(uitgave 96/4 pag 3)
Men mag bij het aansmeren niet meer mortelspecie gebruiken dan nodig is om het bewegen van de vorsten te verhinderen. Indien er te veel specie wordt gebruikt en deze in aanraking komt met de onderliggende dakconstructie bestaat er veel kans dat de vorsten gaan scheuren of barsten. Daarom wordt bij dit type nokafwerking meestal ook geen ruiter toegepast. Voor een goed resultaat dient de mortel bovendien te worden vermengd met een speciaal soepelhoudend additief en moet de specie zo veel mogelijk loodrecht op de dakpannen (dus naar binnen ten opzichte van de vorst) worden aangebracht. Het aanbrengen van de specie mag alleen gebeuren bij droog weer om het wegvloeien van de verse specie te vermijden.
De zelfventilerende of droge nokconstructie is mijns inziens een betere oplossing. Hierbij rusten de vorsten op de ruiter, die op de juiste hoogte wordt gebracht door een ruiterdrager. Bij deze opbouw wordt de waterdichtheid van de nok verzekerd door een ondervorst in kunststof of metaal die tussen de ruiter en de vorsten wordt aangebracht.