Zoeken

Roofs 2001-02-06 De dakdekker zoekt het maar uit

Theo Wiekeraad
In een tijd waarin de overheid vindt dat ze zichzelf moet terugtrekken van het terrein van regelgeving en de markt zijn werk moet laten doen, wordt de ondernemer in de bouw steeds meer opgezadeld met regels en normen opgelegd door diezelfde overheid. Veel van deze regels zijn eenzijdig en zelfs ondoordacht of zonder aangeleverd handvat niet uit te voeren. Of nog erger, de regels blijken dermate moeilijk te handhaven dat fraude, ontduiking en beunhazerij in de hand wordt gewerkt. Het liefst worden de nieuwe regels en voorschriften met het label ARBO en MILIEU bij ons allen door de strot gedrukt.
Afgelopen periode werden wij via onze regionale ARBO-coördinator geconfronteerd met een voor ons nieuwe regelgeving. Bij het verrichten van werkzaamheden aan een dak met mastiekbedekking horen tenminste:

  • een risicoanalyse;
  • een V&G-plan;
  • een afvalstoffen boekhouding (30 jaar gearchiveerd);
  • aanvullende eisen ten aanzien van het personeel.

Hoe wij precies met deze voor ons nieuwe eisen om moeten gaan, weet ik tot op het moment van dit schrijven nog niet. Naast de ARBO-coördinator is ook VEBIDAK gevraagd hoe wij als dakdekker hiermee om moeten gaan.

In mijn enge dromen zie ik straks onze dakdekkers ,als marsmannetjes  met een volgelaat masker na het afzuigen van grind, een mastiekdak staan schoon te vegen. Vervolgens mogen wij onze klant uitleggen dat het voor hem en de omgeving geen kwaad kan. Hoe schadelijk is e.e.a. nu werkelijk? Wat zijn de reële risico’s die wij met ons werk lopen? We weten inmiddels allemaal dat teermastiek als chemisch afval wordt aangemerkt. Maar in hoeverre is het slopen van deze dakbedekking schadelijk voor de gezondheid? Vreemd in deze is dan weer dat het met mastiek vervuilde grind kan worden “gewassen” en nog steeds met mastiek vervuild, weer op een ander dak mag worden gestort. Wordt er van een mug een olifant gemaakt of is het gevaar op de meest enge ziektes reëel?

Ik vraag ik me af hoe wij al deze gegevens moeten opslaan en naar de diverse instanties moeten doorsluizen? Waarom is er door de ARBO-diensten, die toch ook weten wat voor soort werk wij verrichten, om het verstrekken van deze gegevens gevraagd? Wie controleert dadelijk onze afvalboekhouding en personeelsgegevens en welke bedrijven worden er gecontroleerd? Wat zijn de sancties op het ontbreken van de gegevens? Zullen deze sancties voor iedereen even zwaar zijn of wordt er net als bij het ontbreken van voldoende veiligheidsmaatregelen, onderscheid gemaakt naar de aard en de grote van het bedrijf? Allemaal vragen die tot op heden voor mij onbeantwoord zijn gebleven.

Producenten en leveranciers willen eveneens op het gebied van arbo en milieu scoren. Door deze partijen wordt gezocht naar minder belastende producten die bij inkopers goed scoren als ze nog eens goedkoper zijn. Niets mis mee zou ik zo zeggen. Nieuwe producten vragen echter wel om een volledige uitwerking. Een treffend voorbeeld van een nieuw product zonder voldoende uitwerking is Combilood. Op de markt gebracht als milieuvriendelijk alternatief voor lood, minder zwaar en dus minder belastend voor de verwerker. Waarschijnlijk iets vriendelijker geprijsd dan het traditionele lood terwijl het buiten de spouw als lood oogt.

Toen onze dakdekkers het product voor het eerst tegen waren wij niet op de hoogte van de keuze van de aannemer. De eerste randstroken werden er ter plaatse van het Combilood traditioneel vol opgebrand en de dakdekkers kregen het benauwd en werden misselijk. Ze stonden op een terras kunststof te verbranden met alle ongemakken van dien. Niemand kon ons in eerste instantie vertellen wat er aan de hand was en met wat voor een product we te maken hadden. In de verwerkingsvoorschriften van het materiaal wordt met geen woord over deze minder prettige bijkomende zaken gerept. Het BDA-productrapport heeft het nergens over de aan te brengen randstroken of te adviseren daksystemen.

Waarom werd er door de leverancier niet verder nagedacht of opening van zaken gegeven aangaande de te adviseren daksystemen? Op deze wijze had de inkoper van de aannemer geweten dat hij een voordeliger looddetail inkocht, maar een duurder daksysteem moest toepassen. Zelfklevende randstroken bij het opgaande werk, een kunststof dakbedekking of aanvullende beschermende maatregelen voor het combilood zoals PBM’s voor de dakdekker, bij het aanbrengen van randstroken door middel van de brandmethode, zijn allemaal duurder dan traditioneel verwerken.
Nu wisten wij van niets en stonden onze dakdekkers uiteindelijk met gelaatsmaskers en beschermstroken voor het kunststof het opgaand werk voorzichtig te branden. Extra geld was niet gereserveerd.

Dakdekken is een leuk vak, maar zou het op deze manier wel leuk en aantrekkelijk vak blijven? De eerlijkheid gebiedt dat ik niet weet of dit wel de weg is die wij moeten inslaan. Nieuwe regels en producten vergen een handvat voor de toepassing, handhaving en controle. Zonder een dergelijk handvat wordt schadelijke beunhazerij in de hand gewerkt. Gekscherend zeggen wij wel eens tegen elkaar dat wie werkt in Nederland hiervoor wordt gestraft, maar het gaat er steeds meer op lijken dat het nog waar is ook.

Werkzaamheden aan mastiekbedekking vallen hoogstwaarschijnlijk onder de carcionogene-richtlijnen. Wanneer dit het geval is dan betekent dat voor de bedrijfsvoering van de dakdekker dat naast de eerder genoemde eisen de volgende zaken geregeld moeten zijn:

  • een lijst van blootgestelde werknemers moet worden bijgehouden;
  • de ARBO-dienst dienst moet geconsulteerd worden, omdat in deze Periodiek Arbeidsgeneeskundig Onderzoek voor de blootgestelde werknemer verplicht is;
  • de ARBO-arts moet beschikken over de blootstellinggegevens;
  • de ARBO-dienst moet deze medische gegevens tot 40 jaar na de laatste blootstelling bewaren.
  • Verder houdt het in dat er een verplichting tot het inventariseren in het kader van de RI&E uit volgt. Die verplichting geldt voor alle bedrijven. Voor dakbedekkingsbedrijven moet het onderdeel werken met teermastiek gespecificeerd worden.

De ARBO wet waar een en ander in beschreven staat, is in 1999 van kracht geworden. Ten aanzien van het punt teermastiek heeft de redactie diverse instanties benaderd. Geconcludeerd moet worden dat vrijwel geen enkele instantie weet heeft van de regels. De instanties die wel op de hoogte zijn van de inhoud, weten niet hoe die in de praktijk van alledag moet worden toegepast. Voorbeelden zijn niet bekend.