Zoeken

Roofs 1999-06-44 Nog steeds geen plaats voor Conga bij CAO onderhandeling

De cao-onderhandelingen verlopen dit jaar uiterst moeizaam. Overeenstemming had er eigenlijk al lang moeten zijn maar vooralsnog lijkt er weinig schot te zitten in de besprekingen. Wanneer er straks mogelijk wel overeenstemming is, zullen de werkgevers verenigd in Conga de cao aanvechten. "We geven geen goedkeuring aan een arbeidsovereenkomst waar we niet over mee hebben mogen praten," aldus Conga voorzitter Blonk.

Al jaren probeert de Confederatie van Gespecialiseerde Aannemers een voet tussen de deur te krijgen bij de cao-besprekingen. Maar de werkgevers verenigd in het AVBB houden al even zovele jaren de deur stevig dicht. De Conga, de koepelorganisatie van gespecialiseerde aannemers, zou volgens het AVBB niet representatief zijn en daarom is er voor hen geen plaats aan de onderhandelingstafel.
Het AVBB zou zich met die hardnekkige opstelling wel eens lelijk in de vingers kunnen snijden. Daar begint het althans op te lijken nu de Conga de zaak omdraait: "Het AVBB is niet representatief. Tenminste niet zonder ons lidmaatschap," stelt Conga-voorzitter Arnold Blonk.
De nieuwe criteria op basis waarvan de minister een cao al dan niet algemeen bindend verklaart, zijn begin dit jaar veranderd. De belangrijkste regel is dat werkgevers namens wie een cao wordt afgesloten, minimaal 60 procent van de betrokken werknemers in dienst moeten hebben. "Wij betwijfelen ernstig of het AVBB dat percentage wel haalt," zegt Blonk. "Om die 60 procent te halen, hebben ze de Conga gewoon nodig."
Het is bepaald niet gemakkelijk om de representativiteit met cijfers te staven. Als geen andere sector heeft de bouw te maken met seizoenarbeid, branchevervaging en wisselend hoofd- en onderaannemerschap. En afhankelijk van de benadering kan de uitkomst van de berekening fors verschillen. De Conga telt zeven lidverenigingen. Het betreft de brancheverenigingen van voegers, dakdekkers hellende daken, steigerbouwers, betonstaalverwerkers, tegelzetters, kitverwerkers en metselaars. Blonk: "De zeven lidbedrijven zijn in totaal goed voor 950 werkgevers die samen zo'n 15 duizend werknemers in dienst hebben. Dat betekent dat alleen al in het domein van de Conga zo'n 30 procent van de uitvoerenden in de bouw vertegenwoordigd zijn."
Het AVBB bestrijdt de Congaberekening ten stelligste. In het gunstigste geval vertegenwoordigt Conga 6000 werknemers, stelt het AVBB. Hoe de berekening exact uitvalt, blijft in het midden, maar de Conga is het zo langzamerhand spuugzat om voortdurend de deksel op de neus te krijgen. "Laat het AVBB nu maar eens aantonen, waar die zogenaamde representativiteit van hun op gebaseerd is," verzucht Blonk. "We draaien de bewijsvoering nu gewoon om."

Twijfels

In haar opvatting ontmoet de Conga een toenemende steun van de Hout- en Bouwbond FNV. Ook de werknemersorganisatie heeft zo zijn twijfels over het standpunt van het AVBB en acht het niet uitgesloten dat de overheid inderdaad oordeelt dat het AVBB onvoldoende representatief is. Want zo stellen de vakbonden, het aantal georganiseerde en ongeorganiseerde gespecialiseerde aannemers groeit en de opkomst van de zogeheten zzp'ers is onstuitbaar.
De vakbond zit het evenmin lekker dat de Conga bij de cao-onderhandelingen wordt uitgesloten. De bond voelt een steeds grotere druk van haar eigen leden die gebaat zijn bij een goede cao. Driekwart van de werknemers namens wie de bonden onderhandelt, zijn werkzaam bij gespecialiseerde aannemers. Bovendien wil de bond met de afzonderlijke Conga-lidverenigingen graag bijzondere afspraken maken over arbeidsomstandigheden, maar het Conga-bestuur voelt daar niets voor zolang men niet over de cao mag meepraten. Eind vorig jaar liet vice-voorzitter Bram Visser zich tijdens de eerste overlegronde ontvallen "het te betreuren dat de werkgeversdelegatie niet compleet was". Het AVBB moet furieus gereageerd hebben. De Conga was diverse malen het lidmaatschap aangeboden, zo luidde het verweer, maar de Conga wilde gewoon geen lid worden.
"Klopt," zegt Blonk. "Het AVBB vergeet erbij te zeggen dat ons geen volwaardig lidmaatschap werd aangeboden. We mogen aspirant lid worden wat inhoudt dat we gedurende twee jaar de boel mogen aankijken en meebetalen maar dat we die eerste jaren nog niks te vertellen hebben. Het AVBB verdedigt zich door te stellen dat het geen pas heeft om een nieuwkomer meteen bij het aantreden al in staat te stellen de verenigingsstructuur te veranderen. We kunnen dus alleen een aspirant lidmaatschap krijgen en mogen pas na twee jaar als volwaardige gesprekspartner aanschuiven. Dat is pure koppelverkoop waar we als Conga niets voor voelen. Het arbeidsvoorwaardenbeleid behoort daar helemaal los van te staan."

Dogmatiek

Er is naast het omstreden representativiteitsverhaal geen enkel argument dat uitsluiting van de Conga voor de cao-besprekingen rechtvaardigt, benadrukt Blonk. Het AVBB laat zich volgens hem leiden door pure dogmatiek in de trant van 'we doen het al vijftig jaar zo en we hebben het al die tijd gered'.
Dat de Conga nu nog buiten het verloop van de cao-onderhandeling wordt gehouden, neemt de confederatie voorlopig voor lief. De strategie van de Conga is al bepaald: wanneer een nieuwe cao straks aan de minister wordt voorgelegd om algemeen bindend te worden verklaard, zal de Conga bezwaar aantekenen. Blonk twijfelt er geen moment aan dat de minister het Conga standpunt deelt. De lobby op het ministerie van sociale zaken begint in dat opzicht zijn vruchten af te werpen.
In het geval dat de CAO toch de goedkeuring van de minister krijgt, zal de Conga onmiddellijk bij het SFB de honderden miljoenen aan onrechtmatig betaalde premies terugvorderen. "We blijven zand in de AVBB-machine gooien," zegt Blonk met verwijzing naar de vorstverletregeling die door toedoen van de Conga nog steeds geen avv heeft. "Het is niet meer van deze tijd dat een AVBB bepaalt wat de gespecialiseerde aannemer mag verdienen, of beter gezegd: moet betalen. We hebben te maken met een feodale organisatie die zich een ongelooflijke arrogantie aanmeet. Sinds de oprichting van de Conga vijf jaar geleden zijn we al bezig onze rechtvaardige plaats bij de cao-onderhandelingen te bevechten. Lukt het dit jaar niet, dan wel het volgende. Maar we blijven in de olifantenhuid prikken. Steeds weer."

door: Mari van Lieshout