Roofs 2011-05-22 Geharmoniseerde database voor milieueffecten bouw

In de bouwpraktijk worden steeds strengere eisen gesteld aan de milieueffecten van de bouw. Maar hoe wordt de milieubelasting van een materiaal of een bouwgerelateerde activiteit bepaald en inzichtelijk gemaakt? Stichting Bouwkwaliteit (SBK) presenteerde met een symposium op 24 februari 2011 in het Beatrixgebouw te Utrecht de Nationale Milieudatabase.

Al enige jaren worden er in de praktijk verschillende instrumenten gebruikt waarmee de materiaalgebonden milieubelasting van gebouwen en bouwwerken beoordeeld kan worden. De methoden en de onderliggende data die deze instrumenten gebruiken verschillen onderling en de uitkomsten zijn daardoor niet vergelijkbaar. Om eenduidigheid en vergelijkbaarheid te bewerkstelligen, is er in 2009 een harmonisatietraject gestart.

Dit heeft geresulteerd in een Nationale Bepalingsmethode Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken en een bijbehorende Nationale Milieudatabase. SBK zal optreden als beheerorganisatie. Inmiddels zijn verschillende projecten opgestart, die naar verwachting eind 2011 zullen resulteren in een nieuw stelsel, waarna de bestaande rekeninstrumenten hierop kunnen worden aangepast.

Symposium

Sprekers tijdens het symposium dat rond de Nationale Milieudatabase werd georganiseerd waren de voorzitters van de diverse SBK commissies, als ook een opdrachtgever (Ronald Prins, directeur Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam), een aannemer (Maurits Dekker van BAM Infraconsult) en een bouwkundig adviseur (Arnold de Vries Robbé van PAC Project Analyse & Consultancy).

De noodzaak om te komen tot een dergelijke database werd door Ronald Prins onderstreept. Alleen al in Amsterdam staat 1,3 miljoen m² kantoorruimte leeg. Landelijk ligt dat getal op 6,7 miljoen m². De nieuwbouw ligt stil en woningcorporaties gaan terug naar hun kerntaak. De bouw moet kortom radicaal anders. Gebouweigenaren moeten iets doen om hun panden aantrekkelijker te maken en het ligt voor de hand dat gebouwen milieuvriendelijker worden gemaakt. De overheid stimuleert dit op verschillende manieren.

Om inzicht te krijgen hoe een bouwwerk milieuvriendelijk(er) kan worden, en welke effecten bepaalde maatregelen hebben, zijn er diverse instrumenten beschikbaar. Deze instrumenten worden samengebracht in de Nationale Milieudatabase en in lijn gebracht met de Europese regelingen. De Nationale Milieudatabase  bestaat onder meer uit productkaarten en basisprofielen met milieu-informatie. Een productkaart geeft de massa per materiaal per eenheid bouwproduct weer. De basisprofielen geven de milieueffecten per eenheid massa van de materialen weer. Middels diverse projecten bouwt men dit uit door inbreng van de branches te vragen, de rekenregels verder te uniformeren, de rekeninstrumenten op elkaar af te stemmen, etc.

Data

Jos Lichtenberg (hoogleraar Bouwtechniek en voorzitter SBK-commissie Milieuprestatie Bouw en GWW) houdt zich bezig met de waarborging van een gelijk speelveld. De commissie Milieuprestatie Bouw en GWW fungeert als aanspreekpunt en bewaakt de procedures.

Harry van Ewijk (voorzitter SBK Technische Inhoudelijke Commissie Milieuprestatie) vertelde dat de TIC zich bezighoudt met de inhoudelijke invulling van de database. Dit gebeurt op verschillende niveaus: merkgebonden data, getoetst door derden; merkongebonden data, getoetst door derden (productgroepen) en merkongebonden data, niet getoetst. Van Ewijk gaf aan dat het zuiverste resultaat wordt bereikt als er wordt gewerkt met merkgebonden, door derden getoetste data.

Er zijn in Nederland diverse organisaties, methoden en keurmerken waarmee milieueigenschappen van materialen in kaart worden gebracht. Denk daarbij aan LCA, ISO 14040 en MRPI. NEN 8006 formuleert de eisen die gesteld worden aan een milieumeetlat. De commissie zal onderzoeken of en in hoeverre deze norm dient te worden geactualiseerd of uitgebreid. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan de eisen voor wegtransport: welke methode dient te worden gehanteerd om hier de milieueffecten van in kaart te brengen?

Er zal gewerkt worden met basisprofielen (een reeks getallen die samen de milieuprestatie inzichtelijk maken) en productkaarten. Momenteel wordt gewerkt aan de ontwikkeling van bepalingsmethoden, rekenmethoden, toetsingsprotocol die voor opname in de database zullen worden gebruikt. Naar verwachting is dit eind 2011 afgerond.

Agnes Schuurmans van isolatieproducent Rockwool Benelux en voorzitter van de normcommissie 315 281 Duurzaamheid van bouwwerken zette uiteen hoe de Nationale Milieudatabase zich verhoudt tot de systematiek die in het buitenland wordt gehanteerd. In Europa hanteert elk land momenteel een andere systematiek, maar de Europese commissie CEN TC 350 werkt aan Europese harmonisatie. Schuurmans gaf aan dat de Nederlandse benadering in lijn is met de Europese.

Toepassing in de praktijk
Hoe de Nationale Milieudatabase in de praktijk te gebruiken? Maurits Dekker van BAM Infraconsult gaf het voorbeeld van de aanleg van de A12 tussen Utrecht en Veenendaal, waar door de overheid 100% duurzaam werd ingekocht en waarbij o.a. aan 45 productgroepen minimumeisen werden gesteld op het gebied van milieubelasting. Bij EMVI (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) wordt niet alleen naar de prijs gekeken, maar eveneens veel waarde gehecht aan (kwalitatieve) criteria, zoals publieksgerichtheid, duurzaamheid en/of projectbeheersing. Een aanbieding die op deze gebieden slecht scoort, krijgt een bepaald percentage fictieve bijtelling en wordt dus minder gunstig t.o.v. de aanbieding van de concurrentie.
Dekker gaf aan dat ervaring moet worden opgedaan met de systematiek. In verschillende situaties prevaleren verschillende criteria. In sommige situaties wordt bijvoorbeeld veel waarde gehecht aan de luchtkwaliteit, in andere situaties is bijvoorbeeld het hergebruik van betongranulaat belangrijker. Aansluitend op dit betoog ging Arnold de Vries Robbé van Project Analyse & Consultancy PAC nader in op verschillende instrumenten zoals GPR, GreenCalc en BREEAM.
Tijdens de afsluitende discussie kwam naar voren dat de verdere precisering van de Bepalingsmethoden de Nationale Milieudatabase een complex proces is waarbij niet alle aspecten in één keer kunnen worden behandeld. Op basis van prioritering wordt daarom een lijst bijgehouden van onderwerpen die nog aan de orde moeten komen.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam