Roofs 2014-01-10 Inspectie SZW: “Collectieve beschermingsmiddelen is het uitgangspunt!”

Dit is de tweede aflevering in een artikelenserie over veilig werken op hoogte. Middels gesprekken met de partijen die invulling geven aan de regelgeving op dit gebied wil Roofs de eventuele onduidelijkheden die op dit gebied bestaan wegnemen. De Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie) handhaaft de regelgeving op het gebied van o.a. veilig werken op hoogte. Carin Benders, Landelijk Projectleider Bouw, licht de regelgeving en het handhavingsbeleid toe.

“Als iemand weet hoe de regelgeving in elkaar  zit, dan zijn wij het: wij handhaven immers de Arbowet,” opent Benders het gesprek. “De Arbowet en het onderliggende besluit is helder, en die is volledig in lijn met de Europese richtlijnen. Wat betreft veilig werken op hoogte moet eerst aan bronaanpak worden gedaan, dus voorkomen dat valgevaar kan ontstaan. Mocht dit niet mogelijk zijn, dient in alle gevallen een collectieve beveiliging te worden toegepast en dat betekent dus: hekwerken, leuningen e.d. Pas in het uiterste geval mag gekozen worden voor persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals aangelijnd werken . Dat is de arbeidshygiënische strategie die in artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet staat beschreven.”

Benders: “Het is dus: ‘nee, tenzij’ – wij merken dat in de markt uit commerciële motieven dit ‘tenzij’ al veel te snel wordt ingevuld. Dat is dus niet toegestaan. De wetgeving is in dit geval duidelijk en mag als voldoende bekend worden verondersteld; niet iedereen is het daarmee eens maar dat is een ander verhaal. Overigens staat in artikel 9.5 van het Arbobesluit ook duidelijk omschreven waar zzp’ers aan moeten voldoen; onder andere de bepalingen ter voorkomen van valgevaar bij werken op hoogte. Wie dus zegt dat niet duidelijk is waar aan voldaan moet worden, die kent zijn stukken niet.”

Het Bouwbesluit en het Bouwprocesbesluit worden vaak door elkaar gehaald. Het Bouwbesluit stelt eisen aan het bouwwerk en wordt primair getoetst door Bouw-en Woningtoezicht van een gemeente. Het Bouwprocesbesluit (een benaming uit het verleden, waarmee Afdeling 5 ‘Bouwproces’ van het Arbobesluit bedoeld wordt) in het Arbobesluit regelt de verantwoordelijkheden die verschillende partijen hebben in de ontwerp- en uitvoeringsfase bij de totstandkoming van een bouwwerk.

In het Bouwbesluit (toetsingskader) is aangegeven dat in het ontwerp rekening moet worden gehouden met het gegeven dat het onderhoud op een veilige manier moet kunnen worden uitgevoerd. Bij nieuwbouw kan de opdrachtgever dan ook civiel aansprakelijk worden gesteld voor een onveilige situatie tijdens de onderhoudsfase. Onder de Arbowet valt het Arbobesluit en daar is in afdeling 5, artikel 2.23 tot en met artikel 2.35 het Bouwprocesbesluit in opgenomen.

Volgens de Arbowet is in geval van overtredingen primair de werkgever wiens werknemers het betreft aansprakelijk. “Bij overtredingen wordt door de uitvoerende bedrijven regelmatig – ten onrechte - alsnog naar de opdrachtgever gewezen omdat deze niet zou willen betalen voor de veiligheidsvoorzieningen. Ik begrijp dat dit problematisch is. Aan de andere kant zie ik dat opdrachtnemers wel héél veel accepteren. De Arbowet is heel duidelijk over wie verantwoordelijk is, namelijk de (meewerkend)werkgever en in veel situaties ook de zzp-er. En dat geldt dus voor elke opdrachtnemer.”

Weerbarstige praktijk

De regelgeving is inderdaad helder maar de praktijk is weerbarstig. Hoe gaat de Inspectie SZW hiermee om? Benders: “Onder alle omstandigheden moet aan de regelgeving worden voldaan. Er zijn ook voldoende mogelijkheden om hier in de praktijk goed invulling aan te geven. Het is niet de bedoeling dat daar om economische of esthetische redenen van wordt afgeweken. De Arbowet gaat uit van de arbeidshygiënische strategie. Deze regel betekent in feite een verplichte hiërarchie, om op een zo hoog mogelijk niveau maatregelen en voorzieningen te treffen om risico’s te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Een individuele voorziening als een lijnsysteem is nu eenmaal minder veilig dan een collectieve voorziening en is dus in principe niet toegestaan. Het economische argument gaat niet op omdat dat voor iedere uitvoerende van toepassing is. Financiën kan dus geen reden zijn voor een opdrachtgever om niet te kiezen voor een collectieve voorziening. En dat is voor iedereen van toepassing zodat  er door niemand op het dak wordt gewerkt. Linksom of rechtsom, op hoogte moet veilig worden gewerkt en dus is het zaak dat daar op de een of andere manier het budget voor wordt vrijgemaakt.”

“Het esthetische argument gaat ook niet op want in die gevallen kan bijvoorbeeld gewerkt worden met inklapbare of tijdelijke hekwerken. Men denkt momenteel veel te gemakkelijk: dat doen we wel even met lijntjes. Nee: dat kan alleen in het uiterste geval als de andere voornoemde maatregelen niet mogelijk zijn. De frequentie waarmee het dak moet worden betreden is hierin geen criterium. Het criterium is het creëren van een veilige arbeidsplaats én het voorkomen van valgevaar.”

Benders: “Ik kan wel eens moedeloos worden van situaties in de praktijk en de discussies die over veilig werken op hoogte worden gevoerd. Het draait vaak alleen maar om geld maar er is ook nog zoiets als moraliteit. We weten allemaal hoe het moet, we doen het alleen niet uit economische overwegingen. De mindset is: dat doen we wel even. Maar het loopt uit de hand. Dit jaar zal het aantal dodelijke slachtoffers in de bouw als gevolg van vallen van hoogte  hoger zijn dan vorig jaar. Dat is dramatisch. In 2014 zullen wij daarom in een  inspectieproject extra aandacht besteden , o.a. gericht op het veilig aanbrengen van zonnepanelen op het dak.” 

Handhaving

De Arbowetgeving bevat doelvoorschriften. Om daar aan te voldoen zijn door werkgevers en werknemers (branches) oplossingen bedacht en deze zijn in Arbocatalogi weergegeven. In onder andere de A-bladen is de praktische uitvoering van de Arbowet  vastgelegd.. Deze worden via Stichting Arbouw ingevuld door de sociale partners. De teksten uit de A-bladen die integraal zijn overgenomen in de arbocatalogi worden  marginaal getoetst door Inspectie SZW. Door deze toetsing sluiten de respectievelijke A-bladen op elkaar aan. Een schijnbare tegenstrijdigheid als de afwijkende definitie van kortdurende werkzaamheden in het A-blad hellende daken, ten opzichte van die van de platte daken, is te verklaren uit de grotere fysieke belasting die het werken op het hellende dak met zich meebrengt. De installateurs die zonnepanelen monteren zijn doorgaans aangesloten bij UNETO VNI. Deze branchevereniging is niet aangesloten bij Arbouw: de praktische invulling van deze werkzaamheden is dus niet afgestemd op die van de overige partijen.

“Inspectie SZW inspecteert de bouw landelijk met 63 inspecteurs,” vertelt Benders. “Wanneer op een dak overtredingen worden waargenomen die ernstig gevaar voor personen opleveren, zonder dat er personen aan het werk zijn, kan het werk op basis van artikel 28 uit de Arbowet  stilgelegd worden zonder boeteoplegging (de oude preventieve stillegging). Als er wel mensen aan het werk zijn en er is ernstig gevaar voor deze personen, wordt het werk stilgelegd en wordt tevens een boeterapport opgemaakt. Het Boetebureau bepaalt vervolgens of er een boete wordt opgelegd en de hoogte van de boete.”

“Bij  een dodelijk ongeval onderzoeken we in overleg met de Officier van Justitie altijd eerst of er sprake is van dood door schuld. Indien dit het geval is, valt dit onder het strafrecht en voeren we het nader onderzoek uit in opdracht van het OM. Is daar geen sprake van, dan voeren we als Inspectie SZW het onderzoek verder uit in het kader van het bestuursrecht en de Arbowet. Overigens kent ook de Arbowet enkele misdrijven die door een rechter berecht worden.”

Inspectie SZW is een transparante dienst: alle basis inspectiemodules staan op de website van de dienst zodat iedereen kan zien hoe gehandhaafd wordt. Benders: “Wij hebben in Nederland geen cultuur van ‘naming and shaming’: het publiekelijk bekend maken van de namen van partijen die in overtreding zijn. Daarvan heeft de politiek tot nu toe gezegd: dat doen wij niet. Daarom staan er geen praktijkcases op de website.”

Bij een ongeval wordt tevens vastgesteld of het om een werknemer of een zzp’er gaat. Benders: “Een echte zzp’er werkt alleen en bepaalt dus zelf hoe hij de opdracht uitvoert. Hij heeft de opdracht aangenomen en werkt niet op basis van een uurtarief. Als de zzp’er niet alleen werkt, per uur betaald wordt en zelf zijn werk niet kan bepalen, dan beschouwen we de zzp’er als werknemer volgens de Arbowet en is de opdrachtgever van de zzp’er daardoor zijn werkgever. Deze krijgt dan de boete. Als een zzp’er een grote klus aanneemt en daarbij collega’s inzet, dan is hij voor de Arbowet werkgever en dus verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van zijn ‘personeel’. Hij dient dan ook aan alle verplichtingen van de Arbowet te voldoen. De Inspectie SZW heeft hiervoor een brochure. Zelfstandigen en de Arbowet beschikbaar, deze is te vinden op www.inspectieszw.nl.

Indien het een ongeval van een zzp’er betreft die in opdracht van een particuliere opdrachtgever een werk uitvoert (met andere woorden: hij staat niet onder gezag), dan wordt geen ongevalsonderzoek uitgevoerd omdat in dit geval de Arbowet niet van toepassing is. Wij zien in de praktijk dat veel zpp’ers nonchalant omgaan met de veiligheids- en gezondheidsomstandigheden op het werk. Ze realiseren zich onvoldoende dat de rekening van een eventueel ongeval terecht komt bij hun familie of, in het ergste geval, hun nabestaanden. Ook houden ze onvoldoende rekening met hun veiligheid en gezondheid, terwijl ze met hun lichaam een boterham moeten verdienen.”

“De situatie op het gebied van veiligheid en gezondheid bij werkzaamheden op hoogte is dus niet onduidelijk,” besluit Benders. “Zij wordt door marktpartijen onduidelijk gemaakt. Dat is behoorlijk uit de hand aan het lopen met vaak dramatische gevolgen. Hier zullen wij in de komende maanden met veel activiteiten (naast het inspectieproject ook de uitgave van een brochure en een congres in april) paal en perk aan stellen en het onderwerp werken op hoogte weer op de kaart zetten.”

De aspecten over de relatie werkgever-werknemer zijn helder. Maar… wie is de opdrachtgever? De aannemer, de projectontwikkelaar, de gebruiker van het gebouw of de economisch eigenaar? Roofs duikt voor u verder in de materie en houdt u op de hoogte.

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam

Inschrijven nieuwsbrief