|
De Eco-nok®, een zonnecollector voor
op de nok
Een wereldprimeur... Inalfa-Ares introduceerde op de VSK
beurs in Utrecht de Eco-nok®, een zonnecollector voor op
de nok. Met de Eco-nok® kan gerust gesproken worden van een
tweede generatie warm water zonnecollectoren. In dit artikel
de Eco-Nok® en de huidige stand van zaken omtrent zonnecollectoren
voor op daken.
De laboratorium
opstelling van de Eco-Nok®. In de nieuwbouw kan de dakdekker
met de panlatafstand direct rekening houden met de nokafwerking
waardoor de pannen waterdicht aansluiten.
In Nederland worden al meer dan twintig jaar warm water zonnecollectoren
geplaatst op hellende daken. De milieuwinst van zonnecollectoren
is dermate groot dat de Nederlandse overheid de plaatsing ervan
al jaren stimuleert middels voorlichting en subsidies. Het streven
was en is plaatsing van 20.000 stuks per jaar. Anno 2001 blijkt
dat na vele inspanningen, in totaal ca. 56.000 exemplaren zijn
geplaatst. Er zijn een aantal redenen aan te voeren waarom de
doelstellingen niet worden gehaald. De voornaamste reden is problemen
uit het verleden zoals die nog steeds worden ervaren waar de
dakproblemen er in dit artikel worden uitgelicht. Plaatsing
van een zonnecollector, vooral in het hellende vlak, vergt kennis
van daken. Wanneer die kennis ontbreekt dan zijn lekkages het
gevolg.
Er zijn verschillende systemen zonnecollectorsystemen. Het verschil
zit voornamelijk in de verwerking van het verwarmde water. Zo
kan leidingwater direct worden verwarmd maar ook indirect. De
warmte kan worden aangewend voor verwarming van tapwater, voor
huisverwarming of voor beide. Een overzicht van de verschillende
systemen naar werking staat afgebeeld in het bijgevoegde kader.
De informatie is betrokken van de website www.zonnewarmte.nl.
In alle gevallen wordt op het dak een zonnecollector geplaatst.
Voor een goed rendement moet de zonnecollector zijn georiënteerd
op het zuiden. Omwille van de oriëntatie op een plat dak
worden de zonnecollectoren schuin opgesteld in een frame. Bij
een plat dakopstelling is de aansluiting c.q. doorvoer van de
noodzakelijke waterleidingen het kritische punt. Waterleidingen
die niet flexibel zijn en daarom niet doorgevoerd kunnen worden
door een U-buis. Technisch vormt dit geen probleem en de opstellingen
op platte daken veroorzaken dan ook weinig tot geen lekkageproblemen.
Hoe anders is dit bij hellende daken waar de collectoren in de
regel tussen de pannen worden geplaatst. De zonnecollectoren
doorbreken het dakvlak en zijn niet in lijn met de pannen. Voor
veel mensen reden af te zien van plaatsing. De plaatsing is technisch
gelijk aan die van dakramen. Het op het dak komende regenwater
wordt bij de zonnecollector aan de bovenzijde opgevangen in een
goot en aan de zijkanten via een verholen gootconstructie
afgevoerd. Aan de onderzijde wordt het afkomende water via een
slabbe weer op de pannen gebracht. Technisch kan het maar...
genoemde oplossing vergt op zn minst vakmanschap en regelmatig
onderhoud. Het onderhoud bestaat uit het schoonhouden van de
gootjes. Kan bij een dakraam de schoonmaak eenvoudig van binnenuit
plaatsvinden, bij een zonnecollector moet het van buitenaf gebeuren.
Het vakmanschap bestaat uit een goede aansluiting van de pannen
op de zonnecollector. In een vorig artikel in Roofs is al aandacht
besteed aan dezelfde constructie bij dakramen. Ook moet de collector
goed aansluiten op eventuele onderdakfolie, isolatie en dakbeschot.
Dit om ongewenste doorbrekingen en daarmee koudebruggen te voorkomen.
De zonnecollectoren worden meest verkocht aan de eindgebruiker
door installatiebedrijven. Installatiebedrijven die de werkzaamheden
op het dak op hun beurt veelal weer uitbesteden omdat deze werkzaamheden
niet het werkterrein van de installateurs vormen. Met het uitbesteden
van die werkzaamheid krijgt de installateur weer met ander punten
te maken. Hij neemt de verantwoording van het dakwerk op zich
en maakt zich daarmee afhankelijk van de dakdekker. Bij problemen
krijgt de installateur de rekening. En problemen zijn in het
verleden opgetreden. Dat heeft de installateur kopschuw gemaakt
en wordt algemeen gezien als de oorzaak dat de doelstellingen
niet worden gehaald.
Met de plaatsing van een zonnecollector op de nok zijn de
belangrijke technische problemen voor de hellende daken opgelost.
Plaatsing van een zonnecollector op de nok betekent plaatsing
in de zon. Of de nok nu Noord-Zuid of Oost-west is georiënteerd,
de collector wordt beschenen. De plaatsing is over de gehele
nok zodat daklijnen niet worden onderbroken. Hét voordeel
is gelegen in het feit dat de zonnecollector boven de waterlijn
van het dak wordt geplaatst. Regenwaterlekkages als gevolg van
niet goed functioneren van het dak of niet goed aanbrengen van
de zonnecollector in het vlak zijn daarmee uitgesloten. Door
plaatsing van de zonnecollector op de nok is er geen sprake van
verholen goten, omrandingen en doorbrekingen van dakbeschot.
De Eco-Nok® is door toepassing van een gesloten kap volledig
onderhoudsvrij. Niet onbelangrijk als wordt bedacht dat onderhoud
het financiële rendement van de installatie negatief beïnvloed.
Met plaatsing op de nok is nog een ander probleem opgelost en
dat is aansluiting van de collector op alle mogelijke soorten
dakpannen. In Nederland zijn, onderverdeeld in ca 30 hoofdgroepen,
vele soorten pannen op de daken aangebracht. Eén passend
element tussen al die verschillende soorten pannen is nooit optimaal.
Met de plaatsing boven de pannen kan het wel. Daarmee wordt de
weg geopend naar plaatsing op bestaande daken en niet uitsluitend
in de nieuwbouw.
Schematische voorstelling van de Eco-Nok®
zonnecollector.
Lekkage van regenwater als gevolg
van verkeerd aansluiten is vrijwel uitgesloten.
Het rendement van een Eco-Nok® van vijf meter is vergelijkbaar
met de huidige zonnecollectoren in het dakvlak. Ruim voldoende
om voor subsidiëring in aanmerking te komen. ( 454,-/woning).
De zonnecollector voor de nok laat zich aansluiten op iedere
HR-ketel en boiler. Het betreft voorverwarming van tapwater en
geen opslag op het dak. Het gewicht van de zonnecollector laat
zich gemakkelijk op het dak afdragen, de nok is per definitie
het sterkste punt van het dak. De Eco-Nok® is voorzien van
een drievoudige vorstbeveiliging zodat het stukvriezen in de
winter is uitgesloten. Een belangrijk voordeel voor zowel de
installateur als de eigenaar is dat de aan te sluiten leidingen
onder de nok naar binnen komen en gemakkelijk kunnen worden weggewerkt.
Een animatie van de Eco-Nok® op
een bestaand dak. De zonnecollector valt nauwelijks op en sluit
aan bij de daklijn.
Resteert nog het probleem van het aanbrengen door deskundig personeel.
Dit is opgelost door verkoop en plaatsing van de zonnecollectoren
in één hand te houden. Bestaande daken worden eerste
geïnspecteerd om de nok te beoordelen op geschiktheid en
om bestaande gebreken aan daken in kaart te brengen. Daarmee
is de installateur volledig gevrijwaard van de dakproblemen zoals
die zich bij bestaande daken voordoen. De installateur behoeft
slechts nog onder dak de zonnecollector aan te sluiten op de
warmwaterinstallatie. De waterdichtheid van de Eco-nok® is
niet langer zijn zorg maar wordt overgenomen door een dakinstallatiebedrijf.
Of de scepsis van de installateur daarmee volledig zijn weggenomen
moet de praktijk uitwijzen. Feit is wel dat getracht is lering
te trekken uit het verleden en daar een passend antwoord op te
geven.
ing. A.B. Berlee
T-Joint
|
Zonneboilers
Voor diverse situaties kan men kiezen uit verschillende zonneboilers:
Een standaard
zonneboiler. Deze bestaat uit een collector van (meestal)
3m² voor de verwarming van tapwater en een los voorraadvat
van 80 tot 120 liter. De collectorvloeistof wordt rondgepompt
in een gesloten circuit dat zijn warmte in het voorraadvat via
een warmtewisselaar aan het leidingwater afgeeft. De benodigde
naverwarmer is een cv-ketel met tapspiraal, sommige moderne modulerende
badgeisers kunnen ook worden gebruikt. De zonneboiler verwarmt
het tapwater vóór, terwijl de combiketel de uiteindelijke
temperatuur bepaalt. Warm tapwater is hierdoor nooit kouder dan
60 graden.
Een compacte
zonneboiler welke bestaat uit een goed geïsoleerde
collector op het dak waarin het leidingwater direct wordt verwarmd.
Voordeel: er is geen apart voorraadvat nodig. De collector is
wel dikker en zwaarder dan de collector van een standaardzonneboiler
vanwege de 70 tot 170 liter grote watervoorraad. De benodigde
naverwarmer is een combiketel, sommige moderne modulerende badgeisers
kunnen ook worden gebruikt.
Een cv-zonneboiler.
Dit is een standaardzonneboiler met een extra warmtewisselaar
in het voorraadvat. Het vat heeft een inhoud van ongeveer 100
tot 240 liter. De extra warmtewisselaar is aangesloten op de
cv-ketel. Er is dus geen aparte naverwarmer nodig. Omdat direct
uit het voorraadvat wordt getapt is er een forse straal warm
water en geen temperatuurval bij gelijktijdig tappen.
Een zonneboilercombi.
Dit is een grote cv-zonneboiler waarin voorraadvat en
cv-brander geïntegreerd zijn. Het systeem geeft net als
de cv-zonneboiler een forse straal warm water. De warmte in het
vat wordt gebruikt voor tapwaterverwarming èn voor centrale
verwarming, uiteraard in gescheiden circuits.
Kosten
De prijzen van de boilers variëren tussen de 2.600,-
en 6.800,- excl. btw en installatiekosten, maar ook excl.
subsidieregelingen. De verhuurtarieven van een zonneboiler lopen
uiteen van 10,- tot 65,- per maand. |
|