Roofs 2015-01-14 “Fatsoenlijk gedrag dient de norm te zijn”

Tijdens het congres ‘Veilig werken op hoogte’, dat Lindeman Events op 29 oktober jl. organiseerde, werd een aantal keer nadrukkelijk gesteld dat de overheid nadrukkelijker zou moeten optreden. Roofs interviewde beleidsdirecteur Rob Triemstra en beleidsadviseur Ad van Duijn van de afdeling Veilig werken van het Ministerie van SZW.

Als plaatsvervangend directeur van een beleidsdirectie is Rob Triemstra medeverantwoordelijk voor het bepalen en uitvoeren van het overheidsbeleid op het gebied van veilig en gezond werken, en het informeren en adviseren van de minister. Zijn medewerker Ad van Duijn is beleidsadviseur, onder meer over veilig werken op hoogte. De afdeling Veilig werken werkt aan het beleid gericht op het terugdringen van ongevallen, bijvoorbeeld in de procesindustrie, de bouw, met machines en ook bij het werken op hoogte.

Zoals tijdens het congres ‘Veilig werken op hoogte’ werd verteld,  is de wetgeving op het gebied van veilig werken op hoogte beperkt tot vier wettelijke bronnen: de Arbowet, het Arbobesluit, de Woningwet en het Bouwbesluit. Het Ministerie van SZW gaat over de arbowetgeving. Dit zijn overwegend ‘doelvoorschriften’: ze verwoorden enkel het doel. Bijvoorbeeld dat valgevaar voorkomen moet worden. Hoe dat doel wordt bereikt, wordt aan de (markt)partijen zelf overgelaten. Zie voor een nadere uitleg hiervan het verslag van het congres in Roofs december 2014.

Tijdens het congres werd o.a. gesteld dat het toezicht door Inspectie SZW veel meer zou moeten worden uitgebreid en ook werd een aantal oplossingen voorgesteld om de veiligheid op het dak te bevorderen. Het gesprek dient om de standpunten van het Ministerie hieromtrent te toetsen en duidelijkheid te krijgen over de vraag wat precies de rol is die de overheid op het gebied van veilig werken op hoogte speelt, of zou moeten spelen.

Doelvoorschriften

“Op advies van de Sociaal Economische Raad (SER) en de respectievelijke brancheorganisaties is al jaren geleden besloten de regelgeving op het gebied van veilig werken op hoogte te richten op doelvoorschriften,” aldus Triemstra. “De gedachte hierachter is dat de invulling in de praktijk per geval bekeken moet worden, dat vereist maatwerk. De brancheorganisaties hebben nadrukkelijk om de ruimte gevraagd om hier invulling aan te geven.”

Triemstra: “Er wordt naar mijn idee nogal snel naar de overheid gewezen, de handhaving zou ontoereikend zijn. Het begint bij de werkgever, die zelf verantwoordelijk is voor een veilige werkplek. Het belangrijkste doelvoorschrift is immers de zorgplicht van de werkgever ten opzichte van zijn werknemer. De geboden ruimte wordt soms benut om de grenzen van het toelaatbare op te zoeken. Maar de uitvoerder is altijd zelf degene die besluit het werk tegen een bepaalde prijs aan te nemen en welke veiligheidsvoorzieningen hij treft of achterwege laat.”

“Het argument dat je jezelf uit de markt prijst als je de benodigde veiligheidsvoorzieningen treft, vind ik te gemakkelijk. Elke werkgever heeft de zorgplicht voor zijn personeel en is in overtreding als hij daar geen invulling aan geeft. Tegelijk heeft ook de werknemer een verantwoordelijkheid in het al dan niet veilig uitvoeren van zijn werkzaamheden. Het elkaar aanspreken hierop zou mogelijk door partijen in de keten of de branche kunnen worden uitgevoerd, maar dit is momenteel onderwerp van politiek debat.  De uitkomsten daarvan moeten we afwachten.”

“Het is dus de verantwoordelijkheid van de bouwpartijen zelf om invulling te geven aan de regels omtrent veilig werken op hoogte. Die verantwoordelijkheid moet men dan ook wel nemen,” aldus Triemstra.

Zzp’er

De rol van de zzp’er is, zo bleek ook tijdens het congres, onduidelijk. De zzp’er is immers zijn eigen werkgever en dus verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid. Wanneer de zzp’er dus verongelukt, is er niemand anders dan hijzelf aansprakelijk te stellen voor de geleden schade. “Ook dit hangt af van de situatie,” geeft Triemstra aan. “In veel gevallen werkt de zzp’er onder gezag en is de opdrachtgever mede verantwoordelijk voor de veiligheid van de zzp’er die hij inhuurt. Maar dat zal lang niet altijd het geval zijn, zeker niet wanneer het een particuliere opdrachtgever betreft. De regels voor veilig werken op hoogte gelden ook voor zzp’ers. Zzp’ers weten, evenals werkgevers, hoe veilig gewerkt kan en moet worden. Er blijft altijd een mogelijkheid om andere partijen aansprakelijk te stellen. In de praktijk leidt dit zelden tot een veroordeling, maar misschien was er dan inderdaad geen zaak.”

Van Duijn: “De Wet Aanpak Schijnconstructies die medio december 2014 door minister Asscher is gepresenteerd, maakt deel uit van de aanpak van de uitbuiting en onderbetaling. Tijdens een algemeen overleg over arbeidsomstandigheden op 30 oktober 2014 heeft minister Asscher nadrukkelijk gesteld dat er naast goed werkgeverschap ook sprake dient te zijn van goed opdrachtgeverschap. Ook opdrachtgevers hebben een verantwoordelijkheid voor gezond en veilig werken. Of deze verantwoordelijkheid ook wettelijk dient te worden vastgelegd, is momenteel onderwerp van politiek debat. Naar verwachting komt hier in 2015 meer duidelijkheid over.”

Creativiteit

De wetgeving op dit gebied komt overigens Europees tot stand. De Nederlandse regelgeving dient in lijn te zijn met de Europese. Triemstra geeft aan dat de verantwoordelijkheden zoals die in de wetgeving zijn vastgelegd, naar zijn mening voldoende duidelijk zijn. Hij onderkent dat de invulling in de praktijk nog dikwijls te wensen overlaat. Hiertoe doet hij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van alle betrokkenen.

“Er zijn inderdaad partijen die de juridische grenzen opzoeken. Ik zou willen dat die creativiteit wat meer zou worden aangewend om op een goede manier te werken of aan de regels te voldoen. Er is veel creativiteit in de markt aanwezig, er zijn ook veel partijen op een positieve manier met het onderwerp bezig. Misschien sluiten de respectievelijke A-bladen en Arbocatalogi niet helemaal op elkaar aan, maar is dat een probleem? Het is toch geweldig dat er zoveel oplossingen zijn? Waarom zou je dan moeilijk doen over de vraag of je A-blad X, Y of Z moet kiezen? Het gaat toch om de oplossing die past bij je situatie. Voorts is het aan brancheorganisaties om de werkgevers over de geldende regelgeving en branchespecifieke invulling daarvan te informeren. Veel overtredingen worden uit onwetendheid begaan. Ik heb overigens de indruk dat hier zeer actief aan wordt gewerkt.”

Initiatieven

Triemstra juicht een initiatief als het BIKUDAK Vakpaspoort dan ook toe. “Net als destijds het VCA kan het Vakpaspoort positieve ontwikkelingen in gang zetten. Ook als niet alles direct 100% goed verloopt, is de ontwikkeling op zichzelf waardevol. Het mag geen instrument worden om de werkzaamheden af te schermen, maar als instrument om de juiste deskundigheid of kwaliteit van werken te waarborgen ben ik voorstander van de invoering van het BIKUDAK Vakpaspoort.”

Over de voorstellen die tijdens het congres ‘Veilig werken op hoogte’ naar voren zijn gebracht, tonen de heren zich minder enthousiast. Zo werd tijdens het congres het idee geopperd de verantwoordelijkheid voor het veilig werken op hoogte bij één partij in de keten te leggen, bijvoorbeeld de projectontwikkelaar. “In België wordt een externe coördinator aangesteld die verantwoordelijk is voor coördinatie van het bouwproces maar dat lijkt mij geen nastrevenswaardig model,” aldus Van Duijn. “Wij hebben in Nederland anders besloten. Het debat over de verantwoordelijkheden van werkgevers,  werknemers en opdrachtgevers is al moeilijk genoeg. Het zou de zaken nodeloos ingewikkeld maken om daar nog een partij aan toe te voegen.”

Evenmin ziet Van Duijn heil in het financieel belonen van veilig gedrag. “Het is geen goede zaak als slechte arbeidsomstandigheden worden afgekocht. Fatsoenlijk gedrag dient de norm te zijn en mag dus geen beloning waard zijn. Om dezelfde reden zijn wij geen voorstander van het verplicht apart offreren van veiligheid. Het werk dient gewoon veilig te worden aangeboden en uitgevoerd. Het lijkt me niet gewenst om onveilig werk aan te bieden met een aparte offerte voor veiligheid waarbij de keuze aan de opdrachtgever wordt gelaten.”

Wilt u deze tekst in opgemaakte vorm lezen met foto's, klik dan deze link aan, dan ontvangt u de tekst in een PDF bestand



Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door:

Leveranciernaam