Roofs 2013-07-12 ZZP’er onvoldoende verzekerd tegen ziekte of ongevallen

Terwijl het aantal werknemers bij dakdekkerbedrijven daalt, stijgt het aantal ZZP’ers. Op 4 juni 2013 presenteerde, in het NBC te Nieuwegein, directeur Taco van Hoek van het EIB de eerste resultaten van een onderzoek naar duurzame inzetbaarheid van ZZP’ers op het dak.

Het onderzoek Duurzame inzetbaarheid van arbeid. De rol van ZZP’ers in de bitumineuze en kunststofdakbedekkingsbranche wordt in opdracht van SBD uitgevoerd in het kader van het ESF project Sociale Innovatie ‘Allemaal Daktoppers’. Het onderzoek is nog niet afgerond, in de loop van de zomer zullen de onderzoekers met de definitieve resultaten komen. Wel werden de voorlopige resultaten nu al gepresenteerd om te toetsen of de informatie uit enquêtes en interviews herkenbaar was voor de aanwezigen (veelal vertegenwoordigers van dakbedekkingbedrijven) en of men zich kon vinden in de oplossingsrichtingen die het EIB voor een aantal knelpunten aangaf. Naar verwachting kan het definitieve rapport op 31 juli 2013 worden aangeboden.

Voorlopige resultaten

Uitgangspunt van het onderzoek was het in kaart brengen van de werkpraktijk van ZZP’ers. Wat zijn de ervaringen en problemen voor dakdekkerbedrijven met het werken met ZZP’ers, en op welke manieren kan verbetering worden gebracht in hun werkpraktijk, zodanig dat ook zij op een gezonde manier de pensioensgerechtigde leeftijd behalen. Met name de financiering hiervan is onderwerp van discussie.

Allereerst de cijfers. Voorafgaand aan de spreekbeurt van Taco van Hoek maakte voorzitter Cees Woortman van branchevereniging VEBIDAK bekend dat het aantal actieve dakdekkerbedrijven in de branche het afgelopen jaar grofweg met 7% is gedaald. Momenteel zijn er rond de 1650 ZZP’ers in de dakenbranche actief. Voor dit onderzoek zijn 420 bedrijven benaderd met in totaal zo’n 3850 werknemers. De ZZP’ers zijn steekproefsgewijs benaderd na een selectie op naam; in totaal hebben 950 ZZP’ers aan het onderzoek deelgenomen.

Bijna 90% van de ZZP’ers was voorheen in loondienst, in veel gevallen in de functie van voorman dakdekker-A. Een derde van de huidige ZZP’ers is na 2008 voor zichzelf begonnen; de gemiddelde leeftijd is 44 jaar. Belangrijkste motieven om ZZP’er te worden zijn de vrijheid en zelfstandigheid tijdens het werken en het aanwenden van het vakmanschap. Veel ZZP’ers (90%) hebben voordat ze voor zichzelf begonnen vakdiploma’s gehaald.

Hoe fungeren ZZP’ers op de markt? Voor dakdekkerbedrijven is het opvangen van pieken de voornaamste reden voor de inzet van ZZP’ers. Over het algemeen zijn de inhurende bedrijven tevreden over de samenwerking en de technische kunde van de ZZP’ers. De ondernemerskwaliteiten van veel ZZP’ers worden over het algemeen minder sterk ingeschat. Wanneer ZZP’ers werken uitvoeren voor dakdekkerbedrijven, wordt in de meeste gevallen wel aandacht besteed aan een veilige en gezonde werkpraktijk. Dit is anders bij werken voor particulieren.

Wat betreft de vitaliteit zijn velen er zich van bewust dat ze lichamelijk zwaar werk uitvoeren en driekwart van de ZZP’ers denkt dan ook niet door te kunnen werken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Velen geven aan (30%) door ziekte of een ongeval niet het hele jaar te hebben kunnen werken. Slechts 60% is afdoende verzekerd tegen inkomensderving.

Discussie
Na de presentatie van Van Hoek was er uitgebreid ruimte voor discussie. Naar aanleiding van de genoemde uurtarieven die ZZP’ers hanteren (Van Hoek noemde een bedrag van gemiddeld € 37) kreeg men de indruk dat vooral de meer solide ZZP’ers aan het onderzoek hadden meegedaan. In de praktijk zal dit tarief verschillen, afhankelijk van de opdrachtgever (particulier of bedrijf), en van de vraag of de ZZP’er veel verschillende opdrachtgevers heeft of werkt als een soort ‘vaste onderaannemer’ (schijnzelfstandige). Om een beter beeld te verkrijgen, zal in het verdere verloop van het onderzoek het tarief bij de inhurende bedrijven worden gemeten.

Veel ZZP’ers (meer dan de helft) die zijn geregistreerd als dakdekker platte daken, zijn ook in andere vakgebieden actief, als timmerman, stukadoor, hovenier, etc. Waarschijnlijk doen zij dit om de inzetbaarheid op korte en langere termijn te vergroten. Hier zal nog nader onderzoek naar worden gedaan.

Belangrijk aandachtspunt was bovendien dat veel ZZP’ers hun vakkennis hebben verkregen via opleiding als werknemer en later niet (meer) bijdragen aan de financiering hiervan. Zij dragen immers niet bij aan sectorale maatregelen zoals opleidingen en activiteitne op het gebied van veiligheid en duurzame inzetbaarheid. Ook de afwezigheid van goede (arbeidsongeschiktheids)verzekeringen wordt gezien als een belangrijk knelpunt en oorzaak van concurrentievervalsing. De vraag die werd opgeworpen, is: kun je ZZP’ers verplichten bij te dragen aan de collectieve voorzieningen of valt dit onder het vrije ondernemerschap? Geconcludeerd werd dat het hoe dan ook belangrijk is om met alle betrokkenen samen te werken aan de eerlijke inzetbaarheid van ZZP’ers naast werknemers in loondienst.

Volgens VEBIDAK en de vakbonden FNV en CNV zijn hiervoor in de nieuwe CAO BIKUDAK de eerste stappen gezet. Cees Woortman van VEBIDAK gaf verder aan dat de branchevereniging werkt aan het opstellen van algemene inleenvoorwaarden voor onderaannemers, om ook hier meer zaken te reguleren en juridische onzekerheden te voorkomen.

De komende maanden werkt het EIB het onderzoek verder uit en in de loop van de zomer zal het definitieve rapport uitkomen. Roofs zal hier vanzelfsprekend uitgebreid aandacht aan schenken.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief