Roofs 2011-08-06 Wie heeft de regie?

Op 7 juli 2011 stortte de in aanbouw zijnde overkapping van de Grolsch Veste, het voetbalstadion van FC Twente in Enschede, in. Er waren twee doden te betreuren en er vielen veertien gewonden. Er lopen momenteel diverse onderzoeken naar de oorzaak van het ongeluk. Op 17 augustus bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid een tussentijdse conclusie naar buiten.

Het staat nog niet vast wat de achterliggende factoren van het ongeluk zijn. De Onderzoeksraad verwacht medio april 2012 het definitieve rapport te publiceren. De directe aanleiding van het instorten van de overkapping is al wel duidelijk. Ten behoeve van de herbouw van het stadiondak is deze conclusie middels een tussentijds bericht openbaar gemaakt. Aan de hand hiervan zijn een aantal aanbevelingen gedaan waar bij de herbouw rekening mee dient te worden gehouden. Hoewel officieel nog geen uitspraken over de achterliggende oorzaken kunnen worden gedaan, roepen de nu gepubliceerde oorzaken enkele algemene vragen op waar de bouwwereld snel een antwoord op dient te formuleren. Roofs laat enkele deskundigen hierover aan het woord.

Directe oorzaak

De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeert dat de basisoverkapping van de constructie niet gereed was toen werd begonnen met de afbouw. Verschillende voor de stabiliteit essentiële onderdelen (koppelstaven en schoren) ontbraken: verschillende schoren in het dakvlak, vier schoren in het diagonale vlak (windverbanden), alle horizontale koppelstaven aan de achterzijde en één koppelstaaf in de nok tussen de spanten van de constructie. Daarnaast was de verankering van de spanten aan de achterzijde van de tribune niet volledig gestabiliseerd.

Voor en tijdens het bezwijken werd volop gewerkt aan en bij de constructie. De dakbeplating werd aangebracht, onder het dakvlak werd aan de bekabeling en de hemelwaterafvoer gewerkt. Onder de constructie werden zitplaatsen gemonteerd. Het scorebord was eerder al aangebracht. De stabiliteit, bij dergelijke constructies altijd een belangrijk gegeven om rekening mee te houden, was dus niet voldoende geborgd en de constructie werd door (langdurige) verticale belasting of onverwachte horizontale belasting instabiel.

Regie

Dat de stabiliteit en sterkte van de constructie tijdens de uitvoeringsfase ontbrak, staat volgens de Onderzoeksraad vast. Het onderzoek naar de factoren die tot deze situatie hebben geleid loopt nog. De Onderzoeksraad wil onder meer vaststellen hoe het mogelijk was dat zoveel mensen tegelijk aan het werk waren terwijl de dakbouw in een gevaarlijke fase was. De Raad wil tevens achterhalen of tijdsdruk een rol speelde.

Gevraagd naar zijn mening, stelt Otto Kettlitz van Kettlitz Dak- en Geveladvies dat het feitelijk wachten was op een dergelijk ongeluk. Hij stelt dat de instorting van het tribunedak van de Grolsch Veste geen incident was, maar het gevolg van een structureel probleem waar de bouw mee te kampen heeft, namelijk dat de regie in de bouw niet goed is geregeld. “Een van de vragen waar de Onderzoeksraad zich naar mijn mening mee bezig moet, en waarschijnlijk ook zal houden, is: wie houdt tijdens het gehele bouwproces in de gaten of de (dak)constructie veilig genoeg is om op of onder te werken? Ongeacht welke factoren aan deze situatie ten grondslag lagen, het lijkt erop dat er niemand was die het totaalplaatje in de gaten hield.”

In het verleden zijn al meerdere incidenten geweest waar lering uit getrokken had moeten worden. Kettlitz trekt de vergelijking met de instorting van de toneeltoren van Theater Schouwburg Het Park in Hoorn (2001). Ook deze constructie stortte tijdens de bouwfase in omdat de toegepaste draagconstructie niet stabiel genoeg was. Gelukkig vielen bij dit ongeluk geen slachtoffers, maar er was enorme materiële schade met een jarenlange juridische strijd over de vraag wie eindverantwoordelijk was tot gevolg. “In de ons omringende landen is goed geregeld wie de centrale regie heeft. In België is dat bijvoorbeeld de architect. Deze houdt in alle fasen van de bouw in de gaten of alles volgens het ontwerp en volgens de regels verloopt en draagt daar ook wettelijk de verantwoordelijkheid voor. Tot op heden is er in Nederland geen partij die deze verantwoordelijkheid eenduidig op zich wenst te nemen. Ook deze keer zullen de verschillende partijen naar elkaar wijzen, allemaal met het rapport van het eigen onderzoeksbureau in de hand.”

Wat moet er volgens Kettlitz gebeuren? “Het is de taak van de overheid de regelgeving zodanig aan te passen dat er op alle bouwwerken één partij is die de centrale regie voert zonder de mogelijkheid deze in zijn geheel of deels door te schuiven. Daarna zullen de noodzakelijke ontwikkelingen wel op gang komen die de aangewezen partij in staat stellen de regisserende taak op een juiste manier in te vullen.”

Privaatrecht

Frans van Herwijnen, auteur van het boek Leren van instortingen en algemeen directeur van ingenieursbureau ABT bv te Velp, bevestigt dat er bij veel projecten onvoldoende regie is. Van Herwijnen vertelt dat de verantwoordelijkheid voor de constructieve veiligheid volgens de bouwregelgeving ligt bij degene die de bouwvergunning aanvraagt (in de meeste gevallen is dat de opdrachtgever). In het verleden is geprobeerd de invulling van deze verantwoordelijkheid wettelijk vast te leggen, maar dit is niet mogelijk omdat de invulling valt onder het privaatrecht.

Van Herwijnen: “De regie op de bouwplaats wordt in de meeste gevallen gedaan door de uitvoerder. Het probleem is vooral dat de regie vrijwel exclusief bij de uitvoerder ligt en dat een full time toezichthouder, of andere deskundigen die mogelijk toezicht zouden kunnen houden op de kwaliteit van het werk, uit het werk worden bezuinigd. Een vergissing van de uitvoerder wordt dan niet gecorrigeerd en kan direct grote gevolgen hebben.”

Ook Van Herwijnen vindt dat de regie van het project beter zou moeten worden geregeld. Hij zou ervoor pleiten dat de constructeur meer de gelegenheid krijgt de uitvoering van zijn ontwerp te begeleiden. Voor een meer centrale rol voor de architect, zoals in België, voelt Van Herwijnen weinig omdat architectenbureaus daar niet meer op zijn ingericht.

Eigen verantwoordelijkheid

Nic-Jan Bruins van DGI Dak & Gevelingenieurs benadrukt dat de verschillende partijen de eigen verantwoordelijkheid dienen te nemen. Vanuit het vertrekpunt dat er sprake is van een goed constructief ontwerp dat zich al in de praktijk heeft bewezen, stelt hij te mogen aannemen dat vooraf een V&G-plan is gemaakt.  Voor bouwprojecten waar meerdere partijen samenwerken, en voor risicovolle bouwprojecten, moet immers een V&G-plan worden opgesteld. Hierin staan de afspraken op het gebied van veiligheid en gezondheid die tussen de verschillende partijen zijn vastgelegd. Het V&G-plan moet een risico-inventarisatie en -evaluatie bevatten van de werkzaamheden op het project. Deze verplichting is vastgelegd in het Arbobesluit artikel 2.28 Veiligheids- en gezondheidsplan.

Bruins: “Bij een goede naleving zou dit ongeluk niet hebben plaatsgevonden. Het probleem is dus niet zozeer dat het toezicht ontbreekt, of dat er iets mis zou zijn met de regelgeving. Het probleem is dat de bouwpartijen geen of onvoldoende invulling geven aan hun (wettelijke) verantwoordelijkheid. Vaak is dit het gevolg van tijds- of prijsdruk, maar dat zou nooit het geval mogen zijn.”

Moet het nakomen van de verplichtingen dan niet worden afgedwongen? “Een toezichthouder zou inderdaad, zeker bij dergelijk grote projecten, een belangrijke functie kunnen vervullen,” beaamt Bruins. “Maar het begint bij het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Daarna zou in voorkomende gevallen gebruik kunnen worden gemaakt van een toezichthouder. Ik vind dat de partijen die bij dit incident in gebreke zijn gebleven zwaar beboet dienen te worden, om een voorbeeld te stellen. Iedere werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid van de eigen medewerkers en dient er dus alles aan te doen om deze verantwoordelijkheid op een juiste manier in te vullen.”

 Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief