(uitgave 00/8 pag 10)
Eén van de redenen voor de minder grote opkomst was waarschijnlijk het prijskaartje van deze studiedag. Architecten of opdrachtgevers die geen lid zijn van de organiserende instanties moesten 11.500 BEF neertellen om het evenement bij te kunnen wonen. De enkele architecten die aanwezig waren vertelden ons dat ze een uitzondering hadden gemaakt omdat een specifieke lezing hen bijzonder interesseerde, maar dat ze normaal gezien niet bereid zijn om dergelijke sommen neer te tellen voor informatie die hen via andere kanalen uiteindelijk ook bereikt.
Het programma was echter zorgvuldig samengesteld en bracht voor elk wat wils. De lezingen tijdens de voormiddag behandelden in hoofdzaak de diverse soorten dakbedekking en hun eigenschappen terwijl in de namiddag vooral de isolatiematerialen onder de aandacht werden gebracht. Vanwege het groot aantal sprekers was het programma nogal overladen zodat de vaak complexe onderwerpen vrij oppervlakkig en in een zeer kort tijdsbestek moesten worden besproken.
Dat ondervond ook ir. Arch. P. Vitse van het WTCB en tevens voorzitter van het voormiddagprogramma, die na een korte inleiding in amper een twintigtal minuten het normatief karakter en de brandveiligheid van hellende daken uit de doeken moest doen. Op het gebied van de producteisen ging de aandacht vooral uit naar de Europese bouwproductenrichtlijn waaraan binnen afzienbare tijd ook alle Belgische regels, normen en bouwvoorschriften zullen moeten worden aangepast. In het kader hiervan heeft de Technische Commissie 128 van de CEN, waarvan het WTCB ook de volgende 6 jaar weer het secretariaat zal beheren, al heel wat nuttig werk verricht. Hoewel alle dakproducten tegen 2003 aan de CE-keuring moeten voldoen, benadrukte de heer Vitse tevens het belang van bijkomende nationale eisen. In het tweede luik van zijn betoog werd er ingegaan op de brandveiligheidsaspecten bij hellende daken. Er werd onder meer gesproken over de toekomstige Europese wetgeving en het fel besproken Koninklijk Besluit van 19/12/1997 waarvan de lang verwachte bijlage inzake industriële gebouwen en ééngezinswoningen pas begin volgend jaar klaar zal zijn.
De heer ir. B. Parmentier van het WTCB kon waarschijnlijk niet vermoeden dat ons land slechts enkele dagen na zijn lezing over de windbelasting op hellende daken geteisterd zou worden door de eerste najaarsstormen. Aangezien het bepalen van de effectieve windbelasting op semi-permeabele dakbedekkingen met pannen of leien niet eenvoudig is en er de afgelopen jaren toch heel wat schadegevallen zijn geweest bij stormen is het WTCB een uitgebreid onderzoek begonnen. Door middel van windtunneltesten wordt de belasting op het dak bestudeerd, met behulp van Computational Fluid Dynamics wordt het luchtdebiet tussen de voegen van de pannen bepaald, door numerieke simulatie wordt de stroming in de luchtspouw berekend en op een klein roterend gebouw met een pannendak worden zelfs metingen op ware grootte verricht. De eerste resultaten van deze metingen werden hier uit de doeken gedaan en zullen weldra moeten toelaten een databank van meetgegevens op te bouwen waarmee zowel de numerieke berekeningen als de resultaten van de windtunnelproeven gevalideerd kunnen worden.
Uit de uiteenzetting van ir. N. Lens van Koramic Building Products bleek al meteen dat een uniforme Europese methode voor het bepalen van de regendichtheid van een dakbedekking nog niet voor morgen zal zijn. Bij vergelijking van diverse nationale testmethodes en proefopstellingen bleek namelijk dat men telkens tot compleet verschillende resultaten komt. Een aanvraag tot Europees gesubsidieerd onderzoek op dit vlak werd ingediend en zal hopelijk in de toekomst tot een uniforme testmethode moeten leiden. In het tweede deel van haar uiteenzetting gaf mevrouw Lens een beknopt en vrij algemeen overzicht van de verschillende types keramische pannen die tegenwoordig op de Belgische markt worden aangeboden en van de nieuwste technieken voor het afwerken van dakdetails en de toepassing van specifieke hulpstukken.
Na de koffiepauze deed de heer L. Spincemaille van Eternit dit verhaal nog eens over maar dan voor de betonpannen. Het voornaamste verschil met de keramische pannen schuilt in de variabele overlap die o.m. toelaat in functie van de dakhelling met een minimum aantal pannen te werken zonder dat er pannen moeten worden verzaagd. Toen deze en nog enkele andere uitvoeringsaspecten besproken waren, ging de aandacht vervolgens naar de golfplaten in vezelcement waarvoor ondertussen binnen het WTCB een nieuwe Technische Voorlichting in de maak is. De plaatsing werd toegelicht rekening houdend met de verschillende soorten dakopbouw in functie van de positie van de isolatie in het totale dakpakket.
De charmante ing. Ann Thierens van SVK nam de leien voor haar rekening. Ze begon met een vrij algemeen overzicht van de eisen die gesteld worden aan natuurleien en had het daarbij onder meer over de kwaliteitscriteria, de homologatie en de Europese regelgeving. Vervolgens werden de factoren besproken die de overlapping bij zowel natuur- als vezelcementleien bepalen. Volgens mevr. Anthierens wordt in de praktijk nog maar al te vaak eerst het formaat van de lei gekozen ongeacht de dakhelling om vervolgens de minimum overlap te bepalen. Op dat moment vergeet men echter vaak dat de breedte van de lei minstens gelijk moet zijn aan twee keer de overlap en de lengte aan drie keer de overlap. Het is dus beter eerst de dakhelling en de minimale overlap te bepalen en vervolgens het leiformaat te kiezen. Na een toelichting over de overgang van asbesthoudende naar asbestvrije producten werd er kort besproken welke regels de aannemer moet respecteren bij het verwijderen van asbesthoudende producten.
Ir. Arch. R. Geens van IKO Sales International maakte van zijn tijd gebruik om de aanwezigen duidelijk te maken dat de huidige APP-bitumenleien niet meer te vergelijken zijn met de shingles van weleer. Ze zijn vervaardigd met gemodificeerd bitumen in plaats van geoxideerd bitumen en zijn voorzien van een glasvliesinlage in plaats van een viltdrager, wat volgens de spreker resulteert in een aanzienlijk verlengde levensduur en sterk verbeterde eigenschappen. Sinds '98 beschikken we ook over een Europese en Belgische norm (EN 544 en NBN EN 544) die hier kort uit de doeken werd gedaan en vergeleken werd met de Noord-Amerikaanse regelgeving. Bij de bespreking van de dakopbouw en plaatsingprincipes werd het belang van een goede ventilatie nogmaals benadrukt.
Mevr. ir. N. Houben van Union Minière behandelde tenslotte de dakbedekkingssystemen uit zink en begon haar uiteenzetting met een vrij algemene benadering van de oppervlakteaspecten van het VM ZINC, de verschillende plaatsingstechnieken en de dakopbouw. Op vraag van de organisatoren besteedde ze het merendeel van haar tijd echter aan een meer actueel onderwerp, namelijk de milieuaspecten van non-ferrometalen. Na in te gaan op aspecten zoals het energieverbruik, het gebruik van grondstoffen, de recyclagemogelijkheden, de duurzaamheid en de ecotoxiciteit van zink meende ze te kunnen besluiten dat zink een ecologisch verantwoord bouwmateriaal is met heel wat interessante mogelijkheden.
Na een verzorgde lunch ving Prof. Dr. Ir. A. Janssens van de Vakgroep Architectuur en Stedebouw van de Gentse Universiteit het namiddagprogramma aan met een interessante bespreking van de meetresultaten van het VLIET-proefgebouw van de K.U. Leuven. Hier werden gedurende twee jaar verschillende sterk geïsoleerde hellende daken naast elkaar beproefd. Uit de opgetekende waarden werden ontwerp- en uitvoeringsprincipes afgeleid om een hoge thermische kwaliteit en een veilig vochtgedrag te kunnen realiseren in hellende daken. De professor is van mening dat met de huidige materialen en technieken, zoals dampdoorlatende of isolerende onderdaken, een betrouwbare vochtbeheersing perfect mogelijk is, ook in sterk geïsoleerde daken.
Met de provocerende titel "Kopzorgen bij metalen daken." haalde de heer Prof. dr. ir. H. Hens van de K.U. Leuven opnieuw zijn stokpaardje inzake de ventilatie van hellende daken uit de kast. Vanwege het huidige succes van metalen daken zijn immers de problemen inzake condensvorming en het al dan niet ventileren om dit te voorkomen opnieuw aan de orde. Condensvorming kan zich ook voordoen bij andere dakbedekkingen, maar aangezien het metaal niet capillair is en geen warmteweerstand bezit leidt dit steeds tot druppelvorming en zal ook het onderkoelingsverschijnsel zich hier veel sterker manifesteren. Voeg hierbij nog een gebrek aan luchtdichtheid en we bekomen een zeer condensgevoelige constructie. Aan de hand van enkele interessante casestudies werd dit probleem toegelicht en werden een aantal oplossingen gesuggereerd. Zo blijkt vooral de luchtdichtheid, nog meer dan bij andere daktypes, onontbeerlijk te zijn om een hygrothermisch correct functionerend metalen dak te kunnen realiseren. Deze eis overstijgt zelfs de discussie van al dan niet ventileren en is zo dwingend dat enkel de uitvoering een luchtdichte laag op een draagvloer een oplossing kan bieden. Een met de vlam lasbaar scherm dat bovendien zelfhelend is (bijv. polymeerbitumen) kan dan ook heel wat kopzorgen voorkomen.
Na een opfrissing van een aantal basisprincipes inzake akoestische isolatie trachtte Ir. Bart Ingelaere van het WTCB de aanwezigen inzicht te verschaffen in de mogelijkheden die er bestaan om daken van woningen in de buurt van luchthavens efficiënt tegen vliegtuiglawaai te beschermen. Na afloop was het duidelijk dat er met een oordeelkundig ontwerp en een correcte uitvoering goede resultaten kunnen worden behaald zonder grote meerkost. Een aantal knelpunten blijven echter bestaan. Zo blijken geïsoleerde dakelementen bijzonder slecht te scoren op het gebied van akoestische isolatie en zijn dakvensters en ventilatieopeningen sterk bepalend voor de maximaal realiseerbare geluidsisolatie.
Na de laatste koffiepauze was het de beurt aan ir. Arch. L. Neirinckx van de vzw Styfabel die in een ware sneltreinvaart het dossier Sarking-daken, dat reeds eerder in Roof Belgium werd gepubliceerd, moest overlopen en daarnaast ook nog de zelfdragende isolerende dakelementen moest behandelen. Van beide systemen werden het concept, de gebruikte materialen, de uitvoerings- en plaatsingsaspecten en de detailafwerkingen kort aangestipt. Aangezien in dit kort tijdsbestek niet alle aspecten aan bod konden komen verwees mevr. Neirinckx alvast naar de nieuwe Technische Voorlichtingsnota "Thermische isolatie van hellende daken" waar momenteel door een werkgroep binnen het Technisch Comité Dakbedekkingen van het WTCB naarstig wordt aan gewerkt.
De heer ir. K. De Cuyper rondde het drukke lezingenprogramma af met een verhaal over het integreren van zonnecollectoren en PV-elementen in de dakstructuur. Nadat de principes van zonnecollectoren en PV-installaties uit de doeken werden gedaan, werd er gekeken hoe deze in de dakbedekking kunnen worden geïntegreerd. Fabrikanten zijn op dat gebied heel inventief en zo bestaan er ondertussen bijvoorbeeld al heel wat pannen en leien die voorzien zijn van fotovoltaïsche elementen waardoor de integratie in het dak al een stuk eenvoudiger wordt. Eén ding is zeker, de activiteiten en capaciteiten van de dakdekker zullen in de nabije toekomst iets verder moeten reiken dan het eigenlijke dakdekkerswerk en een goede werfcoördinatie wordt onontbeerlijk.
Aangezien tijdens de vragenronde de zaal al grotendeels leegliep werd er zeer snel gestart met de afsluitende receptie waar de laatste aanwezigen nog even konden napraten over de afgelopen studiedag. Tussen het grote aanbod informatie over platte daken was een wetenschappelijk onderbouwde studiedag over hellende daken als deze zeker toe te juichen. In dit verslag gaven we u alvast een bondig overzicht van de behandelde onderwerpen en de voornaamste standpunten maar een aantal lezingen zullen ongetwijfeld in een volgende uitgave nog uitgebreider aan bod komen.
door: ing Guinée G.