(uitgave 96/4 pag 18)
Vervolgens beet de heer V. Vanderhauwaert van de BEVAD de spits af met de plechtige voorstelling van het eerste Belgische handboek voor de dakafdichter. Een speciale werkgroep heeft gedurende 4 jaar lang vergaderd en gewerkt om de realisatie van deze uitgave tot een goed einde te brengen. De initiatiefnemers zouden nu graag een wisselwerking tot stand zien komen tussen het handboek en de gebruiker en deden daarom ook een algemene oproep om deze eerste versie te helpen optimaliseren via tips, suggesties en opmerkingen en zodoende het handboek verder aan te passen aan de reële praktijkbehoeften. Dankzij de financiële steun van de corresponderende BEVAD-leden mochten de deelnemers aan deze studiedag bovendien elk een exemplaar mee naar huis nemen. Elders in deze uitgave wordt het handboek uitgebreid voorgesteld. Vervolgens gaf de heer Gijbels van het F.V.B. een duidelijk overzicht van de - volgens hem nog steeds beperkte - opleidingsmogelijkheden tot dakafdichter.
Na een voortreffelijke lunch was het de beurt aan Prof. Spehl van SECO die aandacht besteedde aan de evoluties sinds de Technische Voorlichting 183, een uitgave van het WTCB die zo’n beetje beschouwd wordt als de bijbel van de sector platte daken. De professor besteedde vooral aandacht aan de nieuwe Europese norm inzake windwerking. Het voornaamste om te onthouden uit dit verhaal is dat de in deze nieuwe norm bepaalde berekeningsmethode voor de windwerking zeer sterk gelijkt op die van de gekende Belgische norm NBN-B03-002-1. De voornaamste gevolgen voor de platte daken bij de vervanging van de norm zijn een beperking van de breedte van de rand- en hoekzones, wijzigingen van de berekende winddruk van de orde van +10% tot -20% (afhankelijk van dakzone, ruwheidsklasse terrein en hoogte boven maaiveld) en een correctie in functie van de geografische ligging variërend van 15% aan de kust tot -15% in het uiterste oosten van het land.
De heer M. Peeters, vertegenwoordiger van de BEVAD en tevens voorzitter van de werkgroep ‘mechanische bevestigingen’ binnen het WTCB, hield daarna een zeer interessante uiteenzetting over de huidige stand van zaken op dit terrein. Voor het formuleren van conclusies was het nog iets te vroeg, maar hij gaf alvast op een zeer professionele en aangename manier een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten die aan bod zullen komen in het toekomstig document dat de reeds bestaande technische voorlichtingen verder moet aanvullen en uitdiepen. Zo had hij het onder meer over de minimale vereisten waaraan een dampscherm moet voldoen en het verlies aan dichtheid wanneer dit scherm doorboord wordt door een bevestiger. Ook de verdeling van de windlast over de dakopbouw en de verdeling van de mechanische bevestigingen t.o.v. de isolatieplaten bezorgde de werkgroep heel wat kopzorgen: welke toleranties zijn nog toelaatbaar alvorens men moet overgaan tot het plaatsen van supplementaire schroeven? In onze volgende uitgave komen we uitgebreid op dit onderwerp terug.
Mr. Wagneur van het WTCB had het vervolgens over de lessen die men kan trekken uit de pathologie van de platte daken. Dit deed hij aan de hand van een tot de verbeelding sprekende dia-montage van schadegevallen van daken en de daarbijhorende oorzaak, gaande van een slechte plaats van de isolatie in de dakopbouw tot het ontbreken van een dampscherm, van afschotlagen van licht beton met een te hoog watergehalte tot een slechte uitvoering van details. Vele schadegevallen bleken echter te wijten aan ontwerpfouten en spijtig genoeg waren precies die ontwerpers opvallend minder sterk vertegenwoordigd tijdens de studiedag. Belangrijk om te onthouden is echter dat de spreker voor deze montage gebruik moest maken van vrij oude schadegevallen en dat men inderdaad kan concluderen dat het aantal problemen met platte daken de laatste tien jaar sterk is afgenomen: het aantal schriftelijke adviezen van het WTCB met betrekking tot problemen bij daken daalde ongeveer 40% ten opzichte van tien jaar geleden.
Dhr. H. Raes van de NVBB had het tenslotte over de brandveiligheid in het algemeen en het bewuste KB inzake brandreactie in het bijzonder. Na het schetsen van het toepassingsgebied van het K.B. werd nog eens duidelijk verteld wat men nu precies verstaat onder lage, hoge en middelhoge gebouwen en wat precies de doelstelling is van het K.B. Iedereen weet ondertussen dat er heel wat protest is gerezen over de inhoud van dit K.B. en dat het in werking treden voor de lage gebouwen reeds werd verschoven naar 1 januari 1997. Indien tegen die tijd het overgemaakte voorstel tot wijziging van het K.B. door de bevoegde minister wordt aanvaard, zal dit inhouden dat de eindlaagmaterialen van daken van lage gebouwen die niet voldoen aan klasse A1, zullen moeten beantwoorden aan de Belgische norm die als ontwerp gepubliceerd werd op 16 januari van dit jaar en die conform is met de ontwerpnorm PREN 1187-1 ‘Externe blootstelling aan brand van daken - Proefmethode die blootstelling aan vliegvuur, zonder wind of bijkomende straling simuleert.’ Tenslotte werd nog eens extra de aandacht gevestigd op het praktisch opleidingsprogramma brandveiligheid dat werd opgesteld door de BEVAD en het NAVB waaraan ondertussen reeds meer dan 200 dakwerkers hebben deelgenomen.
Na afloop van de lezingen konden de aanwezigen deelnemen aan één van de vijf verschillende werkgroepen die de verschillende behandelde thema’s meer in detail behandelden. Deze leerrijke studiedag werd tenslotte afgesloten met een feestelijke receptie waar de aanwezigen bij een verfrissend drankje nog even rustig konden napraten.