Zoeken

Roofs 1999-10-10 Omvangrijke bouwactiviteiten voor capaciteit en kwaliteit Schiphol

Schiphol streeft er naar de beste luchthaven van Europa te zijn. Het luchtverkeer neemt toe en de luchthaven breidt uit om voldoende ruimte en comfort te bieden aan alle gebruikers. Om dit te realiseren zijn diverse infrastructurele aanpassingen en uitbreidingen nodig. Voor wat de dakisolatie betreft zijn de hoge druksterkte, onbrandbaarheid en water- en waterdampdichtheid doorslaggevend geweest bij de keuze voor cellulair glas, aangebracht volgens het zogenaamde Foamglas Kompaktdaksysteem.

Schiphol breidt uit om voldoende ruimte en comfort te bieden aan alle gebruikers. De bouwplannen zijn vastgelegd in het Masterplan 2015. De luchthaven stelt daarbij hoge eisen aan de kwaliteit van toe te passen materialen en constructies. Voor wat betreft dakisolatie zijn de hoge druksterkte, onbrandbaarheid en water- en waterdampdichtheid doorslaggevend geweest bij de keuze voor cellulair glas, aangebracht volgens het zogenaamde Foamglas. Bij intensief gebruikte terrasdaken, zoals de wandelpromenades op Schiphol, is de drukvastheid van het isolatiemateriaal een van de belangrijkste keuzecriteria. Zeker bij terrassen met een publieksfunctie moet de terrasafwerking, veelal tegels op tegeldragers, perfect vlak blijven. Oneffenheden kunnen gemakkelijk tot ongelukken leiden met discussies over aansprakelijkheid tot gevolg. Ook op de lange termijn mogen geen vervormingen ontstaan; de ondergrond mag niet onderhavig zijn aan kruip. Onderhoudswerkzaamheden aan het terras geven veelal onaanvaardbare hinder voor gebruikers van de terrassen. De toegepaste constructie moet dus uitermate duurzaam en veilig zijn.

Brandveiligheid

Met het oog op het grote aantal mensen dat aanwezig kan zijn, moet rekening worden gehouden met brandveiligheid. Volgens het Bouwbesluit mag een dak niet brandgevaarlijk zijn (artikel 184 - Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie). Het dak aan de bovenzijde van een gebouw moet zodanig zijn samengesteld, dat een onverhoedse aanraking met vuur (zogenoemd vliegvuur), zoals bijvoorbeeld in het geval van een vonkenregen of vlammen uit een nabijgelegen brandend gebouwdeel, er niet toe leidt dat op het dak brand kan ontstaan. Beoordeling vindt plaats overeenkomsting NEN 6063. Tijdens de beproeving wordt een korf met brandend houtwol op veschillende plaatsen op een proefdak van de betreffende opbouw geplaatst, waarbij wordt nagegaan of het materiaal aan de bovenzijde van het dak niet voor een te groot deel wegsmelt, er niet een te groot gat in het dak brandt, er geen brandverschijnselen aan de binnenzijde van het dak waarneembaar zijn er er geen brandende of gloeiende delen door het dak vallen.
Nu zal een dakopbouw met tegels op tegeldragers volgens deze beproeving al snel als vliegvuurbestendig worden beoordeeld. Bij daken en terrassen met een zo belangrijke publieksfunctie als bij Schiphol worden de criteria echter scherper gesteld; het Bouwbesluit bepaalt het minimum niveau. Er kan niet worden geaccepteerd dat de isolatie onder de terrasafwerking wegsmelt of bijdraagt aan brand- of rookontwikkeling waardoor de mensen niet meer over deze daken en terrassen zouden kunnen vluchten. Vandaar dat Schiphol onbrandbare (isolatie)materialen voorschrijft.

Na zorgvuldige vergelijking van mogelijke isolatiematerialen heeft Schiphol voor de dakisolatie gekozen voor het cellulair glas, aangebracht volgens het zogenaamde Foamglas Kompaktdaksysteem. Cellulair glas heeft een hoge druksterkte en vormvastheid zodat een stabiele en vlakke terras-afwerking gegarandeerd is. Het materiaal is niet onderhavig aan kruip zodat in geval van terrasafwerking de tegels ook op termijn stabiel en vlak blijven. De combinatie van de hoge druksterkte met de onbrandbaarheid van cellulair glas was mede bepalend voor de keuze. Door de volledige water- en waterdamp-dichtheid van cellulair glas, blijft de isolatiewaarde van een dak met cellulair glas constant. Cellulair glas past derhalve volledig in het streven van Schiphol naar optimale duurzaamheid, veiligheid en kwaliteit.
Om uitvoeringstechnische redenen, namelijk om het dak tussentijds waterdicht te maken, wordt eerst een noodlaag van gebitumineerde polyestermat (VB 260 B11) op de ondergrond gekleefd. Deze laag is technisch gezien niet nodig; omdat Foamglas 100% dampdicht is, is geen dampremmende laag nodig.
Op deze ondergrond worden de cellulair glas isolatieplaten (type Foamglas T4 WDS, 140 mm dik) volledig gekleefd met bitumen 110/30, aangebracht volgens de zogenaamde gietmethode. Door de zijkanten van de isolatieplaten in de uitgegoten bitumen te dompelen en door de bitumen tijdens het aanschuiven van de platen op te stuwen, worden ook de naden tussen de isolatieplaten afgedicht met bitumen zodat een nagenoeg damp- en waterdichte isolatielaag ontstaat.

Gekleefd

Op de cellulair glas isolatieplaten wordt een eerste laag dakbedekking (gebitumineerde polyestermat VB 260 B11) vol en zat gekleefd door bitumen voor de rol uit te gieten. Als toplaag wordt een laag SBS gemodificeerd gebitumineerde polyester-glascombinatie VB 370 A11 aangebracht. De vol- en zat gekleefde dakbedekking op een waterdichte isolatielaag voorkomt dat bij een onverhoopte perforatie van de dakbedekking schade over een groot oppervlak ontstaat. De isolatie neemt geen vocht op en er kan zich geen vocht in de constructie verspreiden. Uitgaande van een zorgvuldig aangebrachte constructie, zal daar waar een eventuele lekkage zich aan de binnenzijde openbaart, zich ook het lek in de dakbedekking bevinden. Lokalisering van het lek en reparatie van de schade is relatief eenvoudig.
Als afwerking worden betontegels (60x 600x600) op tegeldragers (bi-componente rubbergranulaat rond 200 mm, dik 20 mm) aangebracht.

Betrokken bedrijven:

Opdrachtgever:Schiphol Group te Schiphol
Ontwerp/Advies:Benthem Crouwel Naco te Den Haag
Aannemer:IBC Bouwgroep B.V. te Best
Dakdekker:NDA/Mastum Noord-West B.V. te Enkhuizen
Advies cellulair glas:Pittsburgh Corning Nederland B.V. te Nieuwegein
De locatie Schiphol heeft als luchthaven een enorme groei doorgemaakt. Aan het eind van de jaren tachtig is een belangrijke beslissing genomen: de locatie Schiphol moet na de eeuwwisseling één van de grote knooppunten van Europa zijn: een mainport.
Luchtvaartmaatschappijen gaan hun activiteiten steeds meer concentreren volgens het zogenaamde 'hub-and-spoke' model. Men kiest enkele 'mainports' waar de grote vluchten op worden geconcentreerd (de hub of de naaf). Vanuit deze 'mainports' worden kortere vluchten onderhouden naar een veelheid van kleinere vliegvelden (de spokes of de spaken). De groei van Schiphol is gericht op een ontwikkeling als 'mainport'.
De Schiphol Group streeft echter naar meer dan alleen het ontwikkelen van een efficiënt vervoersknooppunt. Het begrip 'AirportCity' is geïntroduceerd. De 'AirportCity' is een stad die aan haar bezoekers (passagiers, werknemers, afhalers en brengers) en ook aan de op Schiphol actieve bedrijven (zoals luchtvaartmaatschappijen, distributiebedrijven, logistieke en zakelijke dienstverleners), 24 uur per dag diensten biedt op het gebied van winkels, horeca, informatie en communicatie, zakelijke vestigings- en vergaderfaciliteiten, en recreatie en ontspanning.
Om aan de functie van 'mainport' en 'AirportCity' invulling te kunnen geven zijn infrastructurele aanpassingen nodig. De bouwplannen voor de toekomst zijn neergelegd in het Masterplan 2015 dat bestaat uit twee fases: de periode tot 2003 en de periode van 2003 tot 2015. De projecten die na 2003 worden uitgevoerd, zijn nog niet vastgesteld omdat de ontwikkeling van Schiphol op de middellange termijn nauw samenhangt met besluiten de politiek nog moet nemen.
De projecten uit de eerste fase zijn wel vastgesteld en de voorbereiding en uitvoering van deze Masterplan-projecten zijn in volle gang. Om enkele projecten: uitbreiding van de passagiersterminal met onder andere uitbreiding en renovatie van Lounge Centraal, uitbreiding van bestaande pieren waarbij de verbreding van de D-pier het meest ingrijpend is, een aantal nieuwe pieren met als eerste de nieuwe B-pier waarvoor de bouwwerkzaamheden al in volle gang zijn, een vijfde landingsbaan en daarnaast ook (her)ontwikkeling van bedrijfsterreinen.

door: Adriaan de Jong