Roofs 2013-03-10 De CE-markering van isolatiematerialen

Marco de Kok schrijft een aantal artikelen over CE-markering. Na het eerste algemene artikel over CE-markering in de vorige editie van Roofs volgt nu een artikel over de CE-markering van isolatiemateriaal.

 

Marco de Kok

 

Zoals in het vorige artikel vermeld, is het doel van de Construction Products Directive (CPD)  hoofdzakelijk het kunnen vergelijken van producteigenschappen van bouwmaterialen. De vergelijkbaarheid van de producteigenschappen wordt bewerkstelligd door geharmoniseerde Europese productnormen voor deze materialen te schrijven. Voor isolatiematerialen is voor elk type of soort isolatie een Europese productnorm geschreven. Onderstaand is een lijst gegeven van de verschillende productnormen[1].

 

Norm

Materiaal

NEN-EN 13162

Minerale wol

NEN-EN 13163

Geëxpandeerd polystyreen (EPS)

NEN-EN 13164

Geëxtrudeerd polystyreen (XPS)

NEN-EN 13165

Polyurethaan (PUR/PIR)

NEN-EN 13166

Resolschuim (PF)

NEN-EN 13167

Cellulair glas (CG)

NEN-EN 13168

Houtwol (WW)

NEN-EN 13169

Geëxpandeerd perliet (EPB)

NEN-EN 13170

Geëxpandeerde kurk (ICB)

NEN-EN 13171

Houtvezel (WF)

In deze normen staat niet alleen wat er allemaal gemeten moet worden, maar vooral ook hoe. Dit betekent dat iedere producteigenschap van hetzelfde isolatiemateriaal overal in Europa op dezelfde manier bepaald dient te worden. Op het CE-label op de verpakking worden de gedeclareerde eigenschappen vermeld met een zogenaamde “designation code”. Dit is een reeks afkortingen waaruit de declaraties moeten blijken. Een voorbeeld van zo’n designation code is als volgt:

CG - EN 13167 – DS(70,90) – CS(Y)400 – PL(P)1 – BS400 – TR100 – WS – WL(P) – MU

Ik kan mij heel goed voorstellen dat deze code voor iemand die niet dagelijks met isolatiemateriaal werkt, maar ook zelfs voor iemand die wel dagelijks met isolatiemateriaal werkt, niet direct geheel duidelijk zal zijn. Nadere toelichting is dan ook wel op zijn plaats.

CG                   → Internationale afkorting voor het type isolatie, in dit geval Cellulair Glas

EN 13167         → Nummer Europese productnorm voor het type isolatie CG

DS(70,90)         → Dimensionele stabiliteit bij specifieke condities, in dit geval 70°C en 90%          luchtvochtigheid

CS(Y)400          → Druksterkte, in dit geval 400 kPa

PL(P)1              → Penetratie onder invloed van puntbelasting, in dit geval klasse 1

BS400              → Buigsterkte, in dit geval ≥ 400 kPa

TR100              → Treksterkte loodrecht op de vlakke plaat, in dit geval ≥ 100 kPa

WS                  → Waterabsorptie korte termijn, in dit geval geen waarde of klasse mogelijk, slechts 1 minimum waarde in de norm gegeven

WL(P)               → Waterabsorptie lange termijn, in dit geval geen waarde of klasse mogelijk, slechts 1 minimum waarde in de norm gegeven

MU                   → Waterdampdoorlatingscoëffiënt

Bovengenoemde afkortingen voor de designation code zijn niet de enige mogelijke codes, er zijn er nog veel meer voor de verschillende producteigenschappen, maar het gaat hier te ver om elke mogelijke afkorting toe te lichten.

 

De verdienste van de harmonisering van de Europese normen is dat met een goede kennis van de afkortingen met behulp van de designation code heel snel een vergelijk gemaakt kan worden tussen de eigenschappen van isolatiematerialen. Ik moet hier helaas wel de toevoeging doen “….. van hetzelfde type”. De redenen hiervoor zijn de volgende.

Ten eerste bestaan er afkortingen die slechts enkel van toepassing zijn voor een bepaald type isolatie. Zo is de afkorting c.q. eigenschap PL(P)1 van toepassing voor cellulair glas, maar bijvoorbeeld niet voor geëxpandeerd polystyreen en polyurethaan.

Daarnaast zijn sommige klasseringen niet eenduidig. Neem bijvoorbeeld de klassering voor de dikte. Deze klassering heeft te maken met de toleranties die betrekking hebben op de dikte. Bij geëxpandeerd polystyreen is de dikte tolerantie T(1) de beste tolerantie, maar bij bijvoorbeeld PIR is T(1) de slechtste tolerantie. Dit is uiteraard zeer verwarrend. Maar ook wanneer de volgorde van de klassen gelijk zijn T(1) de slechtste en T(x) de beste, verschilt de tolerantie per klasse per isolatietype. Zo is de tolerantie T(1) van PIR ± 4 mm en van PF -2/+3 mm. Verder verschilt ook het aantal klassen per isolatietype; het ene isolatiemateriaal heeft slechts 2 klassen, terwijl bijvoorbeeld minerale wol wel 5 klassen kent. Tenslotte horen bij één klasse meerdere toleranties die afhankelijk van de dikte zijn. Om bij het voorbeeld van de klasse T(1) van PIR en PF te blijven, naast het feit dat de toleranties van de klasse T(1) van elkaar afwijken is ook de dikte groep waar de ± 4 mm respectievelijk -2/+3 mm tolerantie betrekking op heeft verschillend, t.w. 50 – 75 mm respectievelijk 50 – 100 mm.

Hetzelfde zie je trouwens ook bij de declaratie van dimensionele stabiliteit. Voorheen waren er ook verschillende afkortingen mogelijk, afhankelijk van het isolatietype, maar sinds de revisie van de Europese productnormen in 2012 is dit al heel wat verbeterd. Maar toch is er nog steeds verschil in klassering bij de diverse isolatietypen. Bij PIR en EPS kunnen bijvoorbeeld per conditie waarbij de dimensionele stabiliteit wordt bepaald, verschillende klassen of niveaus aangegeven worden. Dit is weer bij CG en PF niet mogelijk.

Verder lijkt het dat alle eigenschappen van isolatiematerialen door de geharmoniseerde normen zowel voor de producten als voor de testmethoden, op dezelfde manier getest worden. Niets is minder waar. Als we bijvoorbeeld kijken naar de testmethode voor de bepaling van lange termijn waterabsorptie (EN 12087), dan geeft die norm verschillende methoden voor testen aan. In de productnorm van het specifieke isolatiemateriaal wordt dan ogenschijnlijk in hoofdstuk 4 verwezen naar dezelfde norm, maar vervolgens wordt er weer naar een specifieke methode verwezen. Bij minerale wol wordt de lange termijn waterabsorptie volgens methode 2A bepaald, bij PIR volgens methode 1A en/of 2A en bij PF volgens methode 1A. Het verschil tussen methode 1 en 2 is dat bij methode 1 het proefstuk gedeeltelijk in water wordt ondergedompeld en bij methode 2 volledig. De eenheid van het resultaat is daardoor natuurlijk ook verschillend; bij methode 1 is dat kg/m2 en bij methode 2 is dat in volume procenten. Men kan het resultaat van de bepaling van deze eigenschap dus zeer moeilijk tot niet met elkaar vergelijken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat bij PIR volgens verschillende methoden is getest, zodat mogelijk zelfs dezelfde materialen niet met elkaar vergeleken kunnen worden.

In het vorige algemene artikel over CE-markering heb ik al aangegeven dat CE-markeren in sommige gevallen redelijk eenvoudig is zonder al te veel controle, maar dat in andere gevallen het controleniveau veel hoger ligt. Bij isolatie is het controleniveau afhankelijk van de brandklasse die voor een isolatiemateriaal gedeclareerd wordt. Zo valt bijvoorbeeld EPS, die een brandklasse E volgens EN 13501-1 declareert, in Attestation of Confomity level 3 en een steenwol of resolschuim in level 1 omdat deze materialen een brandklasse C of beter declareren. Wat het verschil in controleniveau tussen AoC lever 1 en 3 is, is af te lezen in onderstaande tabel.

 

Het belangrijkste verschil tussen level 1 en 3 is dat bij level 1 het initieel onderzoek naar de producteigenschappen door een notified body is gedaan en dat bij level 1 ook een periodieke bewaking van de Factory Production Control (FPC) wordt uitgevoerd. Mijns inziens betreffen dit significante verschillen in controleniveau tussen materialen die met hetzelfde doel in gebouwen worden toegepast, nl. thermische isolatie. Om deze verschillen weg te nemen en het controleniveau op een level playing field te krijgen, is een KOMO®(-attest-met)-productcertificaat een uitstekend instrument.

Concluderend kan gezegd worden dat bij isolatiematerialen de harmonisering nog wel te wensen overlaat. Daarnaast creëert het verschil in controleniveau naar mijn mening ook een groot verschil in mogelijk vertrouwen dat een afnemer of verwerker in de gedeclareerde eigenschappen van een isolatiemateriaal zou kunnen gaan krijgen.




[1] Reflecterende folies kunnen CE-markering dragen, niet gebaseerd op een Europese productnorm, maar op basis van een CUAP (Common Understanding of Assessment Procedures). CE-markering op basis van een CUAP is op vrijwillige basis.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam