aangehaald ontstaan er problemen wanneer er strijdigheden zijn tussen bestek en tekeningen. In de praktijk ondergaan de details vaak wijzigingen zodra de bouw daadwerkelijk tot uitvoering komt en de bouwkundig hoofdaannemer gebruik maakt van het recht gelijkwaardige oplossingen en materialen te gebruiken. Het in de details opnemen van slechts een enkele lijn met daarbij de tekst ‘baanvormige dakbedekking’ kan in de praktijk al veel problemen voorkomen waar het om de dakbedekking gaat.

Offertes en de praktijk
Komen we terug op het recht van de bouwkundig hoofdaannemer om gebruik te maken van gelijkwaardige materialen en oplossingen, dan slaan we juist daar de spijker op z´n bouwkundige kop. De vraag is altijd: wat is gelijkwaardig, wie beoordeelt deze gelijkwaardigheid en met welke kennis? Bij een prestatiebestek is het niet zo moeilijk te bewijzen dat materialen minimaal voldoen aan het gestelde binnen de norm of aan de eis van ‘waterdichtheid’ volgens het Bouwbesluit. Het probleem gelijkwaardigheid en de beoordeling ontstaat pas wanneer de omschreven prestaties van producten en systemen in het bestek op een aanzienlijk hoger niveau liggen dan het gestelde binnen de norm. Deze worden door de bouwkundig hoofdaannemer vaak vergeleken met producten en systemen die uitsluitend voldoen aan het gestelde binnen de norm.

De bouwkundig hoofdaannemer kan met z´n beperkte kennis op het gebied van daktechniek door een dakbedekkingbedrijf met een aanbieding die niet aan het bestek voldoet op het verkeerde been worden gezet. Dit voorstel, zich niet bewust van de mogelijke gevolgen, zal de aannemer in zijn begroting opnemen. Deze situaties zijn niet altijd even onschuldig als ze lijken. Vaak is er toch wel sprake van enige opzet om op deze wijze een werk binnen te kunnen halen. Later ziet men dan wel hoe zich dit verder ontwikkelt.

In zo´n situatie is het de vraag wie dit voorstel toetst aan het bestek en met welke kennis. Vaak wordt de directie onder druk gezet deze beslissing binnen korte tijd te nemen in het belang van de voortgang van het werk. De situatie wordt nog onduidelijker wanneer dakbedekkingbedrijven met meerdere alternatieve aanbiedingen komen. Hierin worden zogenaamd gelijkwaardige materialen genoemd - die de directie niets zeggen, omdat de kennis op dit gebied beperkt is of geheel ontbreekt. Dit probleem zou er niet zijn wanneer dakbedekkingbedrijven de moeite namen niet steeds met nieuwe alternatieve aanbiedingen te komen. Het ontbreekt hierbij aan argumenten waarom wordt afgeweken van het bestek, waar fouten in kunnen voorkomen, mede ontstaan door knippen en plakken zonder kennis. Beide partijen in het commerciële spel van vraag en aanbod moeten de regels van dat spel nog leren. Van steeds nieuwe alternatieve aanbiedingen leert de directie niets, van goede argumenten wel. Naast fouten in de uitvoering als oorzaak van daklekkages kan ook een foutief geschreven bestek bijdragen aan het risico van latere daklekkages.

In de praktijk komen we nu andere problemen tegen dan in het verleden. Vroeger had een dakbedekkingbedrijf een vast team dakdekkers in dienst waarmee de aangenomen projecten werden uitgevoerd. Tegenwoordig hebben we te maken met de uitvoering van werkzaamheden door onderaannemers en zzp’ers, maar ook door buitenlandse werknemers. Door de taalbarrière ontstaan er dan op de bouw problemen door miscommunicatie. Ook is de kennis van deze laatste groep werknemers meestal niet gebaseerd op de scholing zoals wij deze tegenwoordig kennen.  

Bij hoogstandjes als extensief begroeide daken ‘als vijfde gevel’ of bij multifunctionele gebruiksdaken, die in de toekomst vaker zullen voorkomen, hebben we naast het dakbedekkingbedrijf ook te maken met een hovenier op het dak. Waar ligt de grens tussen de werkzaamheden van de beide bedrijven? Wie beschikt over de kennis maar vooral wie neemt hierbij de verantwoordelijkheid? In het decembernummer van Roofs, met als thema begroeide daken, zal hier zeker nader op worden ingegaan.  

Scholingsprogramma
Uit het voorgaande blijkt dat de bestekschrijver soms onbewust op de stoel van de dakdekker gaat zitten,  zonder te overzien wat hiervan de gevolgen zijn. Het door ‘knippen en plakken’ samenstellen van een bestek is niet zo onschuldig als het lijkt. Uit gesprekken blijkt dat bij veel bureaus men zich ervan bewust is dat de kennis op het terrein van de daktechniek achter blijft bij de kennis waarover de markt inmiddels al jaren beschikt. Er moet door architectenbureaus nodig geïnvesteerd worden in scholing op het gebied van daktechniek, wil men de aansluiting met de praktijk niet te missen. Om deze onbalans enigszins te herstellen ligt er bij de auteur een in samenwerking met diverse organisaties ontwikkeld, op de praktijk gericht concept scholingsplan op zijn bureau. Voor vragen of eventuele reacties  kan met hem contact opgenomen worden op het adres: r.van.scheijndel@kpnplanet.nl.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand. 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam