Roofs 2009-02-12 Het dak is het tweede maaiveld

Onlangs is de Stichting Bovenstad opgeheven. Deze stichting had als doel kennis te ontwikkelen en uit te wisselen die van belang zou zijn voor de projectontwikkeling van de ruimte op het dak. De stichting heeft de opgedane kennis beschikbaar gesteld aan de markt, die er nu zelf verder mee aan de slag moet.

Vooral in de grote steden moet de beschikbare bouwgrond intensiever worden gebruikt. Een belangrijke optie in dit verband is het bebouwen van de beschikbare platte daken, het zogeheten ‘luchtgebonden bouwen’. Dit moet resulteren in een gevarieerd daklandschap, dat ook zijn effecten zal hebben op het gebruik en functie van de stad zelf. In samenwerking met Habiforum (het stimuleringsprogramma voor vernieuwend ruimtegebruik) coördineerde Stichting Bovenstad enkele ‘proeftuinprojecten’. Het doel van deze projecten was om in concrete situaties te zoeken naar nieuwe oplossingen. Dit heeft o.a. geresulteerd in de publicatie Bovenstad. Het ontdekken en maken van de gelaagde stad, een boekwerk waarin de verschillende proefprojecten en innovatieve oplossingen in staan beschreven. Adviesbureau ABF Research uit Delft heeft het project gecoördineerd en begeleid. Roofs sprak met directeur Jan Brouwer.

 

Proefprojecten
Toen Rotterdam in 2001 Culturele Hoofdstad was, kwam een aantal partijen met elkaar in contact die gezamenlijk de Stichting Bovenstad in het leven riepen. Uiteindelijk was een groot aantal leveranciers, architecten, constructeurs, adviseurs en opdrachtgevers bij de stichting betrokken. De stichting stelde zich ten doel het fenomeen ‘luchtgebonden bouwen’ aan de hand van enkele proefprojecten nader te onderzoeken op technisch, juridisch en markttechnisch gebied. Volgens planning is de stichting na afronding van de onderzoeken weer opgeheven. Het is nu aan de markt zelf om de handschoen op te pakken.

De proefprojecten waren:
Poptahof in Delft
Rustenburg-Oostbroek in Den Haag
Bouwen boven winkels in Dordrecht
Scheveningen Haven
Puddingfabriek te Groningen

“De activiteiten waren erop gericht om een leertraject in te zetten en ervaring op te doen met de praktijk van het luchtgebonden bouwen,” aldus Brouwer. “Centraal stonden vragen als: hoe past het luchtgebonden bouwen binnen de huidige regelgeving? Welke gevolgen heeft het luchtgebonden bouwen voor de (directe) omgeving? Welke rol speelt de gemeente in de praktijk, en hoe kunnen marktpartijen op de ontwikkelingen inspelen? De antwoorden op deze vragen verschillen per situatie, vandaar dat ervoor gekozen is diverse proefprojecten te bestuderen.”

 

Sociale effecten
Het luchtgebonden bouwen kan bijvoorbeeld een belangrijke factor spelen in het opwaarderen van de zogeheten ‘probleemwijken’. Door bovenop de bestaande bouw nieuwe gebouwen te realiseren, ontstaan nieuwe functies en wordt de leefbaarheid van de wijk verbeterd. De monocultuur van de bestaande bouw wordt verrijkt met een verscheidenheid aan bouw- en woonvormen. Hierdoor wordt een nieuwe vitaliteit voor de omgeving gegenereerd. Dit was bijvoorbeeld het geval in de wijk  Poptahof in Delft, waar de gemeente en de corporatie een grotere diversiteit in het woningaanbod wilden verkrijgen door woningen samen te voegen, functies toe te voegen,  onder andere door het dak beter te gebruiken. Het diverse woningaanbod moet leiden tot een meer gevarieerde samenstelling van de bewoners en ook een stimulans van de (economische) activiteiten in de wijk.

De realisatie van de ‘stepping stone’-opbouw in Scheveningen Haven, waar twee luxe appartementen op de bestaande bouw zijn gerealiseerd, beoogt eveneens een opwaardering van de bestaande omgeving te bewerkstelligen.

 

Regelgeving
Wie op het dak een nieuw gebouw wil realiseren, krijgt onherroepelijk te maken met de regelgeving. Niet alleen de arbo regelgeving (bouwen op een dak is nu eenmaal minder veilig dan op het maaiveld), maar ook bijvoorbeeld milieuwetgeving gaat een rol spelen in het proces. In Dordrecht kreeg men te maken met het beschermde winkelhart. De bovenetages van veel winkels blijven ongebruikt; wonen boven winkels maakt de omgeving na sluitingstijd aangenamer en veiliger. Voor een modewinkel in Dordrecht is, inclusief bouwen op het dak, een ontwerp gemaakt dat de bovenetages geschikt maakt om veilig en comfortabel  te bewonen. Monumentenzorg heeft het ontwerp goedgekeurd omdat het volume en het materiaalgebruik van de nieuwbouw goed past in het bestaande straatbeeld. Het plan krijgt inmiddels navolging.

 

(Markt)technisch
Binnenstedelijk bouwen is nu eenmaal lastiger dan bouwen buiten de stad, omdat de ruimte zeer beperkt is. Hier zal men methoden voor moeten ontwikkelen. Brouwer: “Marktonderzoek wijst uit dat de vraag naar meer kwaliteit in stedelijk gebied stijgt. Er zal meer binnenstedelijk moeten worden gebouwd. Er ligt een enorm potentieel aan (platte) daken die benut  kunnen worden, hoewel natuurlijk lang niet alle gebouwen geschikt zullen zijn om op het dak te bouwen. Onderzoek wijst uit dat er toch nog een groot aandeel daken overblijft dat geschikt is voor de ‘Bovenstad’. Stichting Bovenstad heeft aangetoond dat technisch, juridisch en praktisch veel problemen te overwinnen zijn, maar ook dat veel mogelijk is - en dat met innovatie en creatief denken nog veel meer mogelijk kan zijn. Al met al zien wij dus grote mogelijkheden voor het bouwen op daken.”

“Juist deze tijden van economische teruggang bieden het momentum voor degenen die verder willen,” aldus Brouwer. “Ik ben ervan overtuigd dat de ontwikkelingen zeer snel kunnen gaan zodra de wil er is om op dit gebied ook werkelijk met oplossingen te komen. Maar dan moet men niet wachten op de vraag. De vraag naar dit soort woningen zal volgen op het aanbod.”

 

De kennis die de Stichting Bovenstad heeft opgedaan is nog beschikbaar via de website www.bovenstad.nl en de publicatie Bovenstad. Het ontdekken en maken van de gelaagde stad, uitgegeven bij SDU Uitgevers. ISBN: 978 901212 648 9.

 

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam