Roofs 2009-09-03 Patent

“These are the days of miracles and wonders,” zong Paul Simon in 1986 al. Als voorbeeld daarvan gold in dat liedje een ‘long distance call.’ Maar daar kijken we tegenwoordig helemaal niet meer van op. Hij zong het liedje dan ook nog vóór het internettijdperk. Tegenwoordig gaan de ontwikkelingen nog veel sneller dan wie dan ook in 1986 had kunnen bedenken. Innovaties volgen elkaar in steeds hoger tempo op en het eind daarvan is nog lang niet in zicht. Het is de vraag of de maatschappij de technologische ontwikkelingen nog wel bijhoudt.

De muziekindustrie is hiervan een goed voorbeeld. In 1986 kocht men Paul Simon nog op lp (weet u nog: een grote zwarte vinyl schijf, die op een draaitafel moest worden gelegd, waarna men voorzichtig de naald in de groef legde). Daarna kwam de cd, maar inmiddels is die ook alweer ouderwets. Muziek wordt inmiddels op grote schaal gedownload; wereldwijd staan de computers van muziekliefhebbers met elkaar in verbinding om de nieuwste hits en de meest obscure cd’s van de meest obscure artiesten uit te wisselen.

Daar verdient in de muziekindustrie dus niemand iets aan. Het merendeel van deze downloads is immers illegaal. Muziekliefhebbers die hun muziek op deze manier verkrijgen, krijgen soms gepeperde boetes aan hun broek. De zogenaamde ‘piratensites’ worden vervolgd. Maar langzamerhand begint het besef door te dringen dat het een verloren gevecht is, dat de technologische ontwikkelingen niet zijn tegen te houden en dat de muziekindustrie zich op een andere manier zal moeten organiseren. Inmiddels hebben verschillende artiesten hun nieuwe cd al uitsluitend via het internet aangeboden, waarbij de geïnteresseerde zelf mocht bepalen hoeveel hij voor de cd overhad. Naar verluid brachten de op deze manier verspreide cd’s meer op dan wanneer ze via de reguliere kanalen zouden zijn verspreid.

Steeds sterker wordt ervoor gepleit de regelgeving op dit gebied te herzien. Want hoe zit het bijvoorbeeld met het auteursrecht? Dat is niet of nauwelijks meer te handhaven. Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om het auteursrecht af te schaffen. Al vanaf het begin van de populaire muziek ‘lenen’ muzikanten van elkaar. Jazzmuzikanten verwerkten elkaars melodieën in hun composities. Later werd dat ‘samplen’: artiesten gingen brutaalweg elkaars opnamen gebruiken in hun eigen opnamen. Met de huidige technieken is dat al helemaal schering en inslag. En ook hier werd, toen het voor het eerst gebeurde, krachtig tegen ingegrepen. En ook hier komt men langzamerhand tot de conclusie dat het dweilen met de kraan open is. Het auteursrecht lijkt niet langer meer te handhaven, en men is op zoek naar constructies om het intellectuele eigendom op een andere manier winstgevend te maken.

Voorstanders van het afschaffen van het auteursrecht wijzen op de enorme mogelijkheden die dit met zich meebrengt. Als Artiest A een goed idee heeft, waarom zou Artiest B daar dan geen gebruik van maken? Je kunt natuurlijk zeggen: “Dan moet Artiest B zelf maar met een goed idee komen.” Maar waarom zou Artiest B dan weer bij nul moeten beginnen? Picasso zei het al: “Een slechte kunstenaar imiteert. Een goede kunstenaar steelt.” En we weten waar het hem heeft gebracht.

Men kan zich afvragen waarom hetzelfde niet geldt voor productontwikkeling. Op (onderdelen van) een nieuw product zit dikwijls een patent. Dit betekent dat andere partijen de vinding niet na mogen maken. Het patent dient natuurlijk een belangrijk economisch belang. Zonder patent kan een ander rijk worden met mijn briljante idee. Zeker als die ander mijn briljante idee heeft gebruikt om er een nog veel briljanter ander idee mee te krijgen. Maar je kunt ook anders redeneren. Juist in deze economisch en ecologisch mindere tijden zitten we te springen om briljante ideeën. En ze zijn er in overvloed. Product- en systeemontwikkelaars overal ter wereld doen voortdurend de meest innovatieve vindingen. Om er vervolgens achter te moeten komen dat iemand anders ze voor is geweest en het hele idee de prullenbak in kan.

Zo bekeken heeft het patent een remmende werking. Er is op de hedendaagse daken al heel veel méér mogelijk dan in pakweg 1986. Maar de ontwikkelingen zijn toch bescheiden te noemen als je ze vergelijkt met de ontwikkelingen in bijvoorbeeld de muziekindustrie. Stel je voor wat er allemaal op het dak te beleven zou zijn geweest als alle goede ideeën, ook de ideeën die op andere ideeën leken, zouden zijn gebruikt. In plaats daarvan is een heleboel energie verloren gegaan, aan goede ideeën die uiteindelijk niet werden gebruikt, en aan het voeren van processen in de gevallen dat die ideeën wél werden gebruikt.

Wat zou het geweldig zijn als degene die over een jaar of tien onze daken betreedt, verdwaasd om zich heen kijkt, zich op zijn achterhoofd krabt en verzucht: “These are the days of miracles and wonders.”

 

Edwin Fagel



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam