Roofs 2011-02-03 De olifant en de muis

Een heel oud, heel flauw mopje gaat over een olifant en een muis die samen over een brug lopen. Zegt de muis tegen de olifant: “Wat stampen we lekker hè!”

Daar moet ik steeds aan denken bij de berichtgeving rond de CAO-besprekingen tussen Bouwend Nederland en de Aannemersfederatie Nederland (AFNL). De AFNL is de koepelvereniging voor brancheorganisaties voor MKB Bouwbedrijven. Onder de 16 brancheorganisaties die bij deze vereniging zijn aangesloten bevindt zich ook de brancheorganisatie voor het hellende dak, HHD.

De CAO-besprekingen zijn al jaren een twistappel omdat Bouwend Nederland als grootste brancheorganisatie voor bouwbedrijven de AFNL niet als volwaardige partij accepteert. Dit omdat historisch gezien de verhoudingen nu eenmaal zo lagen: nadat de federatie AVBB in 2004 transformeerde in Bouwend Nederland, werd met de gespecialiseerde aannemers (toen nog verenigd in CONGA) een convenant gesloten. Op basis daarvan opereerden de gespecialiseerde aannemers binnen diverse commissies en instituten op titel van Bouwend Nederland. Maar toen dat convenant afliep (in 2009) was de CONGA inmiddels getransformeerd tot de Aannemersfederatie Nederland, bestaande uit brancheorganisaties voor de gespecialiseerde aanneming, MKB hoofdaannemers en infrabedrijven. Deze federatie eiste een zelfstandige rol op, maar op grond van kwantitatieve criteria is de AFNL tot op de dag van vandaag niet als CAO-dragende partij erkend.

De olifant kan dan wel heel goed stampen, hij is niet zo wendbaar. Daar komt bij dat een heleboel muizen gezamenlijk ook behoorlijk wat kabaal kunnen voortbrengen.

In deze tijden van financiële crisis is het bijna letterlijk van levensbelang dat de bouwwereld op een goede manier is georganiseerd. Het is de taak van de brancheorganisaties het speelveld op een zo gunstig mogelijke manier in te richten, zodat het aantal faillissementen (dat inmiddels schrikbarend oploopt) zoveel mogelijk te beperken. Op 12 januari 2011 besloot de AFNL een rol als ‘bijwagen’ niet langer te accepteren. Er wordt momenteel gewerkt aan een MKB-CAO, een zogenaamd Raam-CAO waar de gezamenlijke elementen gezamenlijk in worden geregeld, en de branchespecifieke elementen apart. Tot die MKB-CAO er is, zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij bestaande CAO’s.

De muizen zeggen dus tegen de olifant: stamp jij maar wat je wilt, wij zoeken wel een eigen plek om te stampen.

Nu heeft de dakenbranche natuurlijk een eigen CAO, de CAO BIKUDAK, afgesloten door de branchevereniging voor de platte dakenbranche VEBIDAK. In een ver verleden, zeg maar vóór de geboorte van de huidige instromers, zijn de platte en de hellende dakenbranche ieder een eigen weg gegaan omdat… eh, ja – waarom eigenlijk? Misschien hadden ze last van elkaars gestamp?

Beide brancheverenigingen, VEBIDAK en HHD, hebben mooie initiatieven voor hun lidverenigingen en vullen hun functie met een duidelijke eigen visie in. Maar zo heel verschillend zijn de respectievelijke branches nu toch ook weer niet? Integendeel, zou ik zeggen. Het is dus – zeker in deze situatie - eigenlijk raar dat we te maken hebben met twee verschillende CAO’s. Het lijkt logisch dat de hellende dakenbranche aansluiting zoekt bij de reeds bestaande CAO voor de dakenbranche. En andersom zie ik niet waarom de platte dakenbranche zich straks niet zou aansluiten bij de MKB-CAO.

En toch heb ik niet het idee dat dat gaat gebeuren. Er is immers niets zo lekker als het luisteren naar je eigen gestamp.

Edwin Fagel



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief