Zoeken

Roofs 2001-03-20 Onderhoud bepalende factoren op materiaal en systeemniveau voor daken afgewerkt met bitumineuze dakbedekkingssystemen

          Ing. J.M. Bruins,
DGI Dak & Gevel Ingenieurs
  Het objectiveren van onderhoudsbepalende factoren
Hoe men omgaat met uit dakinspecties verkregen gegevens, inzake de onderhoudsstaat van daken met bitumineuze dakbedekkingssystemen, wordt op dit moment door iedere dakadviseur individueel bepaald. Er zijn geen objectieve criteria waaraan inspectiegegevens getoetst kunnen worden om vervolgens op wetenschappelijke wijze uitspraken te doen over de levensduur en het noodzakelijke onderhoud om deze levensduur te ondersteunen of te verlengen.
Een ongewenste situatie die door de adviseurs in de dakbedekkingsbranche inzichtelijk gemaakt moet worden. Een aantal belangrijke uitgangspunten om deze onderhoudsbepalende factoren te objectiveren worden in dit artikel toegelicht.

Wat is de reden van onderhoud?
Het moment en de aard van onderhoud aan daken wordt door verschillende factoren bepaald. Een geaccepteerd standpunt is dat de daken pas onderhouden worden wanneer de mate van veroudering, degradatie, dat vereist. De degradatiebeoordeling is opgesplitst in technische, esthetische en economische criteria.
De minimale technische conditie wordt bepaald door de belangrijkste prestatie-eis die men toekent aan een materiaal of systeem. Voor dakbedekkingssystemen op platte daken is de primaire prestatie, duurzame waterdichtheid. De mate van geaccepteerde degradatie is bepalend voor het te bepalen moment en de aard van onderhoud.
Esthetische en economische factoren zijn vooral afhankelijk van het beleid van de beheerder.

Vaststellen toelaatbare degradatie daken.
De wijze van geaccepteerde degradatie zou in de bovenstaande optiek “de reden van onderhoud”, bij technische, esthetische en economische criteria, voor ieder dak opnieuw vastgesteld moeten worden. De rol van de beheerder is immers medebepalend.
Omdat de invloed van de beheerder significant is op de geadviseerde uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden, moet men deze inzichtelijk maken in het onderhoudsadvies. In het onderhoudadvies moeten de door de beheerder bepaalde uitgangspunten herkenbaar worden opgenomen. Ze hebben betrekking op:
Het gewenste kwaliteitsniveau (technische prestatie en esthetische eisen).
De gewenste resterende levensduur (kort, midden of lang), in relatie tot de onderhoudshandeling.
De beheerder bepaalt aan de hand van deze uitgangspunten de onderhoudsstrategie, overeenkomstig volgende tabel:

Aansluitend op de onderhoudsstrategie van de beheerder, maakt men in de dakbedekkingsbranche onderscheid in levensduurondersteunend- en levensduurverlengend onderhoud. De definities van deze onderhoudsvormen worden nader toegelicht.

Levensduurondersteunend onderhoud
De onderhoudsondersteunende handelingen, - reinigend-, reparatief- en preventief - zijn noodzakelijk om de normale/gemiddelde levensduur van het dakbedekingssysteem te bewerkstelligen. Het achterwege laten van dit onderhoud impliceert het afbreuk doen aan een normale levensduur.
Levensduurverlengend onderhoud
Het levensduurverlengende - oppervlakte-, aanvullend- en vervangende - onderhoud impliceert het intreden van een nieuwe levensfase van een dakbdekkingssysteem.
Onderhoudsbepalende factoren
De interpretatie van de inspectieresultaten verlangt een bijzondere kennis van gebreken. De gebreken die worden vastgesteld, bepalen in de volgende fase de geadviseerde onderhoudsmaatregelen. Voor een juiste advisering dient onderscheid gemaakt te worden naar de aard van de vastgestelde gebreken:

1 Natuurlijke veroudering
2 Materiaalfouten
3 Systeemfouten, ontwerp en/of uitvoering
4 Beschadigingen

Voor de gebreken 3 en 4 is voldoende naslagwerk beschikbaar, zoals de SBR publicatie onderhoud van bitumineuze dakbedekkingen, het BDA dakboekje, BRL 4702 Uitvoering van dakbedekkingsconstructies in bitumen of kunststof en de nieuwe vakrichtlijn. Allemaal informatie die geschikt is om te toetsen en de herstelmaatregelen te omschrijven.
De uitvoering van deze onderhoudsmaatregelen zijn qua tijd vrijwel altijd, direct noodzakelijk. Kwalificeren en kwantificeren met eenduidige maatregelen voor aanpassing, herstel of onderhoud is, met de beschikbare vakkennis, goed mogelijk.
De uitdaging ligt in het vastleggen van eenduidige criteria voor de interpretatie van gebreken 1 en 2. Voor zover bekend, is er nog geen systematiek met behulp waarvan de resterende levensduur objectief kan worden vastgesteld, rekening houdend met de negatieve invloed van materiaalfouten en het natuurlijke verouderingsproces.

Materiaalfouten
Materiaalfouten zijn niet kenmerkend voor een bepaalde materiaalgroep. De aard, complexiteit en verschillen in incidentele gebreken, leiden slechts tot indicatieve voorspellingen op het gebied van de resterende levensduur. Deze voorspellingen zijn nauwelijks wetenschappelijk te onderbouwen.
Materiaalfouten openbaren zich veelal binnen de garantieperioden waarbij producenten en verwerkers aansprakelijk gesteld zullen worden. Beheerders worden hierdoor met vervelende langlopende procedures geconfronteerd.
Veelal is laboratoriuminzet noodzakelijk om uitspraken te doen over de oorzaak en de te verwachte resterende levensduur. Opgemerkt moet worden dat deze laboratoriuminzet zijn beperkingen kent. Het onderzoek is kostbaar. De praktijk laat zien dat klimaatomstandigheden op bepaalde aspecten nauwelijks betrouwbaar zijn na te bootsen, waardoor van bepaalde gebreken de oorzaak niet te achterhalen is en de resterende levensduur moeilijk voorspelbaar.

Voorbeeld craquelé in APP dakbanen
Het meest voor zichzelf sprekende voorbeeld is craquelévorming, uitdrogingsscheurtjes in een APP bitumen dakbaan.
Het is nog geen laboratorium gelukt APP bitumen dakbanen die deze verschijnselen op het dak lieten zien, ze ook het laboratorium te laten ontstaan. Het klimaat is in dit opzicht zo complex dat nabootsing in een laboratoriumsituatie slechts de tekortkomingen laat zien.
Het gevolg is dat voorspellingen met betrekking tot levensduur moeilijk betrouwbaar te maken zijn. Het volgen van een dak met het craquelé dakbanen resteert dan als meest betrouwbare oplossing. Alleen zo kan het moment waarop het onderhoud noodzakelijk wordt, echt nauwkeurig vastgesteld worden.
Het standpunt craquelé als materiaalfout te typeren, wordt ingegeven door de wetenschap dat er APP dakbanen zijn waar deze uitdrogingsscheurtjes niet optreden.
Het moment van onderhoud wordt bepaald door de mate van craquelé. Naar mate de uitdrogingsscheurtjes tot meer scholvorming op de bovendeklaag leiden, komt het moment van onderhoud steeds dichterbij. Indien er te veel losse scholletjes op de inlage aanwezig zijn, wordt het uitvoeren van oppervlakteonderhoud zoals het volledig verkleven van een nieuwe APP dakbaan moeilijker. Het criterium ‘voorkomen van vervolgschade’ bepaalt aldus het onderhoudsmoment. Naar mening van de inspecteur betekent dit dat wanneer het onderhoud zo economisch en milieutechnisch mogelijk moet worden uitgevoerd, er bij een APP dakbaan met craquelé jaarlijks geïnspecteerd moet worden om het onderhoudsmoment - het toestaan van een beperkt aantal losse scholletjes -, zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. Het mag niet zo zijn dat de inspecteur bij vastgestelde craquelé direct het standpunt inneemt dat oppervlakteonderhoud noodzakelijk is.
Lekkages in dakbedekkingssystemen ontstaan immers niet vanwege de beperking van craquelé tot de boven deklaag boven de inlage!
Het is van belang inzake onderzoek naar veel voorkomende materiaalfouten, zoals de besproken craquelé, een openbaar toegankelijke databank te ontwikkelen. Vooral de aanloop naar de bepaling van een noodzakelijk onderhoudsmoment is voor de hele keten in de dakbedekkingsbranche zeer waardevol. Het telkens opnieuw op eigen wijze bepalen en onderzoeken van terugkerende problemen is uit economisch en milieutechnisch uitgangspunt voor alle partijen weinig aantrekkelijk.

Natuurlijke veroudering
De veroudering van bitumen dakbanen door het buitenklimaat in relatie tot de resterende levensduur is zeker niet eenvoudiger te bepalen dan de levensduur van dakbanen met materiaalfouten. Kunstmatige veroudering onder laboratorium omstandigheden blijkt weinig betrouwbaar. Slechts deelaspecten kunnen beproefd worden. Het totaal van deze deelaspecten, gecontroleerd aan de hand van diverse genormaliseerde proeven, heeft niet geleid tot praktijkregels en –modellen aangaande bepaling van resterende levensduur.

Voorbeeld verwering van de bitumineuze oppervlakte
De buitenste deklaag wordt dunner, lagen poederen af, de inlage wordt zichtbaar, uitdrogingsverschijnselen treden op.
Deze gegevens worden in diverse variaties en gradaties vastgesteld tijdens de dakinspectie.
Opnieuw speelt dezelfde vraag omtrent de resterende levensduurverwachting en welk onderhoud economisch en milieutechnisch zinvol is. Als deze verschijnselen zijn vastgesteld, is veelal de primaire functie – de waterdichtheid -, nog niet in het geding.

Oplossing
Het is meer dan wenselijk dat de tabellen met gegevens inzake levensduurverwachtingen en onderhoudsmomenten zoals gepubliceerd in diverse bladen, nader onderbouwd en gespecificeerd worden.
Onderzoeksmogelijkheden in laboratoria en op het dak moeten gericht zijn op betrouwbare levensduurvoorspellingen, gerelateerd aan praktijkomstandigheden. Zolang deze niet inzichtelijk of beschikbaar zijn, is de beheerder overgeleverd aan zijn adviseur.
Vooral de onafhankelijke adviseur zou de moeite moeten nemen zich in te zetten voor een objectieve levensduur- en onderhoudsbepalingsmethode, om voor zijn of haar opdrachtgever economisch en milieutechnisch het maximale uit een dakbedekkingssysteem te halen. Een ‘second opinion’ inzake het onderhoudsadvies is de raad die we beheerders graag geven, wanneer zij geconfronteerd worden met rigoureuze onderhoudsmaatregelen inzake daken. Zeker indien vaststaat dat de normale levensduur nog niet verlopen is.

Referentielijst:
Onderhoud van bitumineuze dakbedekkingen, Auteurs A. van den Hout / J.M. Bruins – Rotterdam: Stichting Bouwresearch. SBR publicatie 144.
Handleiding COT Conditiewijzer, Auteurs S. van der Veen/E. de Lange–MS 98–078.INF