Roofs 2009-06-03 Kennis is macht

Het is zozeer een waarheid als een koe dat het een cliché is: kennis is macht. Daarom is de elite de elite: zij kunnen iets, wat anderen niet kunnen – en zij weten iets, wat anderen niet weten. Daar is niets mis mee natuurlijk. En als er wel iets mis mee zou zijn, zou er verdomd weinig aan te doen zijn om de situatie te verbeteren. Zo is het nu eenmaal. Maar dit houdt wel in dat de onwetenden afhankelijk zijn van degenen die wél de benodigde kennis hebben.

Als ik naar de huisarts ga omdat ik een kuchje heb, schrijft hij een receptje voor me uit waarmee het kuchje naar alle waarschijnlijkheid verdwijnt. Ik zal niet snel vraagtekens zetten bij dat receptje. Of er moeten oogdruppels op staan, of ik loop groen aan na het slikken van het hoestdrankje, dan ga ik vermoeden dat er iets niet klopt. Tot die tijd is de dokter de expert, op wiens oordeel ik afga. Zo ook als mijn auto een raar geluid maakt, of als mijn c.v.-ketel moet worden vernieuwd. Welbeschouwd zijn er heel erg veel dingen waar ik geen verstand van heb.

Ik moest daar aan denken toen ik laatst in de file naar de radio aan het luisteren was. De zon scheen, ik had juist een interview achter de rug waar ik nog over aan het nadenken was, en ik luisterde afwezig naar een reportage over minister Ab Klink van Volksgezondheid die openheid wil over de financiële banden tussen de geneesmiddelenindustrie en wetenschappers en artsen. Een viroloog vertelde omslachtig op Radio 1 dat hij wel aandelen heeft in een farmaceutisch bedrijf, maar dat dit zijn integriteit als wetenschapper niet aantast: “Ik maak daar geen enkel geheim van.” Het Ministerie van Volksgezondheid onderzoekt wel de mogelijkheden van zelfregulering, maar zoekt de oplossing eerder in een zogeheten transparantiewet naar Amerikaans voorbeeld.

Mijn belangstelling was gewekt bij het interview met de viroloog. Deze man maakte er geen geheim van: (wetenschappelijke) kennis is een product, dat net als alle andere producten aan de man moet worden gebracht. Daarom kijkt een onderzoeker aan een onderzoeksinstituut op seminars altijd heel moeilijk en besluit hij zijn betoog steevast met de mededeling dat we nog te weinig van het onderwerp weten en dat er meer onderzoek naar moet worden gedaan. En ook dat is natuurlijk logisch: zonder geld geen onderzoek. En zonder commercie geen geld.

Probleem is niet zozeer de kwaliteit van het onderzoek, of van het product: men zal niet zo snel hoestdrankjes ontwikkelen of voorschrijven die je eigenlijk beter in je ogen kunt druppelen. Probleem is de financiële verbondenheid van de arts met bepaalde producten, zonder dat zijn patiënt dat weet. De arts schrijft mij bijvoorbeeld voor mijn kuchje een hoestdrankje voor van merk A, terwijl merk B misschien wel goedkoper is en mij sneller van mijn kuchje afhelpt. Ik, de patiënt en consument, weet dat niet. Ik koop het product dat de arts mij voorschrijft. Het minste dat ik van hem mag verwachten is dat hij mij in ieder geval vertelt dat hij er zo van overtuigd is dat merk A het beste drankje is om mijn kuchje te verhelpen, dat hij aandelen heeft in de fabriek.

Uiteindelijk is dat ook in het belang van de arts. Want zodra ik ga vermoeden dat hij informatie voor me achterhoudt, vertrouw ik hem niet meer. Dan fiets ik de volgende keer even door naar de praktijk van een andere huisarts, een paar straten verderop. De reportage op de radio besloot dan ook met de verwachting dat de farmaceutische industrie het initiatief van minister Klink zal steunen, omdat men nu de kans krijgt te laten zien dat er niets schimmigs gebeurt.

Nu ben ik een gebouweigenaar en mijn dak lekt. Wat doe ik? Ik laat eerst de oorzaak van het probleem vaststellen en schakel daarom een dakadviesbureau in. Deze bekijkt mijn dak van alle kanten, knikt nadenkend en komt dan met een gedegen rapport over de oorzaak van mijn lekkage. “Ik weet wel hoe je dat oplost,” zegt hij. “Als je product X en Y toepast, gaat het dak weer jarenlang probleemloos mee.” Nu zijn de producten X en Y niet goedkoop, maar de dakadviseur is de expert, dus als hij zegt dat het moet, dan zit er niets anders op.

Doorgaans schakel ik alleen een ander adviesbureau in als mij wordt aangeraden dakpannen op een plat dak toe te passen – als kortom helder is dat het advies niet klopt. Het is dus belangrijk dat ik me er vooraf van vergewis welke financiële banden mijn dakadviesbureau met de verschillende producenten heeft. Het kan heel goed dat hij nauw samenwerkt met de producenten X en Y. Met zijn kennis van zaken kan hij er volledig van overtuigd zijn dat deze producten in dit soort situaties de beste oplossing zijn. Dat hij zich daarom ook commercieel voor X en Y inzet hoeft zijn integriteit niet aan te tasten. Maar ik, als gebouweigenaar, wil daar dan wel graag even van op de hoogte worden gesteld. Misschien kan de dakadviseur mij overtuigen van de kwaliteit van X en Y. Maar daar wil ik dan wel graag zelf over beslissen. En ik zou van hem mogen verwachten dat hij, als expert, de verantwoordelijkheid voor zijn advies neemt, als later blijkt dat ik toch product Z had moeten toepassen.

In de dakenbranche wordt in veel gevallen duidelijk gecommuniceerd over eventuele commerciële banden tussen adviseurs en producenten. In veel gevallen ook niet. Kennis is macht, en het wordt tijd dat de opdrachtgever de macht weer een beetje meer naar zich toe trekt. Misschien wil minister Kramer van VROM het goede voorbeeld van haar collega op Volksgezondheid volgen?

 

Edwin Fagel



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam