Roofs 2011-05-03 Foute gewoonten afleren

De dakdekkerbranche professionaliseert in hoog tempo, maar het imago van dakdekkersbedrijven is nog altijd niet goed te noemen. Mijn ervaring is dat de bedrijven nog te vaak als weinig betrouwbaar en geldbelust worden gekwalificeerd.
Waarschijnlijk is deze visie gebaseerd op ervaringen uit het verleden, waar een deel van de beroepsgroep aan deze negatieve publiciteit heeft bijgedragen. Dit beeld is echter niet meer van toepassing. Een eerste foute gewoonte dus die afgeleerd moet worden.

Dakdekkersbedrijven noemen we nu ‘dakaannemers’. Vakbekwame specialisten, die er zorg voor dragen dat daken niet alleen ‘duurzaam’ waterdicht zijn, maar ook steeds meer substantieel bijdragen aan een ‘duurzaam’ Nederland.
Problematisch voor deze bedrijven is de ruimte, die door opdrachtgevers gegund wordt. Een tweede foute gewoonte. Projecten worden nog steeds op prijs aanbesteed, waardoor op voorhand alle ruimte van een deskundige inbreng van de dakaannemer wordt weggenomen. Deskundige, betrouwbare bedrijven moeten zich immers aan de algemene spelregels houden. Zij zijn daarnaast ook genoodzaakt te investeren in goed getraind personeel inclusief alle bijbehorende verplichtingen en kosten.
Als er in concurrentie bij voortduring wordt aangeboden onder de kostprijs, heb je als goede dakaannemer toch echt een probleem. Een keer, als de nood heel hoog is, kun je nog wel meedoen met het elkaar het mes op de keel zetten. Na een tweede of derde keer wordt vanzelf duidelijk dat je op deze wijze op een faillissement afstevent, wat bevestigd wordt door de praktijk.

Toch stel ik vast dat er bij aanbestedingen telkens weer bedrijven zijn die onder kostprijs aanbieden. Hoe deze bedrijven omgaan met de winst en risico-opslag begrijp ik niet. Wel stel ik helaas vast dat de opdrachtgever op korte of lange termijn alsnog de rekening, gerelateerd aan deze keuze, gepresenteerd krijgt.
Juist de opdrachtgevers welke duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan, zouden om die reden eens goed moeten nadenken over een andere invulling van haar opdrachtgeverschap. Te vaak vervallen opdrachtgevers terug in de fout (de derde foute gewoonte) om op het moment van selectie toch weer te kiezen voor gunning op basis van laagste prijs, waarmee de deskundige inbreng van de dakaannemer wordt uitgesloten.
Nieuwe contractvormen krijgen maar mondjesmaat voet aan de grond. Contracten waarbij de dakaannemer al in de ontwerpfase de gelegenheid krijgt haar specifieke expertise in te brengen vinden nu langzaam opgang. Mijn persoonlijke ervaring is dat de inbreng van  praktische ervaring van de dakaannemer bijdraagt aan een probleemloze uitvoering van hoge kwaliteit.

Achteraf kun je, wanneer je er een eerlijke nacalculatie op loslaat, vaststellen dat de opdrachtgever zelfs geld bespaart. Als er sprake is van bijvoorbeeld een bouwteam, waarin naast de opdrachtgever, zijn adviseurs en de aannemer, ook de dakaannemer mag meepraten, zal dit alsmaar terugkerende elementaire fouten kunnen voorkomen, en is er tijdens de uitvoering meer respect voor elkaars werk.  
Het aantal opdrachtgevers dat bereid is op deze wijze te werken is nog zeer gering. Ik denk dat dit geboren is uit het gevoel dat je als opdrachtgever in dergelijke contractvormen meer eigen verantwoording moet dragen en minder grip hebt op de kosten. Ik bestempel dat als koudwatervrees.
Als je bij een aanbesteding, zeker bij een openbare aanbesteding, kiest voor het gunning criterium ‘laagste prijs’, dan kies je per definitie voor prijsvechters. Het mag duidelijk zijn dat alle kwaliteit die opgesloten zat in het bestek daarmee onder grote druk komt te staan. Kortom: een foute gewoonte die we moeten afleren.
Hier ligt een belangrijke taak weggelegd voor de opdrachtgever en haar adviseurs. Houden we vast aan de laagste prijs, of kiezen we voor een meedenkende dakaannemer?

Nic-Jan Bruins 



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam