Zoeken

Roofs 2001-02-08 Meer met minder Lood

         ing. A.B. Berlee
In alle bouwbladen stond het nieuws over bladlood aangekondigd en op de laatst gehouden Bouwbeurs stond de stand van de Stichting Informatiecentrum Bewerkt Lood (SIBL) dan ook volop in de belangstelling. SIBL had TNO opdracht gegeven te onderzoeken in hoeverre het buitenoppervlak van loodslabben in bouwkundige details beperkt kan worden teneinde het uitlogen van bladlood te minimaliseren. Dat onderzoek resulteerde in een opmerkelijke uitkomst. Met minder bleek meer te kunnen.
Dhr. Nico van der Vliet, voorzitter SIBL, valt nog net niet uit maar hij is duidelijk niet te spreken over het laatste artikel in Roofs over zware metalen. “Waterbeheerders”, zo stelt hij, “stellen de samenstelling van het bagger vast en constateren een te hoog gehalte aan sommige zware metalen. Dit geldt niet voor lood dat onder de geldende MAC waarde zit. Om vervolgens alle bouwtoepassingen van zware metalen aan te wijzen als oorzaak, is te voorbarig en te kort door de bocht. Lood presteert wat LCA betreft goed. Er is naar verhouding weinig energie nodig om lood te winnen en te produceren, zeker wanneer dat wordt afgezet tegen de lange levensduur. Lood is goed te recyclen en dat gebeurt al vele vele jaren” alus van der Vliet. “Iedereen in de bouw weet dat lood weer ingeleverd kan worden en dat het geld oplevert. Het recyclen gebeurde al voordat er een term voor bestond. Lood heeft daarnaast unieke eigenschappen waardoor er geen echt alternatief is. Lood laat zich drijven en aldus zonder verwarming of iets dergelijks, in alle vormen bewerken.” Om dit te onderschrijven stond op de stand een loodwerker onder grote belangstelling bladlood te bewerken in de meest uiteenlopende vormen als bloemen, binnen- buitenhoeken en loketten. De loodindustrie is niet doof voor de bezwaren uit de milieuhoek en VROM en is op diverse fronten gestart met onderzoeken. Naar de samenstelling van lood wordt op Europees niveau gestudeerd om uitlogen nog verder te beperken. Het onderzoek spitst zich vooralsnog toe op het zogenaamde uitlogen van lood en het beperken daarvan. Van der Vliet overhandigt vervolgens trots een TNO rapport ter inzage waarvan hieronder beknopt de inhoud staat weergegeven. Tijdens het inzien, geeft hij zichzelf enthousiast over aan een beursbezoeker die meer wil weten van lood.

Optimaal buitenoppervlak bladlood
In opdracht van SIBL heeft TNO onderzoek verricht naar het optimale buitenoppervlak van bladlood. Onder buitenoppervlak wordt verstaan dat deel van het bladlood dat geëxposeerd wordt aan de buitenlucht. Met optimaliseren wordt geduid op het zo min mogelijk hebben van buitenoppervlak, waarbij de functie van het bladlood niet in het geding komt. Uitlogen van het lood wordt daarmee geminimaliseerd. Als eerste is geïnventariseerd waar lood in de bouw zoal wordt toegepast. Dat bleek een dermate grote diversiteit op te leveren dat uit praktische overwegingen is gekozen voor de meest voorkomende toepassing van bladlood. Toepassingen als waterslag in gemetselde constructies en als waterdichte afwerking tussen opgaand metselwerk en daken komen het meeste voor. De afmetingen van het bladlood in voornoemde toepassingen zijn voor een deel gevonden in de bestaande publicaties. De huidige afmetingen van loodslabben zijn gebaseerd op jarenlange praktijkervaring voortkomend uit de functionele eis, bouwkundige randvoorwaarden als uitvoering, windbelasting en duurzaamheid en esthetische eisen als symmetrie en vlakheid. De functionele eis is in alle gevallen waterdichtheid. Vanuit die functie is gekeken naar wat de waterdichtheid bepaalt. De waterdichtheid wordt bepaald door de zwaartekracht, luchtstroming, capillaire werking, stuwing van water en hevelwerking.

Omdat zwaartekracht altijd optreedt en hevelwerking eenvoudig is te voorkomen door de loodslabbe 50 mm vrij te houden van de kim, is bekeken in hoeverre slabben kunnen lekken als gevolg van luchtstroming, capillaire werking en stuwing. Voor deze drie krachten is een meest-ongunstig-scenario uitgewerkt en vervolgens vertaald in één proefopstelling. Die meest ongunstige situatie doet zich voor bij storm en hevige regen in combinatie met een ongunstige uitvoering. De proefnemingen leidden tot de conclusie dat de minimaal benodigde breedte van de loodslabbe wordt bepaald door het luchtdrukverschil waarbij lekkage optreedt. Nadat aldus was vastgesteld onder welke omstandigheden de loodslabbe begon te lekken, kon voor de onderzochte details worden aangegeven welke minimale maten aangehouden dienen te worden om zeker te zijn dat lekkage niet voorkomt. Met de wetenschap dat vooral het luchtdrukverschil bepalend is, zijn  aanvullend voorwaarden gesteld aan de toepassing van loden slabben. Om het luchtdrukverschil minimaal te houden is het van belang dat het lood goed aansluit op de onderconstructie. Goed aankloppen is daarom altijd voorwaarde en dat kan alleen wanneer het lood voldoende dik is, dus minimaal Bladlood NHL 18 (1,59 mm dik). Bij een aansluiting van een plat dak op opgaand metselwerk is het belangrijk dat de dakbedekking tot strak onder de loden slabbe wordt aangebracht. Wanneer dit niet gebeurt dan betekent dat meer vrije ruimte tussen loden slabbe en ondergrond, waardoor het luchtdrukverschil bij wind toeneemt. Bij de aansluitingen op pannen dient de vrije ruimte eveneens zoveel mogelijk te worden beperkt. Pannen moeten daarom goed aansluiten tegen het metselwerk, ook uit het oogpunt van doorzakken van de slabben onder het eigen gewicht. Is aan bovenstaande voorwaarden voldaan dan, zo wordt gesteld, volstaat 50 tot 80 mm breedte uit het metselwerk. een breedte waar tot op heden eigenlijk 100 mm en meer voor wordt aangehouden. Een forse beperking derhalve van het buitenoppervlak.
Voor de volledigheid nog even de aandachtspunten bij dakdetailleringen, voor zover die nog niet aan de orde waren:

  • Loodslabben met een lengte van maximaal 1000 tot 1500 mm toepassen om scheuren als gevolg van uitzetting te voorkomen en om de slabben makkelijk en vakkundig te verwerken;
  • Loden slabben altijd strak tegen de onderconstructie kloppen;
    Om opwaaien te voorkomen en om om strak tegen de onderconstructie te kunnen worden geklopt moet NHL 18 (18 ponds lood ) of zwaarder worden gebruikt;
  • Loodslabben altijd 30 tot 50 mm vrij houden van de kim om hevelwerking te vermijden;
  • Een overlap tussen de loodslabben aanhouden van 100 mm. Een fels kan natuurlijk ook;
  • In het geval van een aansluiting van een plat dak op opgaand metselwerk de dakbedekking aanbrengen tot strak onder het voetlood om vrije ruimte tegen te gaan;
  • Loodslabben ondersteunen bij meer dan 30 mm overbrugging. Dit geldt met name bij aansluitingen tussen dakkapellen en pannen.