Roofs 2011-03-16 Ketensamenwerking sleutel tot veilig werken

Veilig werken heeft niet alleen te maken met de juiste voorzieningen en bewustwording. Tijdens het VSB Symposium Veilig werken op hoogte, dat op 10 februari in de Prins Claus Congreszaal van de Jaarbeurs Utrecht werd gehouden, werd de nadruk gelegd op manieren waarop een veiligheidscultuur kan worden bewerkstelligd.

Een toneelschrijver had het niet beter kunnen bedenken. Direct aan het begin van het VSB symposium Veilig werken op hoogte vroeg dagvoorzitter Judith de Bruijn of er mensen in de zaal zaten die te maken hebben gehad met valongevallen. Het verhaal over een dodelijk ongeval dat een van de aanwezigen hierop vertelde doordrong alle bezoekers van het symposium van de ernst van het onderwerp. Voorzitter van de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB) Jan ten Doeschate benadrukte in zijn inleiding dat het aantal letsels in de bouw weliswaar daalt, maar nog steeds schril afsteekt ten opzichte van andere branches. Van Doeschate baseerde zich bij deze uitspraak op de meest recente cijfers van de Arbeidsinspectie uit 2009 (!).

De regelgeving is inmiddels op orde en ook zijn er voldoende middelen beschikbaar om aan die regelgeving te voldoen. “Voor veel instanties is veiligheid een verkoopargument of een manier om het imago op te poetsen. Om echter daadwerkelijk veiligheid te verkrijgen moet geïnvesteerd worden in een veiligheidscultuur. Een cultuur waarin men elkaar durft aan te spreken op onveilig gedrag. Dat reikt verder dan de werkplek. Wie thuis verantwoordelijk handelt, zal dat ook op de werkplek doen.”

Resultaatverplichting

Hoe hier concreet invulling aan te geven? Directeur Hans van der Krogt van Smits Vastgoedzorg schetste de aanpak van zijn eigen organisatie, die is gebaseerd op een visie van prestatiegericht samenwerken. Dit houdt in dat met alle partners in de bouw wordt samengewerkt om het optimale resultaat te verkrijgen. Veiligheid is hier onderdeel van. Door de toeleveranciers te houden aan een resultaatverplichting, en door deze resultaten functioneel te specificeren (niet vertellen ‘hoe’ het werk moet worden uitgevoerd, maar ‘wat’ er moet gebeuren) verandert de rol van de toeleveranciers (onderaannemers).

Als voorbeeld vertelde Van der Krogt over de steigers die werden gebruikt bij de bouw van het eigen kantoorpand. Deze steigers voldeden niet aan de wensen van de opdrachtgever, waarop men zelf het steigerwerk heeft laten maken. Het beheer hiervan lag volledig bij de steigerproducent. Het was dan ook belangrijk vooraf duidelijke afspraken te maken over de eisen waar het steigerwerk aan diende te voldoen. De daadwerkelijke ontwikkeling ervan bleef hierdoor in handen van de specialist. Het bedrijf houdt haar partners aan een goede kwaliteit en optimale veiligheid: onveilige situaties schaden immers de naam van en het vertrouwen in het vastgoedbedrijf.

VCA verplicht?

Bert Zandvoort, coördinator van BZW Masterclass Veiligheid Zuid West Nederland, stelde de (petro)chemische industrie als voorbeeld, waar veiligheid een integraal onderdeel is van de gehele bedrijfsvoering: “Operationele integriteit is het nieuwe sleutelwoord. De basis hiervoor is een managementsysteem waarin ook een actieve rol is toebedeeld aan de toeleverancier.” Zandvoort wierp de vraag op of VCA hiertoe het geëigende middel is. Naarmate de overheid minder regels oplegt, is het de industrie zelf die de bedrijfsregels breder en dieper moet doorvoeren. “Zo creëren we onze eigen bureaucratie,” aldus Zandvoort. “Certificeren is niet heilig, maar VCA kan een middel zijn om te komen tot een veiligheidscultuur. Samenwerking is hierbij het centrale begrip.”

In de discussie die hierop volgde, ontspon zich de vraag of VCA verplicht moet worden gesteld. Raf Tripaldelli van Bouwend Nederland toonde zich hier geen voorstander van, omdat het probleem daarmee bij de opdrachtgever wordt gelegd. Bovendien is een dergelijke verplichting niet te handhaven. Jan ten Doeschate reageerde hier fel op en stelde dat deze verplichting in ieder geval een stap zou zijn in de juiste richting.

Ketenintegratie

Ook Henk Klein Poelhuis, voorzitter van de Aanemersfederatie Nederland, hamerde op het belang van ketensamenwerking: “Het proces moet als basis worden genomen. Het ‘wat’ is belangrijk, niet het ‘wie’.” Hij stelde dat de steigerbouwers hier een bindende functie in kunnen vervullen, omdat immers alle partijen met de steigerbouwer moeten samenwerken. Klein Poelhuis wees op het probleem dat alle branches een eigen Arbocatalogus hebben, maar dat deze Arbocatalogi niet op elkaar zijn afgestemd. Daardoor komt het voor dat bijvoorbeeld de metselaar en de schilder afwijkende eisen stellen aan dezelfde steiger. Klein Poelhuis pleitte daarom voor een onderlinge afstemming van de Arbocatalogi, om te komen tot een gezamenlijke Arbocatalogus Bouwplaats. Directeur Jan Warning van Arbouw sloot zich hier in zijn spreekbeurt bij aan.

Raf Tripaldelli van Bouwend Nederland wees op het gegeven dat investeren in veiligheid geen geld hoeft te kosten, integendeel. “Er moet een nieuwe manier van denken komen. We willen allemaal een zo groot mogelijk stuk van de taart, waardoor een conflictmodel in stand wordt gehouden. Door de focus op het proces wordt de taart groter, waar iedereen profijt van heeft. De faalkosten gaan immers naar beneden, en door de betere arbeidsomstandigheden het ziekteverzuim ook. “Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg,” besloot Tripaldelli met een verwijzing naar Einstein.

Ik ben Sjaak niet

Het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA), stichting Consument en Veiligheid en het Ministerie van SZW hebben op het gebied van cultuurverandering alvast een voorschot genomen. Op dinsdag 8 februari werd op de stand van VEBIDAK en Tectum de campagne ‘Ik ben Sjaak niet’ afgetrapt door Jos van der Borgt van SBD.

Uitgangspunt van de campagne is artikel 3 van de Europese richtlijn 2001/45EG: ‘Verbetering van veilig werken op hoogte is een doel dat niet aan zuiver economische overwegingen ondergeschikt mag worden gemaakt.’ SBD krijgt van veel dakdekkerbedrijven te horen dat opdrachtgevers vaak financiële en esthetische bezwaren aanvoeren tegen valbeveiligingsvoorzieningen. Deze bezwaren zijn echter eenvoudig op te vangen met de op de markt beschikbare oplossingen. De campagne ‘ik ben Sjaak niet’ is onderdeel van het Actieplan Arbeidsveiligheid van het Ministerie van SZW.

Ongevallen zijn vaak het gevolg van ingeslopen routines, stress en onderschatting van het risico. Uit onderzoek van Consument en Veiligheid blijkt dat ondernemers in de bouw vaak moeite hebben om op de werkvloer te praten over veilig werken, omdat men al gauw wordt weggezet als zeurpiet. ‘Ik ben Sjaak niet’ helpt om veiligheidsmaatregelen en veilig gedrag gemakkelijker bespreekbaar te maken voor zowel medewerkers, opdrachtgevers en collega-aannemers. Er is voor de campagne een speciale website ontwikkeld: www.veiligwerken.nu.

Tijdens de vragenronde van het VSB-symposium bracht jos van der Borgt van SBD de campagne nog eens extra onder de aandacht.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam