Zoeken

Roofs 2001-08-12 Is geprofileerde dakbaan de vervanger van het geperforeerde dakbedekkingsysteem?

    “Geprofileerde dakbanen” luidt het devies dat door instituten werd bedacht om een aantal bijzondere dakbanen in één categorie bijeen te brengen. En dat terwijl de fabrikanten van dergelijke dakbanen nu juist dachten zich te profileren met dat bijzondere product.
Het groot woordenboek der Nederlandse taal Van Dale geeft als verklaring van ‘profileren’ het volgende: profileren: ‘een profiel aanbrengen aan een stuk materiaal of aan een daarvan gemaakt lijstwerk aan een gebouw of een meubel.’ Daarnaast betekent het ook ‘een eigen ‘gezicht’ behouden door een scherp omlijnde positie in te nemen.’ Gaat het bij de geprofileerde dakbaan nu om de eerste uitleg of de tweede?
De reden om geprofileerde dakbanen te plaatsen in één bijzondere categorie is een goede: ze onderscheiden (profileren) zich namelijk op twee belangrijke punten:
1 De dakbaan wordt aan de onderzijde volledig gebrand maar de hechting ontstaat alleen op de plaats van de profilering;
2 Het betreft altijd een gesloten laag, waarmee direct waterdichtheid kan worden bereikt.
Vooral ten opzichte van partieel gehechte dakbedekkingsystemen met een geperforeerde eerste laag is het verschil met geprofileerde dakbanen evident. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat wanneer gesproken wordt over geprofileerde banen er binnen die groep onderscheid gemaakt moet worden tussen profilering door middel van noppen en profilering door middel van strepen. Zo is na het branden bijvoorbeeld de dikte van de noppen bij de folie Wédénop ca. 4 mm, waardoor niet alleen een dampdrukverdeling wordt gewaarborgd, maar tevens eventuele spanningen vanuit de ondergrond worden opgenomen.
Onderzoek aan onderlaag met noppen

Wédéflex Duurzame Daksystemen levert al meer dan 20 jaar het product Wédénop. Deze APP gemodificeerde gebitumineerde glasvlies is aan de onderzijde voorzien van ca. 1600 noppen per vierkante meter. Als eerste laag toegepast in een dakbedekkingsysteem levert dat al tientallen jaren betrouwbare daken op.
Op basis van jarenlange ervaring met verschillende Wédéflex dakbedekkingsystemen en op basis van het onderzoek “Lange duurgedrag van Wédéflex daken in de praktijk” door BDA dakadvies te Gorinchem uit 1997, werd reeds lang verondersteld dat bepaalde systemen, i.c. toepassing van Wédénop, mogelijk een nog verdere verlenging van de technische levensduur zouden kunnen geven. Daarom werd in september 2000 aan PRC Bouwcentrum opdracht verleend een onderzoek in te stellen naar de bijdrage van Wédénop als onderlaag op de te verwachten technische levensduur van Wédéflex dakbedekkingsystemen.

Op basis van een onderzoek van daken in leeftijd variërend van nieuw tot 15 jaar, kwam PRC Bouwcentrum tot de volgende conclusies:
Uit de toepassing van Wédénop als onderlaag blijkt dat deze laag een positief effect heeft op de te verwachten technische levensduur van het Wédéflex daksysteem
Daksystemen aangebracht op een eerste laag Wédénop aantoonbaar langer meegaan
Bewegingen in de ondergrond worden niet of nauwelijks doorgezet in de toplaag
De hechting van Wédénop op de onderzochte ondergronden is uitstekend.
Forse krimpscheuren in het isolatiemateriaal worden goed door Wédénop opgevangen.
Wédénop reduceert de belasting van de onderconstructie op de kopse en langsoverlappen.
Het aanbrengen van Wédénop geeft zekerheid voor een optimale hechting en dampdrukverdeling.

Met Wédénop zijn veel projecten gemaakt boven 40 meter, met uitschieters naar 80 tot 100 meter. Vanzelfsprekend ligt daaraan een uitgebreid adviestraject aan ten grondslag en weten de Wédéflex dealers hoe het product verwerkt dient te worden. En nu juist in dat laatste punt, die goede verwerking, ligt de grote kracht van het concept. Alle daken waren goed uitgevoerd en daarom presteren ze nog zo goed.



 Categorieën werken de-profilerend
Met de geprofileerde baan Wédénop zijn positieve ervaringen opgedaan (zie kader). Toch is het verhaal hiermee niet ten einde. Meer dan 20 jaar ervaring met een product geeft leverancier en de verwerkers vertrouwen en daarmee een enorme drive om dat product te adviseren, juist op moeilijke en hoge daken. Niets is dan ook zo frustrerend om te zien dat door het plaatsen in een categorie (die van geprofileerde dakbanen) plotseling een aantal bijzondere aspecten van dat product teniet worden gedaan en tevens een aantal ‘nieuwkomers’ in de markt zonder meer kunnen meeliften in door anderen opgedane ervaring.
Om concreet te zijn: in enkele door de instituten opgestelde documenten (bijvoorbeeld de Vakrichtlijn) is de toepassingshoogte van geprofileerde dakbanen beperkt tot 40 meter. Op zich begrijpelijk, er zijn inmiddels diverse dakbanen die onder de bewuste categorie worden ingedeeld en dat levert een spreiding op in de toepassingshoogte. En met het laten vallen onder één noemer wordt dus een veilige grens gekozen, jammer voor de producten die beter presteren.

Anderzijds wordt in diezelfde documenten toegestaan dat alle geprofileerde dakbanen éénlaags worden toegepast, zonder aantoonbare praktijkervaring.
Op zich is de tendens naar éénlaagse toepassing van geprofileerde dakbanen goed, doch enige voorzichtigheid daarbij is geboden. Het behoeft geen betoog dat alleen zeer dimensiestabiele dakbanen in aanmerking komen om te worden ‘uitgerust’ met een profilering. Over het algemeen zijn de strepen van een snelsmeltende bitumen maar dat mag niet leiden tot de misvatting dat je er ook snel mee kunt branden. Over het algemeen zijn het strepen aan de onderzijde van een bitumensamenstelling die snel verweekt. Dat mag echter niet leiden tot de misvatting dat je er ook snel mee kunt branden. Een te snel en daardoor onvoldoende gehechte dakbaan leidt onherroepelijk tot windschade en wellicht krimp. En zouden daarmee wel eens op het gebied van windschade ook de vervanger van de geperforeerde lagen kunnen zijn.

Note van de redactie

Met de lessen uit de storm is het partieel kleven van dakbedekkingssystemen met behulp van geperforeerde tussenlagen min of meer beëindigd. (Zie ook het verslag van een stormschade in Roofs 7/2001). In toenemende mate wordt mechanisch bevestigd en geballast. Daarmee is de behoefte aan partieel kleven echter niet beëindigd. Voor met name het overlagen van bestaande dakbedekkingen is het partieel kleven een methode om blaasvorming als gevolg van vocht in de bestaande bedekking te verminderen. Er komen dan ook steeds meer producten op de markt waarmee dakbanen in één arbeidsgang partieel worden verkleefd waarna een waterdichte laag wordt verkregen. Van der Kooij merkt in deze twee dingen op. De indeling van “nieuwe producten” en reeds bestaande succesvolle producten in een categorie is onjuist. En de waardering van gelijkgeschakelde prestaties van producten in die categorie is eveneens onjuist. De categorisering is gedaan met het oog op aan te houden rekenwaarden. Waar die voor ballasten, mechanisch bevestigen en “vol-en-zat” bevestigen wel eenduidig opgaan, gaan die blijkbaar dus niet op voor partieel bevestigen.