Zoeken

Dak Helling 1996-11-07 Jan Weijers: 'Een sterke en financieel gezonde IFD is in ons aller belang'

"

Tijdens de jaarlijkse werkvergadering van de Internationale Federatie voor Dakdekkers (IFD) vorige maand in Kopenhagen pleitte voorzitter Jan Weijers ervoor om gezamenlijk te werken aan een sterke organisatie. Het terugdringen van vertaalkosten, versterking van de organisatie door meer leden toe te laten en het aanboren van Europese fondsen vormen de drie trajecten waarop de IFD moet inzetten.

Voordat Jan Weijers de jaarlijkse IFD vergadering die vorige maand in Kopenhagen plaatsvond voor geopend verklaarde, maakte hij van de gelegenheid gebruik om met de aanwezigen enkele gedachten te delen omtrent het verleden en de toekomst van de IFD-organisatie. Een beetje sombere gedachten, zo zou zijn gehoor even later bemerken. Ten eerste maakte hij zich ernstige zorgen over de weliswaar niet spectaculaire maar toch duidelijk waarneembare tanende interesse om aan de jaarlijkse IFD-bijeenkomsten deel te nemen. 'Wanneer ik de deelnemerslijst van dit jaar erbij neem, valt het me op dat er gelukkig ook nieuwe landen aanwezig zijn. Maar niettemin zijn enkele belangrijke landen hier geheel afwezig of met een kleinere afvaardiging aanwezig. Kennelijk is de interesse voor het -naar mijn mening zeer belangrijk- werk van de IFD bij enkele landen niet zo aanwezig. Mede vanuit het doel om op Europees niveau de samenwerking te versterken, baart deze ontwikkeling mij zorgen,' aldus Weijers.
De voorzitter vroeg zich af wat hiervan de oorzaak kon zijn. Daarbij was hij ook bereid om kritisch naar de eigen activiteiten van de IFD-organisatie te kijken. Een mogelijke verklaring was wellicht te vinden in de kwaliteit van de public relations van de IFD, zo veronderstelde Weijers. 'Het is een opgave van de IFD om de congressen en werkbijeenkomsten zo te organiseren dat bij de besturen van de bij de IFD aangesloten organisaties de gedachte ontstaat dat zij niet weg kunnen blijven. Een persoonlijke verbondenheid met de IFD en haar werk kan alleen ontstaan als het belang van de bijeenkomsten niet alleen in de betreffende besturen maar ook bij de individuele leden bekend wordt gemaakt. En daarvoor zijn meer PR-activiteiten nodig.'

Stimulans

Volgens Weijers is het belangrijk dat er aansprekende thema's aan de orde komen. Thema’s die een stimulans betekende voor de betrokkenheid met de internationale activiteiten. Als voorzitter van de IFD stelt Weijers daarom voor om de onderwerpen op de agenda en de te behandelen thema’s reeds in een vroegtijdig stadium naar de aangesloten besturen te verzenden zodat deze onderwerpen eerst op nationaal niveau kunnen worden besproken. De standpunten en meningen die daaruit voortvloeien zouden vervolgens weer op het IFD congres aan de orde moeten komen. Met die werkwijze zou het mes aan twee kanten snijden. Behalve een versterking van de onderlinge verbondenheid met het IFD-werk zou daarmee ook een effectievere bespreking van de onderwerpen worden bereikt.

Wanneer de IFD in Europa en daarbuiten haar invloed wil uitoefenen op de ontwikkeling van de beroepsuitoefening in de dakenbranche kan dat niet zonder de benodigde financiële middelen, benadrukte de voorzitter. Met de huidige beschikbare middelen kunnen slechts de hoogst noodzakelijke activiteiten worden bekostigd. Weijers: 'Ieder van ons die met een krap budget te maken heeft, kan twee dingen doen: enerzijds ervoor zorgen dat de kosten worden gereduceerd en anderzijds proberen meer inkomsten te genereren. Een belangrijk deel van onze uitgaven wordt gevormd door vertaalkosten. We hebben in Europa met veel talen te maken. Niettemin ben ik van mening dat we ons in IFD-verband zouden moeten beperken tot communicatie in één of twee talen. Dat betreft zowel de congressen en werkvergaderingen zelf als de correspondentie. In het verleden hebben we altijd gewerkt met een drietalige simultaanvertaling tijdens onze bijeenkomsten. Als we het in goed overleg eens kunnen worden om ons in één of twee talen uit te drukken, is een aanzienlijke kostenbesparing mogelijk.'

Om internationaal aansluiting te vinden in het kader van de normalisatie zijn dankzij de IFD enkele verdragen tot stand gekomen. Het werk dat hiermee gemoeid is, is van grote invloed op de bedrijven en de werknemers in de dakenbranche. Juist vanwege de Europese afstemming is het daarom van wezenlijk belang dat de inkomenspositie van de IFD ten behoeve van verschillende terreinen moet worden verbeterd. Weijers noemde een drietal beleidsterreinen: De deelname in commissies die zich bezig houden met veranderingen in (sociale) regelgeving, deelname in normeringscommissies en samenwerking met landen buiten Europa.
Een mogelijkheid om de financiële positie van de IFD te versterken kan volgens de voorzitter worden gerealiseerd door meer organisaties toe te laten. Daarvoor is het nodig om de besturen van deze organisaties bekend te maken met het IFD-werk en hen ervan te overtuigen dan een lidmaatschap van het IFD eigenlijk een must is. Een wijziging van de statuten die het inslaan van deze weg mogelijk maakt, is inmiddels voorbereid. Een tweede mogelijkheid is het aanboren van Europese fondsen. Het moet volgens Weijers toch mogelijk zijn om voor het werk van een organisatie die zich inzet voor circa dertigduizend bedrijven met gezamenlijk 280.000 werknemers een subsidie te verwerven.

"