Roofs 2009-08-12 Brandeigenschappen isolatie­materialen inzichtelijk gemaakt

Op 2 juli 2009 organiseerde producent van steenwol isolatieproducten Rockwool in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid te Hilversum het symposium ‘Brandveiligheid: de feiten zwart op wit’. Naast presentaties van verschillende sprekers ging de door Rockwool vervaardigde Brandfilm in première. In deze film wordt een vergelijking gemaakt tussen de brandeigenschappen van de verschillende isolatiematerialen.

 

Bij de bouw of renovatie van gebouwen is brandveiligheid volgens Rockwool terecht een belangrijk aandachtspunt. Naast compartimentering, sprinklerinstallaties, juiste detaillering, etc. is de keuze van isolatiemateriaal een belangrijke factor in het bereiken van optimale brandveiligheid. Vraag is alleen: welk isolatiemateriaal is het meest brandveilig? Hierover bestaat discussie met als gevolg dat voor de opdrachtgever niet helder is wanneer welk materiaal moet worden toegepast. Rockwool heeft daarom alles op een rijtje gezet en het resultaat in een film gepresenteerd. De insteek van de film en het symposium was een feitelijke presentatie te bieden van de verschillende aspecten en testresultaten waarmee de brandeigenschappen van de verschillende materialen inzichtelijk worden gemaakt.

 

Bouwbesluit
Het Bouwbesluit is er in tegenstelling tot wat veel mensen denken niet voor om het gebouw te redden. Het primaire doel is eventuele aanwezigen in het gebouw in staat te stellen het pand veilig te verlaten. De brand in de TU Delft was hiervan een goed voorbeeld: het pand moest als verloren worden beschouwd, maar er zijn geen slachtoffers gevallen. Belangrijk is dan ook dat een voldoende constructieve veiligheid wordt bereikt: een pand mag tijdens een brand niet zomaar instorten. In het pand aanwezige mensen moeten de tijd krijgen om te vluchten en de brandweer dient in de gelegenheid te worden gesteld de bluswerkzaamheden te verrichten. Om dit te bereiken zijn eisen geformuleerd ten aanzien van de brandweerstand van de constructie. De eisen ten aanzien van brandveiligheid hebben resumerend primair als doel:
    Het voorkomen van brand en het beperken van de uitbreiding van brand.
    Het beperken van rookontwikkeling en de verspreiding van rook.
    Het veilig en snel kunnen vluchten.
    Het voorkomen en beperken van het aantal ongevallen.
    Brandbestrijding.

Om dit alles mogelijk te maken, moet voorkomen worden dat de brand zich te snel verspreidt. Compartimentering is een belangrijk middel; ook dient de bijdrage aan de brand van de gebruikte bouwmaterialen minimaal te zijn. De verplichting om hierin te voorzien ligt vast in het Bouwbesluit. Sinds 1 april 2007 kennen we de zogenaamde zorgplicht waarbij de gebouweigenaar verantwoordelijk is. Handelen in strijd met de Zorgplicht is strafbaar, het geldt als een economisch delict. Problematisch is alleen dat door de vele discussies tussen marktpartijen niet duidelijk is welke materialen het meest brandveilig zijn. Experts spreken elkaar tegen, leveranciers blijven verwikkeld in discussies.

De Brandfilm van Rockwool had tot doel de brandeigenschappen van de verschillende materialen inzichtelijk te maken aan de hand van beelden van de verschillende brandtests. Doel hiervan was naar eigen zeggen op een objectieve manier de brandeigenschappen van de verschillende isolatiematerialen te communiceren.

 

Euroklassen
Om de cijfers goed te kunnen interpreteren, volgt hieronder een korte samenvatting van het Euroklassesysteem zoals dat in de dagelijkse praktijk wordt gehanteerd. Er zijn verschillende tests beschikbaar, aan de hand waarvan de verschillende isolatiematerialen in een Euroklasse worden ingedeeld. De hoogste/veiligste klasse is Euroklasse A1. Ook zijn er voor de producten die vallen in Euroklasse A2 t/m F Euroklassen vastgesteld die de bijdrage aan rookproductie inzichtelijk maken, met een classificering van s1 (geringe rookproductie) t/m s3 (sterke rookproductie). Daarnaast is er voor deze producten inzichtelijk gemaakt in hoeverre er brandende delen/druppels vrijkomen bij brand. Als deeltjes/druppels korter dan tien seconden branden, wordt het product geklasseerd als d1. Langer dan tien seconden is d2.

In de film werden de meest voorkomende isolatiematerialen steenwol, PIR en EPS met elkaar vergeleken. Dit gebeurde via de Roomcornertest, een test op basis van EN 14390. De Roomcornertest is een test op ware grootte en wordt algemeen beschouwd als een reële weergave van een echte brand in een ruimte. Het materiaal dient gedurende minimaal 20 minuten niet zelf te gaan branden en tot vlamoverslag leiden, en de rookontwikkeling moet minimaal zijn, evenals de temperatuursstijging (i.v.m. het vlam vatten van de omgeving). De tests in de film zijn uitgevoerd door het onderzoeks- en brandlaboratorium Warringtonfire in Gent.

In de tests zijn de isolatiematerialen getest in een situatie zoals die in de praktijk voorkomt. Per m² werd bijvoorbeeld 12 cm steenwol vergeleken met 8 cm PIR, wat immers een vergelijkbare Rc-waarde oplevert. Er werd gelet op verschillende materiaaleigenschappen in geval van brand, zoals het vrijkomend vermogen, de brandreactiesnelheid, de temperatuursstijging van de omgeving, de ontwikkeling van rookgassen, de optredende stralingsniveaus, etc.

De discussie tussen marktpartijen gaat doorgaans over de vraag of men isolatiematerialen op zichzelf moet testen of zoals ze in de praktijk worden toegepast (End use). Volgens Rockwool leidt deze vraag de aandacht af van het eigenlijke vraagstuk, namelijk: welk isolatiemateriaal levert de geringste bijdrage aan de verdere ontwikkeling van een brand? Met de Brandfilm heeft de producent hierop een duidelijk antwoord willen geven.

 

Sprekers
De film werd ingeleid door drie sprekers. Als eerste sprak Ben Vlaar van Zeeman Architecten BNA uit Hoorn. Hij schetste het thema aan de hand van de geschiedenis van de strijd voor brandveiligheid. Pas sinds kort is de focus duidelijk komen te liggen op het reduceren van energiekosten en het effect van energiegebruik op het milieu. Een belangrijke eis was de brandveiligheid van deze materialen, een onderwerp dat door diverse grote branden onder de aandacht werd gebracht. Aan de hand van diverse praktijkvoorbeelden – te beginnen bij The Great Fire of London in 1666 - schetste Vlaar het belang van de keuze van de juiste materialen.

Marcel Hanssen  is directeur bij AON Global. Hij kwam te spreken over de rol van de brandveiligheidsadviseur. Klanten krijgen te maken met (te) veel adviseurs tegelijk op het gebied van brandpreventie, die dikwijls ook nog tegengestelde adviezen uitbrengen. Dit gebrek aan eenduidigheid is niet bevorderlijk voor de brandveiligheid. De essentie van brandpreventie is volgens Hanssen gelegen in de beheersing en reductie van de totale risicokosten. Marktpartijen spelen hier allemaal een eigen rol in, ieder met een eigen perspectief en een eigen belang.
Er dient volgens Hanssen  meer overleg tussen de verschillende brandpreventie adviseurs plaats te vinden, met aandacht voor de life cycle van een gebouw, waarbij de keuze van de bouwmaterialen mede gebaseerd dient te zijn op het integrale risicoprofiel (onderwerpen als business interruption en continuïteit, (product)aansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor milieuschade dienen hierin meegenomen te worden).

Tenslotte kwam Remco Smith van Schaap & Partners Advocaten & Notarissen te spreken over de juridische aspecten van brandveiligheid, en met name de beoordeling van gelijkwaardigheid door de brandweer, in het kader van de gebruiksvergunning.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief