(uitgave 00/2 pag 16)

Het Rijksdaggebouw te Berlijn

Op 19 april 1999 ruilden de 669 volksvertegenwoordigers van de Duitse Bondsdag hun oude en krappe onderkomen in voor het vernieuwde Rijksdaggebouw te Berlijn. Tijdens de renovatiewerken werd getracht dit imposante monument om te vormen tot een modern en functioneel parlementsgebouw. Aangezien men ook het dak nuttig wou gebruiken moest de dakopbouw beantwoorden aan bijzonder specifieke eisen.

Bij de aanvang van de verbouwingswerken werden grote gedeeltes van de constructie afgebroken en bleven praktisch enkel de historische gedeeltes overeind. De combinatie van deze oude delen met de moderne nieuwbouw geeft het gebouw een bijzonder interessant uitzicht die zonder de nieuwe glazen koepel enkel van binnen uit te zien zou zijn geweest. Dit 52 m hoge "ei" is van binnenuit verlicht en dus tot ver in de wijde omtrek zichtbaar en bevat bovendien een geraffineerde licht- en ventilatieconstructie die via een verspiegelde trechter zonlicht en frisse lucht naar de plenaire vergaderzaal leidt.

Multifunctioneel dak

Het dak van het vernieuwde gebouw moest niet alleen waterdicht zijn maar bovendien ook voldoen aan een heleboel andere, vaak verregaande eisen:

Aanbesteding werd herzien

Volgens het oorspronkelijk ontwerp zou het dak worden voorzien van een rotswolisolatie met daarbovenop een zeer licht drainagesysteem uit gerecycleerd polystyreen met een grindbedding en tenslotte de terrasplaten. In principe ging het hier om een losse gelaagde constructie met puntsgewijs verlijmde individuele lagen. De windweerstand zou dus enkel door de nuttige belasting van de terrasplaten worden verzekerd. Als waterdichting werd er gekozen voor een kunststofbaan uit flexibele polyolefinen.

De eerste aanbesteding stootte echter op heel wat kritiek aangaande de constructienadelen van deze gelaagde structuur en van de voorgestelde producten. Zo zouden bijvoorbeeld eventuele lekken enkel met een hoog kostenplaatje gelokaliseerd kunnen worden. Een gelaagde constructie die enkel puntsgewijs gelijmd is zou ook capillair werken, m.a.w. binnendringend water dat zich binnen het lagenpakket verdeelt zou nauwelijks controleerbaar zijn. Verder zou de rotswolisolatie de hoge puntbelastingen veroorzaakt door de reinigingstoestellen niet aankunnen en werd ook het drainagevermogen van de voorgestelde grindbedding onder de eigenlijke terrasbekleding in vraag gesteld.
Er werd dan ook een neutrale deskundige ingeschakeld om de werkbaarheid van de eerste aanbesteding en de gegrondheid van de opgeworpen bezwaren te controleren. Hierbij werd tevens het gebrek aan ervaring op lange termijn met de voorziene kunststof dakafdichting kritisch geëvalueerd, aangezien veel producenten in het verleden hun recepten al meermaals hadden moeten wijzigen. Omwille van de bijzondere betekenis van het gebouw mochten enkel dakbanen gebruikt worden waarvan de deugdelijkheid op lange termijn reeds was bewezen.

De kritiek op de eerste aanbesteding, het standpunt van de deskundige en de adviezen van gerenommeerde bouwfysici hebben uiteindelijk geleid tot een volledig nieuwe dakopbouw. De volgende eisen werden in de nieuwe aanbesteding opgenomen:

Vanuit deze gezichtspunten werd er geopteerd voor de toepassing van het Foamglas kompaktdaksysteem met uitzondering van enkele gebieden die onder monumentenzorg vallen en waar een omkeerdak werd gebruikt. De dakopbouw zag er dus voornamelijk als volgt uit: De keuze viel hierbij op WOLFIN® IB, een hoogpolymeer-afdichtingsbaan van de Duitse fabrikant Henkel Bautechnik GmbH die reeds meer dan 30 jaar in ongewijzigde vorm wordt gebruikt. De WOLFIN®-dak- en afdichtingsbanen zijn met polyester verweekte, bitumenbestendige kunststofbanen op basis van polyvinylchloride (PVC-P-BV) en voldoen aan de DIN 16937. Ook de vereiste onderloop-proofing van deze dakopbouw kon aan de hand van een keuringsverslag van het Zuid-Duitse kunststofcentrum (SKZ) worden bewezen.
In de bestekken werden uitdrukkelijk alternatieve voorstellen gevraagd maar deze bleken bij nader onderzoek niet te voldoen aan de gestelde eisen. Hoewel de bouwheer het gebruik van PVC zoveel mogelijk wou vermijden ging in dit geval de uitvoeringsveiligheid van de dakwerken gewoon voor. De naadoverlappen van de WOLFIN® IB-dakbaan werden met lasvloeistof of hete lucht gelast. Het resultaat: een gesloten, homogene afdichting met optimale onderloop-proofing.

Dure en moeilijke aansluitingswerken

Het realiseren van de aansluitingen was een kostelijke aangelegenheid. Bij de bestaande gebouwdelen, zoals bijvoorbeeld het 'Tympanon' (Westportaal), waren er oorspronkelijk helemaal geen aansluitingen voorzien naar de aangrenzende bouwdelen. De afdichting stopte gewoon aan de opgaande wand. De aansluitingen op bestaande richels moesten bijgevolg eerst ambachtelijk gevormd worden met titaanzink en daaronder een WOLFIN®-afdichting.
De aansluiting op de koepelkrans moest als dilatatievoeg geconcipieerd worden om bewegingen van het bouwwerk op te vangen. Deze constructief noodzakelijke voeg werd met een EPDM-voegstrip met polyestergecacheerde kleefrand afgedicht en moet de enorme bewegingen van de koepel veroorzaakt door thermische uitzetting en windlasten kunnen opvangen. De voegstrip werd na opmeting ter plaatse in de vorm van de krans geprefabriceerd en gemonteerd, met inbegrip van de bestaande hoekvormen bij de bordestrappen.

Een ander probleem was de aansluiting van de dakafdichting aan de steunpoten van de geleiderail voor de koepelconstructie. Daarom werd aan de hand van een maquette van de steunpootconstructie een dubbele manchet uit WOLFIN® IB geprefabriceerd die achteraf op de werf dankzij twee insnijdingen aan de voorzijden gewoon rond de poten kon worden gelegd. Ook de borstweringen, de opgaande wanden van de tussenstructuren (soms tot meer dan 3 m hoog!) en de goten en killen van de glazen daken werden volledig met WOLFIN® afgedicht.

Om de latere natuursteengevel op te vangen moesten de beugels en steunconstructies allemaal mee in de WOLFIN®-afdichting geintegreerd worden. Om te vermijden dat ze zouden wegglijden, werden deze verticale zones met drukrails vastgezet. Zelfs de trappen naar het café werden op die manier afgedicht.

Bescherming tegen beschadiging

Een probleem waarmee elke dakdekker op het einde van de werken af te rekenen heeft, is de bescherming van zijn werk tot aan de oplevering. Net tegen het eind van de bouwfase is het risico op beschadiging van de dakafdichting door de werkzaamheden van de volgende aannemers immers bijzonder groot. Op deze werf werden de afgewerkte dakvlakken onmiddellijk bedekt met een PE-folie van 0,2 mm dik en voorzien van een bescherm- en drainagemat voor zware belastingen, maar het was zo goed als onmogelijk om het oppervlak te beschermen zodra er op gelopen werd. Dit project bood namelijk slechts beperkte opslag- en bergingsmogelijkheden aan de diverse individuele aannemers zodat ook de dakoppervlakken als opslagplaats gebruikt moesten worden. Bovendien was er op dat moment geen transportkraan meer op de werf zodat alle materialen via het dak getransporteerd moesten worden.
Een andere slimme beschermingsmaatregel bestond erin de dakvlakken volledig onder water te zetten: geen enkele vakman krijgt immers graag natte voeten. Bovendien werd de dakbedekking op deze manier nog eens extra gecontroleerd op eventuele lekkages.
Kies hier:
Inhoudsopgave Roof Belgium 2000
Terug naar Roof Belgium