(uitgave 00/5 pag 16)
De totale
oppervlakte van de bolvormige daken en van het dak van de buizenkelder bedraagt
ongeveer 4.400 m2 . De 12 cm dikke dakplaten van de beide reservoirs hebben
elk een vrije overspanning van ca. 50 m en zijn opgebouwd uit trapeziumvormige
breedvloerplaten die dienst doen als verloren bekisting en na het aanbrengen
van de nodige wapening werden volgestort met beton. Gezien de kromming van het
dak en de plaatselijk sterke helling werd er gebruik gemaakt van een aangepaste
betonsamenstelling en werd het beton met de hand afgestreken. Bovenop de betonnen
draagstructuur werden isolatieplaten in cellenglas aangebracht volgens het Kompakt-dak-systeem.
Hiertoe worden de Foamglas®-platen vol en zat verlijmd in warme bitumen
en stevig tegen elkaar aan gedrukt. Nadat deze isolatielaag nog eens extra werd
afgestreken met warme bitumen werd de positie van de metalen dakbanen uitgetekend
samen met de snijdingslijnen van de vier kwadranten waarin de koepeldaken werden
verdeeld.
Langs de naadlijnen van de dakbanen werd de positie van de speciale roestvast stalen bevestigingsplaatjes voor de metalen dakbedekking aangeduid, telkens met een tussenafstand van 300 mm. Deze plaatjes van 150 x 150 mm groot en 1 mm dik hebben twee naar onder geplooide, getande randen en worden na een korte verhitting met de brander met behulp van een speciale stamper in de isolatie gedrukt, zodat ze goed vlak in de bitumineuze afstrijklaag kleven. Om deze verkleving nog te verbeteren en het gebouw meteen ook van een voorlopige waterdichting te voorzien werd er een polyestergewapend bitumineus membraan over de plaatjes heen gevlamlast, met rakende zijkanten en dus zonder overlapping.
Het 0,4
mm dik roestvast bandstaal van kwaliteit AISI 316 werd op de werf aangeleverd
op rollen van 625 mm breed en werd ter plaatse in banen geprofileerd met aan
elke zijde een opstaande rand van 3 cm. Deze banen werden op maat gesneden en
vervolgens op hun plaats op het dak geschoven. Net naast de opstaande randen
en precies in het midden van de bevestigingsplaatjes werden roestvast stalen
schuifklangen aangebracht met behulp van zelfborende en zelfschroevende roestvaste
schroeven met platte kop. Nadat het dunne schuivende gedeelte van de klangen
in het midden werd gezet en door middel van een puntlas aan de baan werd bevestigd,
werden de metalen dakbanen aan elkaar vastgeklemd met speciale brede tangen.
De aldus bekomen naad werd dichtgelast aan een snelheid van 3,5 meter per minuut
met behulp van een lasmachine alvorens een tweede apparaat werd ingezet om het
resterend staal net boven de las om te felsen en zodoende een ca. 20 mm hoge
en sterke staande naad te creëren.
Zoals reeds eerder vermeld werden de beide koepelvormige daken met het oog op de plaatsing van de metalen dakbanen in kwadranten verdeeld. Deze kwadranten zijn van elkaar gescheiden door een Afzelia-houten trapeziumvormige balk die met de smalle kant naar onderen werd aangebracht om een spelingsruimte te creëren voor het krimpen en uitzetten van het metalen dak. Ook deze balken werden uiteindelijk afgewerkt met een roestvast stalen kap. Hetzelfde geldt voor de betonnen sokkel van de zware ventilatoren die bovenop elk van de reservoirs werden aangebracht. Het roestvast stalen dak van de centraal gelegen buizenkelder wordt gesierd door een bijzonder fraaie lichtstraat en de beide reservoirs werden rondom rond ter hoogte van de goten afgewerkt met een roestvast stalen balustrade. De gebouwen werden voorzien van een cederhouten muurbekleding en ook de afvoerbuizen met bijbehorende beugels werden vervaardigd uit roestvast staal.