(uitgave 00/4 pag 6)
Gedurende de afgelopen maanden organiseerde het WTCB en het VIZO in samenwerking met Havimo ASSE, CMO Waasland, LVG Genk en het vormingsinstituut voor KMO Centrum Kortrijk een beroepsvervolmakingscursus over het platte dak voor o.m. aannemers van dak- en dichtingswerken, fabrikanten en ontwerpers. Tijdens deze studieavonden werden voor het eerst ook de resultaten en grafieken bekendgemaakt van een duurzaamheidsonderzoek uitgevoerd door het WTCB dat na 17 jaar werd afgerond.
| De natuurlijke verouderingsproeven werden gerealiseerd door verscheidene stukken dakafdichting aan te brengen op een dak van het WTCB-proefstation te Limelette op zuidelijk georiënteerde en sterk geïsoleerde dragers met een helling van 5%. |
Met ca. 600 deelnemers over de ganse periode en met de opleidingen in Brussel en Wallonië meegeteld is de opkomst voor de cursus zeker geslaagd te noemen. De opleidingen werden telkens gespreid over 2 avonden: tijdens de eerste sessie gaf de heer ing. E. Meert, technologisch adviseur "omhulsel van het gebouw" bij het WTCB een theoretische uiteenzetting over de diverse technische aspecten van het platte dak terwijl de tweede avond was voorbehouden aan de heer ing. W. Van De Sande, afdelingshoofd "Technisch Advies" van het WTCB voor een uiteenzetting over de pathologie van de daken. Eén van de interessante onderwerpen die aan bod kwamen was het onderzoek naar de prestaties op lange termijn van een aantal dakafdichtingsmembranen.
De te onderzoeken membranen werden éénlaags en losliggend aangebracht op geëxtrudeerd polystyreen (dikte 100 mm) en werden aan de vier zijden mechanisch verankerd aan de houten kader die rond de isolatieplaten zat. De aldus opgebouwde maquettes waren 0,84 m hoog en 2,00 m breed en om elke scheikundige interactie tussen de isolatie en het afdichtingsmembraan te voorkomen werden deze gescheiden door een polyestervlies. Om tevens een idee te hebben van de temperaturen die optraden in de diverse lagen van de dakconstructies werd er onder het polyestervlies onder elke dakafdichting een thermokoppel aangebracht in een uitsparing in de isolatie.
| Principe van de trekproef. |
Wat de bitumineuze materialen betreft valt het meteen op dat de blootgestelde membranen op basis van geblazen (geoxideerd) bitumen snel verouderen op een thermisch geïsoleerde ondergrond. Ze mogen dan ook niet meer als eindlaag worden gebruikt maar enkel als onder- of tussenlaag. De membranen waarvan het bedekkingsbitumen gemodificeerd is door toevoeging van polymeren zoals SBS en APP blijken - net zoals de kunststofafdichtingen trouwens - veel beter te scoren en zijn dan ook in geen enkel opzicht te vergelijken met de materialen van weleer op basis van geblazen bitumen. Op het dak werd er inzake veroudering geen kwaliteitsverschil opgemerkt tussen SBS- en APP-membranen, met uitzondering van de UV-bestendigheid. Bij het praktijkonderzoek met de maquettes kon men al snel vaststellen dat het onbeschermd, met SBS-gemodificeerd membraan serieuze oppervlakkige craquelévorming begon te vertonen onder invloed van de zonnestralen. Alhoewel deze oppervlaktebeschadiging geen grote invloed bleek te hebben op de prestaties van het materiaal door de jaren heen, worden de SBS-producten desondanks voorzien van UV-beschermende leischilfers of bedekt met een ballastlaag.
De grafieken na 7 jaar blootstelling - die gepubliceerd werden in de eerste editie van de TV 183 "platte daken" - gaven al een hoopvol beeld maar na afloop van 17 jaar onderzoek kan men dus inderdaad stellen dat, met uitzondering van de materialen op basis van geblazen bitumen, de eigenschappen van zowel de bitumineuze membranen als de onderzochte kunststofafdichtingen zeer goed zijn gebleven.
door: ing Guinée G.