(uitgave 98/3 pag 16)

Veel misverstanden rond afschot-isolatie

Afschot-isolatie telt wel degelijk mee

Er bestaat nogal wat onduidelijkheid over de Rc waarde en afschotisolatie. Het zal wel komen door de vele formules die er aan te pas komen om het verhaal verantwoord uitgelegd te krijgen. Met rekenen aan afschotisolatie kan echter geld worden bespaard. Net als bij constructieve berekeningen geldt, dat door middel van een isolatieberekening aangetoond kan worden, dat de meest efficiënte oplossing (ofwel de goedkoopste) verantwoord is. Voor de liefhebbers van formules verwijs ik naar het meest verantwoorde artikel op dit gebied, dat van ir. E. Tammes in Roofing Holland nr. 6 1995. Dhr. Tammes heeft de rekenmethodiek per slot van rekening ontwikkeld. Voor wie niet zo dol is op formules wil ik trachten een aantal misvattingen weg te nemen en voordelen te verduidelijken.

Afschot op daken is noodzakelijk om de kans op lekkage te reduceren, bij lekkage de schade te verminderen en vervuiling tegen te gaan
Vele vakgenoten zullen bij het verschijnen van de gewijzigde NEN 6068 gedacht hebben dat afschotisolatie bedacht is voor en door adviesbureaus. Niets is minder waar. Afschotisolatie is een vondst van de producenten van isolatiemateriaal. Het aanbrengen van afschot door middel van isolatie bleek een relatief goedkope manier om verbeteringen aan te brengen in het afschot van daken. Het luchtige isolatiemateriaal leent zich bij uitstek als uitvulmiddel voor onbedoelde zonken, kuilen of vlakke delen. Als losse korrels gebonden met bitumen of een ander bindmiddel laat het zich prima aanbrengen en vormen in ieder gewenst afschot. In beginsel kreeg het dan ook vooral in die toepassing bekendheid. Later zijn daar de vaste isolatieplaten met afschot bijgekomen. Daarmee kan, met behulp van een legplan, op een vlakke ondergrond volledig afschot gerealiseerd worden. Regelmatig deed zich de vraag voor of het isolatiemateriaal, tot dan toe als alleen uitvulmiddel gebruikt, ook mee kan tellen als isolatiemiddel. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Het is alleen geen optelsommetje, er moet aan gerekend worden.
Voor het gemak wordt door velen het gemiddelde van de isolatiewaarden aangehouden. Deze misvatting is hardnekkig en wellicht het makkelijkst te verduidelijken aan de hand van het volgende voorbeeld. Stel het platte dak van een woning, 40 m2 groot met in het midden een lichtstraat van 4 m2. Het dak is uitstekend geïsoleerd maar de lichtstraat is nog niet aangebracht. Er zit dus een gat in het dak met een oppervlakte van 4 m2. Het is iedereen duidelijk dat het dak in deze toestand vrijwel geen isolatiewaarde heeft. Alle warmte zal door de open lichtstraat verdwijnen, hoe dik de isolatie op het resterende dak ook is. De gemiddelde isolatiewaarde is dus niet de isolatiewaarde van het gehele dak.

Misvatting

Nog een misvatting. Voor de zekerheid wordt vaak het deel van het dak met de minste isolatie als maatgevend beschouwd. Met een minimum warmteweerstand R = 2,5 m2K/W ter plaatse voldoen we wel aan het bouwbesluit is de gedachte. Dat klopt. Er wordt zeker aan het Bouwbesluit voldaan. Veel te veel zelfs want wie het dakdeel met de minste isolatie als maatgevend beschouwd, rekent feitelijk niet meer met de isolatiewaarde van de afschotisolatie. Er wordt dus te dik geïsoleerd. En dat was nou net de aanleiding om met de wijziging op de eerdere norm te komen. Geen punt natuurlijk als de opdrachtgever betaalt. Wel een punt als een slimme collega goedkoper aanbiedt omdat die wel met de isolatiewaarde van de afschotisolatie heeft gerekend. Ook een punt als er na-geïsoleerd moet worden. Velen weten inmiddels dat wat dun begint, met een afschot van 16 mm/m1 flink op kan lopen. In het geval van bestaande bouw is daar veelal geen ruimte voor.
Er mag geen stagnerend water op het dak voorkomen. Om dat te voorkomen kan afschotisolatie worden aangebracht om het hemelwater zo snel als mogelijk van het dak af te voeren. Het Bouwbesluit geeft niet aan in welke mate het afschot moet plaats vinden. Het Bouwbesluit stelt wel dat een scheidingsconstructie waterdicht moet zijn, voldoende warmteweerstand moet hebben en dat er geen oppervlaktecondensatie mag optreden. De isolatiewaarde van het gehele dak moet gelijk zijn aan Rc = 2,5 m2K/W. In het geval van een bestaande situatie tenslotte, geeft de praktijk vaak de maximale hoogte aan. Binnen dit kader van eisen moet gerekend worden.

Hier eindigt de ballastlaag ter hoogte van de drempel. Geen ruimte voor afschotverbetering met isolatie

Hoe zit het nu?

Om het begrijpelijk te maken wordt het dak als het ware in tweeën geknipt in een 'onderdak' en de afschotisolatie daarop aangebracht. Bedenk daarbij dat isolatie van gelijke dikte bij het 'onderdak' moet worden opgeteld en niet bij de afschotisolatie.
De Rc waarde van het hele dak is gelijk aan de R-waarde van het onderdak + de R-waarde van de afschotisolatie. De R-waarde van het onderdak moet zodanig zijn dat er geen oppervlaktecondensatie optreedt. Een R-waarde van 1,5 m2K/W wordt daarbij als veilig beschouwd. Vervolgens wordt de R-waarde van de afschotisolatie bepaald. Zonder formules gaat dat niet dus beperk ik me in dit artikel tot het principe. Warmte stroomt als het ware door de dakconstructie en kiest daarbij de weg van de minste weerstand. Waar veel isolatie zit stroomt dus minder warmte door dan waar weinig isolatie zit. De mate waarin dat gebeurt is als volgt: Als de ene helft van een dak twee keer zo goed geïsoleerd is als de andere helft, dan zal er door die andere helft twee keer zo veel warmte stromen. In het geval van het voorbeeld met het open gat is er vrijwel geen weerstand en stroomt alle warmte door dat open gat. Voor schuin aflopende isolatie geldt dus hetzelfde zei het dat er met behulp van differentiaalrekenen bepaald moet worden in welke mate. Om dat weer te vergemakkelijken is de methode verder vereenvoudigd in standaardformules. Het principe echter blijft gelijk.
Een bestaand terrasdak van een woning waarop veel water blijft staan moet worden gerenoveerd. Het dak meet 6x10 meter en aan twee zijden sluit het dak aan op opgaand werk. Een deur verschaft toegang tot het dak en de onderzijde van het kozijn ligt slechts 10 cm hoger dan het grind. Er moet een Rc waarde van 2,5 m2K/W worden gerealiseerd. Het dak is traditioneel van opbouw te weten een drielaagse bedekking met grind en tegels op een houten draagconstructie. De bestaande dakbedekking lekt en de ballastlaag zit zo vast aan de bedekking dat besloten wordt het dak opnieuw op te bouwen. Er is gekozen voor een afschotisolatie van EPS. Het aandeel in de warmteweerstand van die EPS bij een afschot van 10 mm/m1 (R afschot) is 0,659 m2K/W. Dat komt overeen met bijna 3 cm EPS. Het 'onderdak' moet dus nog een warmteweerstand van 2,5 - 0,66 = 1,84 m2K/W hebben. Dat betekent nog slechts 6 cm EPS of in dit geval nog slechts 3 cm Resolschuim. De minimale hoogte van de dakopbouw is daarmee 3 cm en de maximale 3+6=9 cm. Daar komt de dakbedekking en de ballastlaag nog overheen natuurlijk.
Door te rekenen aan de isolatiewaarde van de afschotisolatie wordt in dit geval dubbel geld bespaard, en op de isolatie waar minder van nodig is, èn op het niet ophogen van de aansluitingen. Vooral dat laatste is voor dakbedekkingsbedrijven van belang want die zitten niet te wachten op het inkorten van kozijnen. Wie wil rekenen aan daken met afschotisolatie tenslotte, moet het volgende weten: hoe moet afschot worden aangebracht op het dak; wat is de totale opbouw van het dak; wat zijn de afmetingen en tenslotte wat is de functie van het gebouw. Bij daken van een beetje omvang loont het om er aan te rekenen.

door: Ing. A.B. Berlee, T-Joint


Inhoudsopgave Roofing Holland '98
Terug naar Roofing Holland