Zoeken

Roofs 2001-05-26 Werk van Dakmerk: Dakmerk inspecties: vreemde ogen dwingen!

          Corry de Ridder
Een bezoek aan het jongste Dakmerk-erkend bedrijf is altijd een aangename tocht. Je krijgt dan een beetje vakantiegevoel, vooral wanneer je door het mooie Drentse landschap rijdt en aankomt bij een prachtige boerderij in Westervelde. Een wat ongebruikelijk pand voor een dakbedekkingbedrijf, maar toch is hier Eurodak Norg gevestigd. Met de directie, Fokke en Tina Been en uitvoerder Auke Krottje, praat Corry de Ridder over Kwaliteit, Dakmerk en Certificering.

Het is al weer 12 jaar gelden dat Eurodak Norg begon als dakbedekkingbedrijf. “In de eerste jaren hebben we geluk gehad” vertelt Fokke Been. “Begin jaren negentig was immers de tijd van de stormen. Er was meer dan genoeg werk en dat heeft ons zeker een vliegende start gegeven. Vijf jaar geleden hebben we ons aangesloten bij de Nederlandse Dakdekkers Associatie, een samenwerkingsverband van uitvoerende dakdekkerbedrijven. Het NDA ondersteunt ons op punten als inkoop, uitvoering, kennis en advies. We zijn nu namelijk continu met ongeveer 30 man aan het werk”. De filosofie van Eurodak Norg is, dat je datgene moet doen waar je goed in bent, en dat in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. “Dat betekent dat tegels leggen of sloopwerkzaamheden worden uitbesteed en de ergonomie voor ons van groot belang is. Alle werkzaamheden die met behulp van mechanisering eenvoudiger kunnen worden uitgevoerd, proberen we te mechaniseren. We moeten immers erg zuinig zijn op ‘onze werknemers’.”

Sinds september voert Eurodak het kwaliteitskeurmerk Dakmerk. Op de vraag wat voor Eurodak het belangrijkste argument was om toe te treden tot Dakmerk noemt Fokke Been zonder aarzelen de inspecties van Dakmerk. “Wij onderschrijven al jaren het kwaliteitsniveau van Dakmerk, maar de inspecties van Dakmerk hebben een belangrijke toegevoegde waarde. Niet alleen omdat je zelf toch een klein stukje bedrijfsblindheid krijgt en daardoor sommige dingen niet meer ziet. Maar ook omdat vreemde ogen nu eenmaal meer dwingen. “Ik zeg voor de zeventiende keer tegen die jongens dat een ladder vastgezet moet worden, maar wanneer een inspecteur van Dakmerk daar een opmerking over maakt, dan komt dat toch anders over bij de dakdekkers. Vooral het direct contact van de inspecteur op de werkvloer werkt, een buitenstaander die zegt ‘let hier even op en kijk daar nog even naar’. “Je wordt zelf ook kritischer” voegt Auke Krottje toe. Hij spreekt uit eigen ervaring, bijvoorbeeld over de onbrandbare isolatie bij hemelwaterafvoeren. “Er kan altijd een controle van Dakmerk komen, dus je zorgt dat er op elk werk minerale wol is om bij de hemelwaterafvoeren in te werken. Wanneer die controle er niet meer is, dan vervagen regels langzamerhand en denk je zelf ook: Ach, laat maar een keer zitten”. En de klant, hoe ervaart hij de Dakmerk inspecties? Zeer positief menen ze bij Eurodak. Vaak vraagt de klant ook in het bestek om controles tijdens de uitvoering. “Nu kunnen we heel eenvoudig laten zien, dat we het kwaliteitskeurmerk Dakmerk voeren wat neerkomt op het verplicht behalen van een kwaliteitsniveau. Daar word je ook op gecontroleerd.”

 Al enige jaren is Eurodak in het bezit van het ISO en VCA certificaat. Voor Tina Been is het certificaat niet meer dan een middel. Het doel van beide trajecten was het verbeteren van de eigen organisatie. Vooral bij kleinere bedrijven wordt nogal eens aangevoerd, dat ISO geen meerwaarde biedt en alleen maar leidt tot een grote papierwinkel. “En dat is niet nodig,” meent Tina Been. “Wij hebben hier niet allemaal dikke mappen in de kast staan, waarin onze procedures zijn vastgelegd. Wij hebben er een adviesbureau bijgehaald en gezegd zo werken wij, dat is de basis. Daarop hebben we verder geborduurd met steeds als doel onze eigen organisatie te verbeteren, fouten te voorkomen en faalkosten te beperken. Je moet fouten zoveel mogelijk uitsluiten en in ieder geval zorgen, dat je de volgende keer niet weer dezelfde fout maakt”.

Bij Eurodak zijn ze zeer tevreden over het ISO traject. Het is zeker de moeite waard geweest. “En nog steeds,” voegt Tina Been toe. “De lijnen liggen er, de hoofdlijn houd je vast en dat voorkomt, dat in drukke tijden de organisatie van je wegloopt.”
Gaande het proces van ISO certificering is er ook VCA bijgekomen. Eigenlijk is dat op dezelfde wijze gegaan. We deden op dat gebied al erg veel. Ook in de terugkoppeling naar de dakdekkers. “Er wordt hier heel wat afgediscussieerd tijdens het dakdekkeroverleg” zegt Tina Been “Je merkt, dat je medewerker anders naar dingen gaat kijken. Bijvoorbeeld als je laat zien wat de risico’s zijn van een te lange gasslang”. Door de certificering worden de instructies beter vastgelegd en gestructureerd. Wel ervaren ze bij Eurodak dat het steeds moeilijker wordt om mensen te boeien voor een toolboxmeeting. “Te boeien? Als je voor de veertigste keer een toolboxmeeting houdt, dan is het onvermijdelijk, dat toch weer dezelfde onderwerpen aan de orde komen en dan krijg je al gauw een sfeer van dat weten we nou wel.”
Tenslotte merkt Fokke Been op, dat er wel een aantal normen en richtlijnen zijn, die voor een dakbedekkingsbedrijf niet altijd te realiseren zijn. Bijvoorbeeld de eis ten aanzien van afschot of de eis, dat een toetredingsdrempel niet meer dan 2 cm mag zijn, terwijl de eis voor opstandhoogte 12 cm is. Wanneer met deze dingen in een vroegtijdig stadium bij het ontwerp rekening wordt gehouden, dan is er niet zoveel aan de hand. “De praktijk is vaak anders. Dan zit je als dakbedekkingbedrijf aan het eind van de pijplijn en moet je maar een oplossing zien te vinden om de zaak waterdicht te maken met een opstandje van 4 cm onder een kunststof kozijn. Dan ben je te laat voor een echt goede oplossing. Deze detaillering kun je alleen goed oplossen bij de bron, in het ontwerp”.