Roofs 2008-09-22 Inventarisatie ontbrekende brandwering noodzakelijk

Op 16 augustus 2008 brandden aan de Koning Willem I laan in Hoofddorp acht woningen geheel of gedeeltelijk uit. Al snel bleek dat de brand zich via het dak vanuit één woning in hoog tempo naar de rest van het blok heeft kunnen verspreiden. Het woningblok voldeed dus niet aan de wettelijke eis dat een gebouw minimaal 20 minuten bestand moet zijn tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Wat was hier de precieze oorzaak van en welke actie moet worden ondernomen om herhaling in de toekomst te voorkomen? Een weergave van het onderzoeksrapport.

Het brandverloop en de branduitbreiding is onderzocht door het Team Brandonderzoek uit Apeldoorn. Het onderzoek heeft de oorzaak van de brand buiten beschouwing gelaten.

 

Dakopbouw
Het getroffen woonblok was in de jaren ’60 gebouwd in een L-vorm, waarvan zich negen woningen bevonden in de lange poot, en vier in de korte. De woningen bestonden uit twee bouwlagen en waren opgetrokken uit metselwerk en een plat dak. De woningindeling varieerde, als ook de afwerking van de plafonds (gips of ander materiaal).

De dakconstructie was een houten balklaag (65 x 150 mm) die in lengterichting (van voor- naar achterwand) is aangebracht; daar bovenop is in dwarsrichting een dunnere balklaag (45 x 80 mm, h.o.h. 600 mm) aangebracht. Daar zijn vervolgens multiplex platen (14 mm) op aangebracht. De dakopbouw is als volgt:

  • EPS isolatie (40 mm)
  • Bitumenlaag
  • PUR isolatie (60 mm)
  • Bitumen dakbedekking

De extra PUR isolatie is tijdens de laatste renovatie in 1991 aangebracht. De onderzijde van de dragende balklaag is gipsplatenplafond (9,5 mm) op tengels van 20 x 80 mm aangebracht. Bovendien bevatte iedere woning boven de trapopgang een kunststof lichtkoepel die aan de binnenzijde is afgetimmerd met een triplex plaat tussen gipsplafond en lichtkoepel. Tevens waren er per woning meerdere aluminium ontluchtingspijpen op het dak aanwezig.

 

Verloop van de brand
De brand is ontstaan in de woonkamer op de begane grond van een woning in het midden van het woonblok. Van daaruit heeft de brand zich verplaatst naar keuken, gang en (via de trapopgang) de eerste verdieping. De bewoner heeft na het ontdekken van de brand de woning via de achterdeur verlaten en deze open laten staan. Bovendien is vrij snel na het ontstaan van de brand de ruit aan de voorzijde gesprongen. Hierdoor was voldoende zuurstof aanwezig om een volledige verbranding te krijgen. Toen de brandweer arriveerde, was de brand uitslaand.

De hete rookgassen hebben de lichtkoepel van polycarbonaat (smelttemperatuur 200 °C) boven het trapgat doen smelten waardoor de dakbedekking vlam kon vatten (schoorsteeneffect). Hierdoor begaf de dunne aftimmering van de lichtkoepel het al snel waardoor de hete rookgassen zich tussen het gipsplafond en het dakbeschot hebben opgehoopt. De aanwezige gipsplaten aan het plafond hebben een beperkte weerstand tegen brand en bezweken na enige tijd. Doordat de bitumineuze dakbedekking ter plaatse van de dakopstand van de lichtkoepel heeft vlamgevat, ontbrandde ook de aanwezige isolatie. De houten dakconstructie heeft in combinatie met de brandbare isolatiematerialen (EPS en PUR) een zeer snelle brandvoortplanting in alle richtingen tot gevolg gehad. De hete en vloeibare isolatie liep vervolgens tussen de naden van de beplating door en leverde zodoende een bijdrage aan de brandvoortplanting tussen het plafond en de ondergelegen ruimten.

De scheidingsmuren tussen de woningen waren niet opgetrokken tot aan het dakbeschot maar even hoog uitgevoerd als de dragende balklaag. Hierboven was een open ruimte van ongeveer 4,5 cm aanwezig. Er was dus geen enkele vorm van brandwerendheid tussen de woningen. De hete rookgassen hebben op hun weg tussen het plafond de gehele constructie verhit en deze hitte heeft een uitweg gevonden bij de lichtkoepels en dakdoorvoeren. Op deze plaats is de smeltende vloeibare isolatie de bovenverdieping van de aangrenzende woningen ingelopen en dit heeft de uitbreiding van de brand sterk bevorderd.

De ontbrekende brandscheiding heeft in combinatie met twee lagen brandbare isolatie, twee lagen bitumen dakbedekking en een houten dakconstructie een ongecontroleerde brand tot gevolg gehad. Om een verdere branduitbreiding te voorkomen, heeft men op enige afstand van het vuurfront de dakbedekking moeten doorzagen.

Dit soort problemen kan worden voorkomen door het afdichten met brandwerend isolatiemateriaal van eventuele openingen in de woningscheidende wand. Ook kan de ­WDBDO op peil worden gebracht door het aanbrengen van een plafond van gipskartonplaat.

 

Inspectie
Al eerder bleek dat de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van veel woningen die in de jaren 1950-1970 zijn gebouwd niet voldoet aan de wettelijk vereiste 20 minuten. Al in 2006 ontstond in Heerlen grote schade doordat de woningscheidende muren niet tot voldoende hoogte waren doorgezet. VROM-Inspectie heeft daarom al in 2006 een zogeheten ‘Inspectiesignaal’ afgegeven. Gemeenten zijn bij een Inspectiesignaal vrij om zelf te beslissen of ze gaan controleren op dit aspect: gebouweigenaren zijn ervoor verantwoordelijk dat hun gebouw voldoet aan de eisen, gemeenten voor het toezicht erop. VROM-Inspectie kan volgens woordvoerder Gerard Westerhof dan ook niets anders doen dan het probleem onder de aandacht te brengen, oproepen tot controle en gemeenten vragen gebouweigenaren te informeren.

Momenteel onderzoekt de Gemeente Haarlemmermeer of aan dit Inspectiesignaal gehoor is gegeven. Bij het ter perse gaan van dit nummer was over de uitkomst van dit onderzoek nog niets bekend. De brand in Hoofddorp onderstreept echter de noodzaak tot inventarisatie van het gebouwbestand en aansluitend het dichten van eventuele openingen in de woningscheidende wand.

 

ANTWOORDEN OP KAMERVRAGEN

2070827660
Vragen van het lid Jansen (SP) aan de ministers voor Wonen, Wijken en Integratie en van Justitie over de brand in Hoofddorp. (Ingezonden 19 augustus 2008)
 
Vraag 1
Wat was het bouwjaar van de in de nacht van 15 op 16 augustus 2008 afgebrande woningen aan de Koning Willem I Laan in Hoofddorp en wanneer zijn de woningen gerenoveerd? 
 
Antwoord
Volgens het feitenrelaas van de gemeente Haarlemmermeer en de huidige eigenaar, woningcorporatie Ymere, is op 24 november 1962 bouwvergunning verleend voor de bouw van 85 woningen, waaronder de woningen aan de Koning Willem I Laan te Hoofddorp.
In 1980/1981 is de dakconstructie vervangen en ook in 1991 zijn werkzaamheden aan het dak uitgevoerd. Ten slotte is er op 20 juli 2005 opdracht verstrekt voor het overlagen van de bestaande dakbedekking (een extra laag bitumen).

Vraag 2
Welke wettelijke eisen met betrekking tot brandoverslag golden er ten tijde van de bouw respectievelijk de renovatie van deze woningen?

Antwoord
Ten tijde van de bouw, de wijziging van de dakconstructie in de jaren ‘80 en de werkzaamheden aan het dak in 1991 waren de bouwtechnische eisen in de gemeentelijke bouwverordening van de gemeente Haarlemmermeer opgenomen. Welke eisen met betrekking tot branddoorslag en -overslag in deze gemeente toentertijd golden moet nog blijken uit het onderzoek dat in opdracht van de gemeente door een extern onderzoeksbureau wordt uitgevoerd. Dit onderzoek heeft betrekking op de vergunningverlening en handhaving. Op basis hiervan gaat de gemeente bepalen welke verdere stappen zij onderneemt. De VROM-Inspectie zal dit volgen.

Op 1 oktober 1992 is het Bouwbesluit in werking getreden, waarmee de bouwtechnische eisen, waaronder die voor branddoorslag en -overslag, landelijk uniform zijn geworden. Elk bouwwerk, ongeacht wanneer het is gebouwd, moet voldoen aan de eisen voor bestaande bouwwerken uit het vigerende Bouwbesluit 2003. Voor bestaande woningen is de eis voor WBDBO (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) minimaal 20 minuten (artikel 2.113, lid 1 van het Bouwbesluit 2003).
 
Vraag 3
Hoe is het mogelijk dat, ondanks de wettelijke eisen tegen brandoverslag, het vuur toch naar zeven aangrenzende woningen kon overslaan?

Antwoord
Uit onderzoek van het Team Brandonderzoek van de brandweer Apeldoorn in opdracht van de District Commandant Zuid van de brandweer Kennemerland blijkt dat de woningscheidende muren geen WBDBO van 20 minuten hadden. In het rapport concludeert het Team brandonderzoek: "Het ontbreken van een brandscheiding tussen de woningen in combinatie met 2 lagen brandbare isolatie van verschillende samenstelling, 2 lagen bitumen en een houtendakconstructie hebben een ongecontroleerde brand tot gevolg gehad."
 
Vraag 4
Gaat de Onderzoeksraad voor Veiligheid een onderzoek instellen naar de brand? Zo neen, bent u bereid om zelf een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van de brand?

Antwoord
De Onderzoeksraad voor Veiligheid is een zelfstandig bestuursorgaan, dat onafhankelijk onderzoek doet. Verzoek tot informatie over onderzoeken door de Onderzoeksraad, dient u aan de Onderzoeksraad zelf te richten.

In opdracht van de gemeente Haarlemmermeer wordt door een onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar de vergunningverlening (zie bij vraag 2). Verder laat de eigenaar woningcorporatie Ymere een onderzoek uitvoeren door een extern onderzoeksbureau op het gebied van brandveiligheid. De VROM-Inspectie voert geen eigen onderzoek uit, maar zal op basis van de resultaten van de genoemde onderzoeken, bezien of nadere acties nodig zijn.

Vraag 5
Bent u bereid om, in aansluiting op het onderzoek naar de oorzaak van de brand en de uitbreiding van de brand, te onderzoeken of er sprake is geweest van mogelijk strafrechtelijk verwijtbaar handelen door te bouwen in strijd met het Bouwbesluit en/of het niet adequaat uitoefenen van het Bouwtoezicht tijdens de bouw?

Antwoord
Onder leiding van het Openbaar Ministerie te Haarlem is naar aanleiding van de brand van 15 op 16 augustus 2008 te Hoofddorp door de regiopolitie Kennemerland een onderzoek gestart naar mogelijke brandstichting.
Door de forensisch-technische recherche is een onderzoek ter plaatse verricht. Thans worden de resultaten van dat onderzoek nader beschouwd, teneinde tot een rapport van bevindingen te komen met betrekking tot -in het bijzonder- het ontstaan van de brand.  Voor een strafrechtelijk onderzoek naar de vraag of (strafrechtelijk) verwijtbaar of nalatig is gehandeld, doordat mogelijk is gebouwd in strijd met het Bouwbesluit of doordat meer of minder adequaat toezicht is uitgeoefend tijdens de bouw van de woningen of een eventuele latere renovatie, bestaat op dit moment onvoldoende aanleiding. Dit standpunt kan heroverwogen worden, indien de resultaten van eerder genoemde onderzoeken daartoe aanleiding geven.

Hoogachtend,
de minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
drs. Ella Vogelaar

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief