Roofs 2009-09-06 Eerst en vooral hekwerken!”

In de valbeveiligingsmarkt loopt momenteel de discussie over de vraag of het aanbrengen van valbeveiligingssystemen wel in alle gevallen de beste oplossing is. Soms is het aanbrengen van een veiligheidsvoorziening immers gevaarlijker dan de uitvoer van het werk zonder de voorziening, waarbij de dakdekker zich bewust is van het risico. Jos van der Borgt van SBD reageert.

 

Tijdens de Regiobijeenkomst van de SBD, op 18 juni jl. in Dordrecht, gebeurde iets opmerkelijks. Peter van Leeuwen van J. Kluyver Dakbedekking onderbrak de vergadering om de spreker, Jos van der Borgt van SBD, de eindscriptie Opzetten standaardprocedures voor veilig werken op daken tijdens specifieke werkzaamheden van beperkte aard en omvang van Peter van der Linden te overhandigen. Van der Linden promoveerde met deze scriptie bij Apply opleidingen tot middelbaar veiligheidskundige. In het artikel ‘Menselijke factor essentieel bij valbeveiliging’ uit Roofs 2009-6 wordt uitgebreid op de inhoud van deze scriptie ingegaan. Kern van het betoog van Van Leeuwen en Van der Linden is dat er situaties denkbaar zijn waarbij het veiliger is helemaal niets te doen aan valbeveiliging. Juist het aanbrengen van de veiligheidsvoorzieningen levert in deze gevallen gevaarlijke situaties op. Indien de dakdekker zich (aantoonbaar) bewust is van de risico’s, en deze middels een V&G-plan in kaart brengt, moet het volgens Van Leeuwen en Van der Linden in deze voorkomende gevallen ook mogelijk zijn de valbeveiliging achterwege te laten.  Belangrijk is dat degene die op het dak zijn werk uitvoert zich bewust is van de risico’s en hier in zijn werkzaamheden rekening mee houdt.”

Middels een ingezonden brief reageerde Jos van der Borgt in het septembernummer van Roofs op deze stellingname. Hij schrijft in deze brief o.a.: “Het helemaal afwezig laten van veiligheidsvoorzieningen bij kortdurende werkzaamheden, op voorwaarde dat de dakdekker het risico via een Dak RI&E heeft vastgelegd en gemeld aan zijn werkgever, kan ook zeker niet worden beschouwd als een juiste invulling van dakveiligheid.” In dit artikel wordt daarom nader ingegaan op de vraag waarom dit geen oplossing zou zijn, en – belangrijker nog – hoe de dakdekker in de bedoelde situaties dient te handelen.

 

Door rood rijden
Van der Borgt begint het gesprek met het uitspreken van zijn waardering voor de inspanningen van Van Leeuwen en Van der Linden. “Het is altijd te prijzen als dakdekkerbedrijven actief nadenken over de vraag hoe veiligheid op het dak het beste is te realiseren. Het kweken van de bewustwording van de risico’s op het dak is inderdaad een niet te onderschatten aspect omdat de meeste valongevallen ontstaan als het gevolg van onoplettendheid, of omdat men zich onvoldoende bewust is van het gevaar van werken op hoogte. Maar ik kan me niet goed voorstellen dat de eindscriptie van Peter van der Linden is goedgekeurd, want de oplossing die erin wordt voorgesteld is in strijd met de wet. De Arbowetgeving stelt duidelijk dat bij werkzaamheden op een hoogte van 2,5 meter of hoger altijd gebruik moet worden gemaakt van veiligheidsvoorzieningen. In eerste instantie moet worden gekeken naar permanente collectieve voorzieningen, zoals leuningen of hekwerken. Indien toepassing hiervan, om welke reden dan ook, niet mogelijk is, mag worden teruggevallen op tijdelijke en individuele oplossingen, zoals lijnsystemen, gebiedsbegrenzingssystemen en valankers. Het achterwege laten van veiligheidsvoorzieningen is in alle gevallen (dus ook bij kort durende werkzaamheden zoals bijvoorbeeld een dakinspectie) in strijd met de wet en zal worden beboet door de Arbeidsinspectie.”

Nu zijn er inderdaad situaties denkbaar waarbij juist het aanbrengen van de veiligheidsvoorziening valgevaar oplevert. Het is bijvoorbeeld vrijwel ondoenlijk om een dakkapel met behulp van hekwerken te beveiligen. De dakdekker moet dan meerdere keren op en neer met een hek, wat vele malen gevaarlijker is dan de werkzaamheden op de dakkapel zelf. In de meeste gevallen is een dakkapel ook te klein om profijt te hebben van een ankerpunt. Hoe dit op te lossen? “Er zijn altijd oplossingen denkbaar,” aldus Van der Borgt. “Men zou er bijvoorbeeld aan kunnen denken het hekwerk met behulp van een kraan op de dakkapel te zetten. Of een rolsteiger met uitwijkconsole te plaatsen. Dit maakt het aanbrengen van de voorzieningen wel duurder, daarom is het belangrijk dat de dakdekker in gesprek blijft met zijn opdrachtgever en hem de noodzaak van de veiligheidsvoorzieningen duidelijk uitlegt. Zonder veiligheidsvoorzieningen zou een dakdekker moeten weigeren het werk uit te voeren. Er zijn inmiddels zoveel systemen in de markt dat ik durf te stellen dat voor iedere situatie een veilige oplossing beschikbaar is, die ook op een veilige manier is aan te brengen. Natuurlijk is het belangrijk dat de dakdekker zich (aantoonbaar) goed bewust is van de risico’s, maar dan nog dient hij zich aan de wet te houden. Ook op zondagochtend, als er niemand op straat is, en je hebt goed gekeken of er niets aankomt, mag je niet door rood rijden.”

 

6+
Op korte termijn zullen de resultaten van het project Dakwerk van de Arbeidsinspectie bekend worden gemaakt. Van der Borgt wil hier nog niet teveel op vooruit lopen, maar wil al wel kwijt dat de dakenbranche een krappe 6+ scoort. Met name bij zeer kleine bedrijven, uitzendkrachten en ZZP’ers ontbreken dikwijls nog de veiligheidsvoorzieningen; deze bepalen volgens Van der Borgt echter wel het imago van de branche.

“Nog steeds is op veel werken de veiligheid niet in orde en nog steeds vinden er veel te veel valongelukken plaats. Natuurlijk zijn dit niet allemaal dakdekkers, maar vaststaat dat we nog veel te doen hebben op het gebied van valgevaar. Helemaal nul zal het nooit worden, maar onze activiteiten zijn erop gericht het aantal val­ongevallen tot een minimum te reduceren. Ik ben ervan overtuigd dat dit ook de insteek is van Van Leeuwen en Van der Linden. En ook begrijp ik dat zij dagelijks tegen de praktische en economische grenzen van de regelgeving aanlopen. Daarover ga ik graag te allen tijde met hen in gesprek. Maar het in bepaalde situaties helemaal achterwege laten van de veiligheidsvoorzieningen is wat mij betreft onbespreekbaar. Ik denk niet dat dit de kant is die wij op moeten, en de wetgeving is ook niet voor niets zo ingericht. Natuurlijk is het belangrijk dat degene die op het dak zijn werkzaamheden uitvoert zich bewust is van de risico’s; maar vergissingen (bijvoorbeeld als gevolg van stress, of onoplettendheid of plotseling onwel worden) zijn niet te voorkomen. Daarom moet in alle situaties een veiligheidsvoorziening worden aangebracht. Hierbij moet men eerst en vooral denken aan hekwerken, pas als dat niet mogelijk is kan men denken aan andere technische oplossingen.”

De platte dakenbranche heeft voor een verdere verbetering van de structurele aanpak van valgevaar voor de komende vier jaar de volgende speerpunten in het beleid vastgesteld:
•    Voortzetting van arbovoorlichting aan dakdekkers door eigen arbovoorlichters;
•    Invoering arbocatalogus Platte Daken en herziening A-blad Platte daken, waarbij volop aandacht voor verbetering van de afspraken over maatregelen aanpak valgevaar (goede praktijken uit bedrijven zijn hierbij welkom);
•    Volop aandacht voor veiligheid in de opleidingen van en voor dakdekkers;
•    Stimuleren van productvernieuwing (ook inzake valbeveiliging);
•    Invoeren toetsingskader aanwezigheid veiligheidsvoorzieningen voorzienbaar onderhoud bij aanvraag bouwvergunning.

Belangrijk aandachtspunt is ook de bewustwording bij gebouwontwerpers en gebouweigenaren. De sociale partners in de bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbranche bepleiten daarom bij het Ministerie van Sociale Zaken om met de betrokken branches een service- en informatiepunt voor het werken op hoogte in te stellen. Eind september is er een bijeenkomst van het platform preventie valgevaar (HBA). Hierbij zullen  de SBD en OSB (glazenwassers) alle overige sectoren die te maken hebben met werken op hoogte informeren over de uitkomsten van hun overleg met SZW inzake een structurele ketenaanpak tegen valgevaar. 

Reactie Peter van Leeuwen
De bijeenkomst betrof een regioplatform t.b.v. uitwisseling van o.a. arbo actualiteiten. Het onderwerp actualisering van A-blad platte daken en opstellen van de arbocatalogus Platte Daken bleef erg onderbelicht. Mijn betoog was gericht op het feit dat ik het een gemiste kans vind dat juist nu (vóór de actualisering van het A-blad), geen bijdrage wordt geleverd aan het probleem van toepassing van veiligheidsvoorzieningen, waar het treffen van de voorzieningen risicoverhogend werkt. De SBD, stichting ARBOUW en SZW dragen in deze geen oplossing aan. Het verwijzen naar middelen en regels is geen toevoeging. Deze kennen we en daar gaan wij zo zorgvuldig mogelijk mee om. Het alleen aansturen op de verplichting fysieke middelen te gebruiken kan ons helaas niet behoeden voor ongevallen. Daarom zal de door ons opgeleide dakdekker hiervan zelf de risico’s moeten beoordelen en ze zo nodig bespreekbaar maken. Als toevoeging van veiligheid hierdoor wordt bewerkstelligd zullen ten allen tijden de noodzakelijke maatregelen worden genomen.
Het eindwerk van van der Linden was ruim voor de bijeenkomst aan Jos van der Borgt per post opgestuurd, zo wist ik. Jos had het document nog niet gezien, vandaar de overhandiging van een extra kopie tijdens mijn betoog. Voor wat betreft het moeten treffen van veiligheidsvoorzieningen in alle situaties, als eerste te denken aan hekwerken ben ik benieuwd of de uitkomsten van de onderzoeken van Arbo-dienst Noord Holland (in opdracht van SBD en stichting ARBOUW) openbaar zullen worden gemaakt. Hoewel ik de stellingname van Jos begrijp, blijkt uit bovenstaand onderzoek dat meer discussie noodzakelijk is. Deze ga ik graag aan.

 

Reactie  Peter van der Linden
Jos van der Borgt heeft gelijk dat de Arbowetgeving duidelijk stelt dat bij werkzaamheden op een hoogte van 2,50 meter of hoger (veiligheids)voorzieningen dienen te worden getroffen. Niet voor niets is het werken op hoogten van meer dan 2,50 meter waarbij geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen tegen vallen opgenomen in de lijst van ernstig beboetbare feiten. In dezelfde wet wordt echter ook gesproken van het ‘redelijkerwijsheidsprincipe’. Ik begrijp de angst van de heer Van der Borgt, dat werkgevers alleen om economische redenen misbruik van dit principe kunnen maken, maar dit soort werkgevers zal dat ook al op andere manieren proberen. De hoofdreden voor het opzetten van mijn eindwerk was, om voor (regelmatig voorkomende) praktische situaties een praktische én veilige procedure te verwoorden, op een manier zoals ik het A-blad platte daken heb geïnterpreteerd. Echter, omdat partijen op dit moment bezig zijn met de totstandkoming van de arbocatalogus BIKUDAK, ben ik van mening dat de SBD als paritaire organisatie moet proberen om het resultaat van mijn eindwerk toe te passen in deze arbocatalogus. Immers, bij het tot stand komen van een arbocatalogus spreken werkgevers en werknemers af hoe aan door de overheid gestelde doelvoorschriften kan worden voldaan. Ik ben in ieder geval blij, dat door de aandacht aan mijn eindwerk de discussie (en daarmee bewustwording) over het veilig werken op daken actueel blijft.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand

 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief